HOME FORMULE 1 ANDERE AUTOSPORT MOTORSPORT FORUM VERHALEN UIT DE OUDE DOOS CONTACT

Overzicht Formule 1               Overzicht teams 

AGS

Statistieken

Opgericht in 

Frankrijk - 1970
Opgericht door Henri Julien
Actieve jaren 1986 tot 1991
Eerste Grand Prix ingeschreven Grand Prix van Italië 1986
Eerste Grand Prix gereden Grand Prix van Italië 1986
Laatste Grand Prix ingeschreven Grand Prix van Spanje 1991
Laatste Grand Prix gereden Grand Prix van Monaco 1991

Aantal Grand Prix ingeschreven

74

Aantal Grand Prix' deelgenomen

45
Aantal inschrijvingen alle wagens 124
Aantal Grand Prix' deelgenomen alle wagens 80
Aantal coureurs die voor AGS reden 10
Aantal motoren gebruikt door AGS 2
Aantal wagens gebruikt door AGS 8
Aantal keren niet gekwalificeerd 66
Aantal behaalde punten 2
Aantal ronden gereden 2.031
Aantal kilometer gereden 9.217

Info per seizoen

Details seizoen Team Coureurs Wagen Motor
1986 Jolly Club SpA Ivan Capelli AGS JH 21C Motori Moderni
1987 Team El Charro AGS Pascal Fabre AGS JH22 Ford
Roberto Moreno
1988 Automobiles Gonfaronaise Sportive Philippe Streiff AGS JH23 Ford
1989 Automobiles Gonfaronaise Sportive Yannick Dalmas AGS JH23B Ford
AGS JH24
Gabriele Tarquini AGS JH23B
AGS JH24
Joachim Winkelhock AGS JH23B
1990 Automobiles Gonfaronaise Sportive Yannick Dalmas AGS JH24 Ford
AGS JH25
Gabriele Tarquini AGS JH24
AGS JH25
1991 Automobiles Gonfaronaise Sportive Fabrizio Barbazza AGS JH25B Ford
AGS JH27
Olivier Grouillard AGS JH27
Stefan Johansson AGS JH25B
Gabriele Tarquini AGS JH25B
AGS JH27

Geschiedenis van het team

Henri Julien was vooraan in de twintig toen hij begon te werken in een garage met de naam ‘L’ avenir’ te Gonafor. Dat is een klein stadje ongeveer 40 kilometer ten noordoosten van Toulon in het Zuiden van Frankrijk. In zijn vrije tijd bouwde hij een éénzitter met als motor een aangepaste Simca. In 1950 begon hij met het racen in een wagen met een 500cc motor in lokale wedstrijden. Hij noemde de wagen de JH1 De wagen werd opgevolgd door een andere met een BMW motor van 500cc om in 1957 de JH3 te maken waarin de 850cc Panhard motor voorin lag.

In 1960 stopte hij met het bouwen van zijn wagens en kocht een Alpine Formule 3 wagen. Hij kon er niet mee overtuigen. Daardoor stopte hij zelf met racen in 1965. De oprichting van een nieuwe éénzitter competitie, Formule France genaamd, in 1968, spoorde hem aan om opnieuw een eigen éénzitter te bouwen. Hij richtte Automobiles Gonfaronnaise Sportives op en werkte er samen met Christian Vanderpleyn, die bij hem als leerjongen was begonnen in 1960. Hij bouwde de JH4. De coureur in 1969 was Francois Rabbione. Het volgende jaar reden ze de JH5. De coureurs waren Rabbione en Gerard Cerruti. Deze laatste finishte derde op het circuit van Paul Ricard.

In 1971 werd de serie omgedoopt tot Formule Renault en Julien bouwde de JH6. De coureur was Francois Guerre-Berthelot. De wagen won geen enkele wedstrijd, maar Guerre-Berthelot zette een paar keer de snelste ronde op de tabellen.

Daarop volgde verschillende ontwerpen voor zowel de Formule Renault als de Formule 3. Het succes kwam maar met mondjesmaat. Alain Jallot finishte vierde in Monaco in 1972 in de Formule Renault. Het jaar erop werd hij er zelfs derde. Het team slaagde er niet in een overwinning mee te pikken, maar op de autosportladder klommen ze wel. Ze reden in de Formule Super Renault en vanaf 1977 begonnen ook de resultaten zienderogen te verbeteren. Hun coureur was dan Richard Dallest. Hij reed in de JH14.

In 1978 ging Julien met zijn team over naar de Formule 2. Ze reden er met de JH15 aangedreven door een BMW motor. Als coureur huurde ze de diensten in van Dallest. Ook hier boekten ze niet meteen resultaten maar in 1980 won Dallest twee wedstrijden voor het Europees Kampioenschap in Pau en op Zandvoort. Dallest bleef ook in 1981 bij het team, maar voor 1982 werden er twee nieuwe beloftevolle jongeren aangeworven. Het waren Philippe Streiff en Pascal Fabre. Ze reden met de JH19's en eindigden beide enkele keren op het podium. Streiff finishte zesde in het kampioenschap met onder andere twee tweede plaatsen. In 1983 eindigde Streiff zelfs vierde in het kampioenschap en dat ondanks het verlies van sponsors als Motul en GPA. Gelukkig was er sponsor Fulvio Ballabio die het team voldoende financiële middelen gaf. Streiff bleef ook in 1984 bij het team, dankzij sponsor Gitanes, Elf en Blanchet Locatop. Hij won eindelijk zijn eerste F2 wedstrijd. In de laatste ronde van jet kampioenschap in Brands hatch was hij de snelste  in de herfst van 1984.     

