Arrows is één van die teams die al
sinds mensenheugenis in de Formule 1 actief was. Het is het typische
team dat elk jaar beweerde dat de aansluiting met de top slechts nog
een kwestie van tijd is. Tweemaal stond het team klaar om de eerste
overwinning te gaan vieren. Het lot stak er echter op het laatste
ogenblik nog een stokje voor en dus is Arrows zonder
overwinning gebleven.
De geschiedenis van het team begint in 1977 tijdens een ruzie binnen
het Shadow team. Enkele van de hoofdrolspelers weigeren zich neer te
leggen bij de huidige gang van zaken en besluiten om zelf een nieuwe
renstal op te richten. Inspiratie voor de naam vinden ze in hun
eigen namen. Sponsor Franco Ambrosio levert de "AR", en
technisch directeur Alan Rees levert de tweede "R". Ex-
F1rijder Jackie Oliver zorgt voor de "O" en ontwerpers
Dave Wass en Tony Southgate brengen de eindletters
"W&S" aan. In een recordtempo van 53 dagen bouwen de
rebellen een nieuwe wagen om het seizoen mee aan te vangen. Het is
de Italiaan Ricardo Patrese die achter het stuur mag plaatsnemen.
Nochtans was het de bedoeling dat Gunnar Nilsson de wagen zou
besturen. Het is echter nooit zo ver mogen komen aangezien Nilsson
te horen kreeg dat hij aan kanker leed en daar een jaar later aan
overleed.
|
 |
|
De eerste
Arrows (type FA1) hier met Ricardo Patrese aan het stuur. |
De jonge, soms wat wilde, Patrese laat zien dat hij er wat van kan
en reeds in de tweede race van het team ligt hij aan de leiding.
Alles ziet er goed uit tot plots met nog vijftien ronden te gaan de
motor het begeeft. Pech maar Arrows bewijst dat het een team is om
rekening mee te houden. Dat onderstreept Patrese nog maar eens als
hij tweede eindigt in Zweden.
Toch verloopt hun debuutjaar niet vlekkeloos. Don Nichols, de baas
van Shadow beweert immers dat de Arrows een kopie is van het Shadow
ontwerp en daagt de debutanten voor de rechtbank. Nichols wint
bovendien de zaak en bij Arrows dient men alweer in een recordtempo
een nieuwe wagen te bouwen. Het lukt want tegen de volgende race
staat er een gloednieuw exemplaar aan de start. De rechtszaak was
echter niet het enige minpunt dat jaar. Ronnie Peterson komt op
Monza om het leven wanneer hij betrokken raakt in een zwaar ongeluk
met meerdere wagens. Toppiloten als James Hunt en Niki Lauda leggen
de schuld bij de jonge Patrese, die dan ook een schorsing oploopt
voor de volgende race.Ook in 1979 is Arrows weer een veel besproken
team. Dat hebben ze te danken aan hun nieuwe futuristische ontwerp,
de A2, maar ook aan de opvallende gouden kleur waarin hun wagens
geschilderd zijn. Een vraag van sponsor Warsteiner. Een mooie wagen
is echter nog geen snelle wagen en daar kunnen ook Patrese en
teammaat Jochen Mass niet veel aan verhelpen. Het team schakelt dan
ook al vlug weer over naar een meer conventionele wagen.
Wie in de jaren '80 succes wou kennen in de F1 moest over een goede
turbo motor beschikken en die had Arrows niet.De resultaten zijn dan
ook niet om naar huis over te schrijven op enkele uitzonderingen
zoals de tweede plaats van Thierry Boutsen in San Marino '85. Het
team raakt dan ook stilaan in de financiële problemen.
