|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
In
de aanloop naar het seizoen 1951, zag het er naar uit dat Alfa Romeo
grote tegenstand zou krijgen van Ferrari. Kort na het einde van het
eerste Wereldkampioenschap kwam Ferrari aan de start in een wedstrijd
(Grand Prix van Barcelona) die niet meetelde voor het WK. Ferrari was
met drie wagens aanwezig. Twee van hen waren uitgerust met een 4500cc motor. De derde had
een 4100cc motor. Ze eindigden 1 –2 en 3. Dit beloofde veel goeds voor
het Wereldkampioenschap in 1951. Twee BRM’s uitgerust met een V16
motor maakte in Barcelona ook hun debuut op het Europese vasteland. Eén
ding bleef hetzelfde als op de Britse eilanden, namelijk dat ze de
finish niet haalden door technische problemen.
Ook in het begin van 1951 was Ferrari succesvol. Zowel in Syracuse, Pau als in San Remo wisten ze als winnaar de race te beëindigen. Ferrari was zeer tevreden over hun motoren en stopte met de ontwikkeling, in de veronderstelling dat ze toch sterk genoeg zouden zijn om de titel van Alfa Romeo over te nemen.
Bij Alfa Romeo daarentegen was men hard aan het werk om met hun type ‘159’ nog sneller te worden dan met hun type ‘158’ De motor klom nu al tot 10.500 t/min en het vermogen was gestegen tot net boven de 400 PK. Om twee pitstops te vermijden had men extra benzinetanks gemonteerd rond de cockpit. Natuurlijk werden de wagens dan ook zwaarder, en was de handling van de wagen niet meer zo goed als het jaar voordien.
De
enige nog levende Masarati broers keerde officieel terug naar het
Wereldkampioenschap met een totaal nieuwe wagen. De broers hadden echter
het bedrijf Maserati verlaten. Ze vormden nu het bedrijf Officine
Specializate Construzione Automobile Fratelli Maserati. Kortweg werd dit
team
gelukkig OSCA genoemd. De wagen debuteerde pas laat op het seizoen. Het
chassis verschilde niet veel van het type 4CLT dat al ontworpen was in
1947. De wagen had een V12 motor van 4472cc.
Andere
tegenstanders van Alfa Romeo in 1951 waren uiteraard de privé
ingeschreven Maserati’s, de Talbot-Lago’s en de Simca-Gordini’s.
Ook de BRM V16, die bijna elke keer uitviel, de oude ERA’s evenals de
oude Alta’s en de HWM’s waren geregeld te zien tijdens de Grand
Prix’ die meetelden voor het Wereldkampioenschap F1 in 1951.
Het seizoen ging in totaal over acht races. De 500 mijl van Indianapolis was net zoals in 1950 weer een race meetellend voor het WK.
De
puntenverdeling bleef dezelfde als in 1950. Dit wil zeggen dat de eerste
vijf van elke race punten ontvingen. 8 voor de eerste, daarna 6,4,3, en
2 punten. De coureur die de snelste ronde reed kreeg 1 punt extra. Ook
dit seizoen kon men een wagen delen met twee of meer coureurs. De
behaalde punten werden gedeeld door het aantal coureurs die met de wagen
reden. De beste vijf resultaten telden mee voor het eindklassement.
Motor:
Maximum 1500cc met compressor of 4500cc atmosferisch
Puntenverdeling:
de eerste vijf kregen 8-6-4-3-2 punten.
De
snelste ronde kreeg 1 punt
De
beste 4 resultaten telden mee voor het Wereldkampioenschap.
Afstand:
Minimum 300 km of 3 uur
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken F1-Geschiedenis.be - 2004 |