Ivan Capelli in de AGS type JH21C

Wanneer in 1985 de F3000 werd opgericht, bleef Philippe Streiff bij het team, zonder dat hij echter veel successen bij elkaar reed. AGS besliste in 1986 dat het team in de F1 zou debuteren. Het voorzag het team van Danielson van een chassis. Het was weinig succesvol. De  AGS-Motori Moderni JH21C maakte zijn debuut tijdens de Grand Prix van Italië met Ivan Capelli als coureur. De wagen was gebouwd rond een oud Renault monocoque. De wagen slaagde er niet in aan de finish te komen in beide races waarin het deelnam in 1986. De wagen werd in de winter onder handen genomen. Hij werd uitgerust met een Ford Cosworth motor. Hij kreeg als naam de JH22 en als sponsor vond men kledingfabrikant Charro. Als coureur had men Pascal Fabre. Op het einde van het seizoen werd Pascal Fabre vervangen door Roberto Moreno. Het was de Braziliaan die de eerste WK punten voor het team AGS scoorde met een zesde plaats in Adelaïde

In 1988 had het team al een gebrek aan sponsors, maar Streiff kwam terug bij het team en liet met de JH23 enkele mooie dingen zien. In augustus werd het team enorm verzwakt doordat Vanderpleyn, zijn assistent Michel Costa en team manager Frederic Dhainhaut allen naar Coloni vertrokken.

Julien huurde Claude Galopin om de JH24 te ontwerpen. Joachim Winkelhock was naast Streiff de tweede rijder. Dit had hij te danken aan zijn sponsor Liqui Moly. In maart 1989 had Philippe Streiff een ongeval tijdens het testen in Rio De Janeiro. Hij werd daarbij volledig verlamd. Julien besliste om het team te verkopen aan de Franse zakenman Cyril De Rouvre.  Francois Guerre-Berthelot werd directeur voor het ontwikkelen terwijl Henri Cochin zich bezig ging houden met de dagelijkse leiding van het team. De Rouvre zorgde voor het sponsorgeld van de Franse elektriciteitsmaatschappij Faure terwijl Gabriële Tarquini Streiff kwam vervangen.

De JH24 verscheen pas tijdens de Grand Prix van Frankrijk in 1990 voor de eerste keer dat jaar.De vorige races werden afgewerkt me de wagen van het vorige seizoen. Daardoor was het team al afgegleden naar de pre-kwalificatie’s. Ondertussen was Winkelhock al vervangen door Yannick Dalmas. Maar noch hij, noch Tarquini konden zich dat jaar kwalificeren voor een race.

In de herfst van dat jaar werd er een herstructurering doorgevoerd bij het team. Costa kwam terug als hoofdontwerper. Hugues De Chaunac werd aangeworven als teamdirecteur terwijl Claude Rouelle hoofd werd van research en ontwikkeling. Het team werd gesponsord door het Parijse modehuis Ted Lapidus. Dalmas en Tarquini behielden het vertrouwen als coureurs. Het team verhuisde naar hun nieuwe fabriekshallen op het circuit Du Luc. Kort daarna begon het helemaal fout te lopen wanneer De Chaunac het team verliet. Ook Costa pakte zijn biezen. De JH25 was gelukkig een tamelijk goede wagen. De coureurs slaagden erin om zich af en toe eens te plaatsen voor de race. De beste klassering was een 9e plaats voor Dalmas tijdens de Grand Prix van Spanje.

Het was niet genoeg. Tijdens de winter werd het duidelijk dat het team in financiële problemen verkeerde. De JH26, het laatste ontwerp van Costa, werd nooit gebouwd, zodat Tarquini en Johansson het seizoen 1991 met de oude wagen begonnen. Er waren ook geruchten over een samensmelting tussen Larrousse en AGS. Wanneer de gesprekken op niets uitliepen, zocht het team via de rechter bescherming tegen zijn schuldeisers. Het team ging in vereffening. Het team werd gekocht door de Italiaan Patrizio Cantu en Gabriële Raffanelli. Vanderpleyn kwam terug bij AGS en hij werd bijgestaan door Mario Tolentino. De twee maakten in een recordtempo de JH27. Op het front van de coureurs werd Johansson vervangen door Fabrizio Barbazza. Noch hij, noch Tarquini slaagden erin de oude JH25 te kwalificeren voor een race.

De laatste creatie van AGS. Het  type JH27 met aan het stuur Gabriele Tarquini.

De JH27 was klaar in september, maar bleek eigenlijk geen verbetering ten opzichte van de JH25. Kort daarna sloot het team de deuren. De AGS wagens werden later verhuurd aan personen die wel eens het gevoel wilden kennen om met een F1 te rijden op het circuit van Le Luc. Dit bleek een succesvolle zaak te zijn in de komende jaren.

Idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken

F1-Geschiedenis.be - 2004

Webstats4U - Gratis web site statistieken
Eigen homepage website teller