In 1987 krijgt Arrows steun van het Amerikaanse financiële bedrijf
USF&G. Met hun kapitaal worden BMW 10 cilinder turbomotoren
aangekocht die ze omdopen tot "Megatron". Eddie Cheever en
Derek Warwick mogen de A10 besturen en al snel blijkt dat de nieuwe
Arrows creatie best wel snel is. Alleen laat de betrouwbaarheid het
nogal eens afweten. Toch behalen beide piloten enkele mooie
resultaten. In 1988 behaalt het team z'n beste eindklassering ooit
wanneer ze vierde eindigen bij de constructeurs. De A11 verschilt
niet veel van z'n voorganger maar is wel betrouwbaarder en vooral
Warwick scoort regelmatig punten. Toch is het Cheever die in Monza
het podium mag beklimmen om de trofee voor de derde plaats te
ontvangen. In 1989 blinkt Arrows echter alweer uit door z'n
onbetrouwbaarheid. Het team kent slechts af en toe een succesje en
tegen het eind van het seizoen lukt het Cheever soms zelfs al niet
meer de wagen te kwalificeren.
|
 |
|
Footwork
A11B met Alex Caffi aan het stuur kon ook geen potten
breken. |
In 1990 begint Arrows aan een nieuw hoofdstuk dankzij de centen van
het Japanse koeriersbedrijf Footwork. De A11B is echter nog
onbetrouwbaarder dan zijn voorganger en veel succes valt er voor
piloten Alboreto en Caffi niet te rapen. In 1991 zakt het Arrows,
dat nu officieel Footwork heet, zo mogelijk nog dieper weg. De
Porsche krachtbron waar zo veel van verwacht werd, lost die
verwachtingen nooit in. De motor is veel te zwaar en veel te
zwak. De wagens verschijnen dan ook meer dan eens niet aan de start,
en Alboreto weet slechts tweemaal de finish te halen. Het jaar
daarop wordt de Italiaan bijgestaan door de Japanse rijder Aguri
Suzuki die het team ook van Mugen Honda motoren helpt voorzien. De
Japanse debutant doet het zeker niet slecht maar weet toch geen
punten te scoren. Alboreto doet dat wel. Ondanks die 6 punten houdt
hij het na dat seizoen voor gezien bij Footwork. Hij wordt vervangen
door Derek Warwick die naar het oude nest terugkeert. Een vierde
plaats en ettelijke crashes later stapt ook de Brit op en ook
teambaas Okashi houdt het voor gezien. Financiële problemen dwingen
hem zijn aandelen te verkopen en daar profiteren ex-teamchef Jackie
Oliver en z'n kompaan Alan Rees van. Toch blijft het team Footwork
heten om de Foca-centen niet te ontlopen. Ontwerper Alan Jenkins
schudt nog eens een competitief ontwerp uit zijn mouw en rijders
Gianni Morbidelli en Christian Fittipaldi laten mooie staaltjes
racen zien. Het team behaalt dat jaar 9 punten en in 1995 weet
Morbidelli in Australië zelfs een podiumplaats te versieren.
In 1996 denkt teambaas Jackie Oliver een goeie zaak gedaan te hebben
door Tom Walkinshaw bij het team te betrekken maar al snel neemt die
de leiding van het team over. De naam Arrows blijft wel behouden al
had Walkinshaw het maar wat graag anders gezien. Het seizoen start
goed wanneer Jos Verstappen enkele fraaie staaltjes van z'n kunnen
laat zien. Zo eindigt hij reeds in de tweede race van het jaar op
een mooie zesde plaats. Hij weet op dat moment echter nog niet dat
het daar bij zal blijven. Walkinshaw heeft grootse plannen en
besluit het '96 seizoen op te offeren om zich op 1997 te kunnen
concentreren. De resultaten gaan dan ook snel bergafwaarts.
Verstappen die denkt goed te zitten voor 1997, krijgt plots een koude
douche wanneer Walkinshaw de komst van regerend wereldkampioen Hill
aankondigt. De Nederlander komt bovendien ook niet meer in
aanmerking voor het tweede zitje want daar komt de rijke Braziliaan
Diniz te zitten. Exit Verstappen. De doorbraak waar teambaas
Walkinshaw op hoopt, blijft ook in 1997 uit. Het chassis en de motor
vallen te zwak uit en daar kan ook Damon Hill maar weinig aan
veranderen. Toch is het bijna raak wanneer Hill op de overwinning
lijkt af te stevenen in Hongarije. Een technisch probleem zorgt er
echter voor dat Hill in de laatste ronde alsnog Jacques Villeneuve
moet voorlaten. Ontgoocheld verlaat Hill dan ook het team. Als
vervanger trekt Walkinshaw de talentvolle Fin Mika Salo aan. Met een
Hart motor in plaats van de Yamaha weten Diniz en Salo toch enkele
punten te scoren. Het hoogtepunt van het seizoen komt er in Monaco
wanneer Salo een vierde plaats weet te behalen. Diniz verhuist naar
Sauber en lange tijd is het onzeker wie in 1999 voor het team zal
uitkomen. Net voor aanvang wordt Salo verrassend genoeg vervangen
door Toranosuke Takagi. Debutant Pedro De La Rosa krijgt het tweede
zitje aangeboden en weet in z'n debuutrace al onmiddellijk een
eerste punt te scoren. Het zal overigens bij dat ene puntje blijven.
Arrows heeft namelijk geen nieuw chassis ontworpen en ook de
zelfgemaakte motor kan de concurrentie niet bijhouden, bovendien
laat ook pas aangeworven financieel medewerker Prins Malik het team
al vlug weer in de steek.
De komst van enkele grote sponsors als Orange doet de lucht boven
het team even opklaren. Nu de financiële kant weer wat beter in
orde is kan er ook weer meer tijd aan de wagen gespendeerd worden en
dat lijkt al snel te lonen. De Arrows blijkt een vrij snel ontwerp
maar met de betrouwbaarheid is het echter iets minder gesteld. De la
Rosa en Verstappen zien dan ook een pak punten verloren gaan. Toch
scoort Jos een mooie 4de plaats in Canada. Later voegt hij daar nog
een puntje aan toe en ook Pedro weet te scoren. Het team is aan het
eind van het jaar dus wel tevreden maar toch vliegt De la Rosa aan
de deur. Alweer zo'n typische Walkinshaw-move waarover ook Jos weet
over mee te spreken.
Jos is echter ook in 2001 weer van de partij en krijgt dankzij de
sponsorgelden van Red Bull Bernoldi naast zich. Samen moesten ze
optimaal gebruik gaan maken van de nieuwe Asiatech motor die
achterin de Arrows lag, maar veel leverde die niet op. Punten scoren
zat er bijna niet in en het was enkel dankzij de fenomenale starts
van Jos dat het toch nog gebeurde. Vooral in Maleisië schitterde
Jos maar dat werd niet beloond met punten. Toch was er ook goed
nieuws te horen bij Arrows. Het team krijgt in 2002 immers de
Cosworth motoren en Jos had al vrij vlug een contract te pakken. Al
weet je met Walkinshaw natuurlijk maar nooit...
 |
|
De
laatse race van Arrows in Duitsland 2002.
Hier
de Arrows A23 met Heinz-Harald Frentzen aan het stuur |
In 2002 begon het team met Verstappen en Bernoldi aan het seizoen.
Het had ook de beschikking over de Cosworth V10 motoren. Verstappen
scoorde het enige WK punt van dat seizoen in de GP van Oostenrijk.
Later werd de Nederlander bedankt voor bewezen diensten en vervangen
door Heinz-Harald Frentzen. Deze was vrij omdat Prost Grand Prix
opgedoekt was. Helaas kwam er ook aan de geschiedenis van Arrows een
einde, want het team had geen geld meer. Het deed de laatse Grand
Prix eigenaardige dingen. Zo mochten hun coureurs zich niet
kwalificeren tijdens de Grand Prix van Frankrijk omdat het geld op
was. Ze waren gans het weekeinde wel aanwezig en reden tijdens de
kwalifcatie twee rondjes om een boete van de FIA te vermijden.
Helaas vonden ze geen nieuwe sponsor en werden op het einde van het
jaar failliet verkaard.
|