HOME FORMULE 1 ANDERE AUTOSPORT MOTORSPORT FORUM VERHALEN UIT DE OUDE DOOS CONTACT

Overzicht Formule 1               Overzicht teams 

BMW

Statistieken

Opgericht in 

Duitsland  - 1916
Opgericht door ?
Actieve jaren 1952 tot 1953
Eerste Grand Prix ingeschreven Grand Prix van Duitsland 1952
Eerste Grand Prix gereden Grand Prix van Duitsland 1952
Laatste Grand Prix ingeschreven Grand Prix van Duitsland 1953
Laatste Grand Prix gereden Grand Prix van Duitsland 1953
Aantal coureurs die voor BMW reden 5
Aantal motoren gebruikt door BMW 1
Aantal wagens gebruikt door BMW 1

Aantal Grand Prix' ingeschreven

2

Aantal Grand Prix deelgenomen

2
Aantal inschrijvingen alle wagens 7
Aantal Grand Prix' deelgenomen alle wagens 6
Aantal keren niet gestart 1
Aantal ronden gereden 58
Aantal kilometer gereden 1.323

Info per seizoen

Details seizoen Team Coureurs Wagen Motor
1952 Marcel Balsa Marcel Balsa BMW BMW 2.0 L6
Bernd Nacke Bernd Nacke
Willi Krakau Harry Merkel
Ernst Klodwig Ersnt Klodwig
Rudolf Krause Rudolf Krause
1953 Dora Greifzu Rudolf Krause BMW BMW 2.0 L6
Ernst Klodwig Ernst Klodwig

Geschiedenis van het team

Het verhaal van BMW begint in 1922 toen twee bedrijven (Bayerische Flugzeugwerke AG en Rapp Motoren Werke ) gevestigd in Munchen en actief in de luchtvaartsector samensmelten tot Bayerische Motoren Werke AG. Zes jaar later verwierf het bedrijf Dixi Werke, een autobedrijf en begint het met het bouwen van de Austin Sevens onder een Britse licentie. In 1934 begon BMW met het bouwen van zijn eigen wagens. Het duurde tot het einde van de jaren '30, met de bouw van de BMW 328, dat het bedrijf ook interesse in de autosport kreeg. De 328 zorgde voor goede prestaties in Le Mans in 1939 en won in 1940 de Mille Miglia. Het was de start van een lange autosportgeschiedenis in het sportcar racen met verschillende successen.

 

Eénzittes waren bij BMW echter een rariteit. Onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog werd de 328 als basis gebruikt door vele Duitse racecoureurs. Ze waren gekend als BMW Specials (of BMW Eigenbau). Er werd mee geracet, met veel succes trouwens,  in verschillende Formule 2 evenementen op het einde van de jaren '40 en het begin van de jaren '50. Op het moment dat de constructie van kleine eenzitters die de BMW motor gebruikten aan belang won, werd de lijn tussen de BMW's en de prototypes die een BMW motor gebruikten erg dun. De best gekende constructeurs die gebruik maakten van een BMW motor waren: Veritas (tot het bedrijf zijn eigen motoren bouwde), AFM (daarna maakten ze gebruik van een Kuchen V8 motor) en Jicey. De racers die met een Eigenbau reden waren Balsa en de Oost-Duitse coureurs, waaronder Paul Greifzu. In 1952 waren de wagens echter zo ver ontwikkeld in het Westen dat de BMW Specials niet meer meekonden, al waren ze nog wel succesvol in Oost-Duitsland. In datzelfde jaar waren de reglementen voor het wereldkampioenschap F1 eigenlijk deze van de F2. Verschillende BMW Specials reden dan ook mee in de Internationale wedstrijden zoals de Eifelrennen en de Grand Prix des Frontières in Chimay. Tijdens de Grand Prix van Duitsland kwam Balsa aan de start, net als een dozijn andere coureurs die gebruik maakten van een BMW motor. Het Veritas chassis bleek trouwens het meest succesvolle te zijn. Fritz Reiss en Toni Ulmen eindigende respectievelijk op een zevende en achtste plaats.

 

De BMW-Eigenbau hier in actie tijdens de GP van Duitsland in 1952

 

De BMW Specials bleven actief in de F2 klasse tot op het moment dat de klasse werd afgeschaft in 1955. De nieuwe F2 klasse (vanaf 1956) werd gedomineerd door Coventry Climax motoren terwijl het management van BMW het wel een beetje gehad had met de racerij. En dit ondanks de inspanningen van Alex Von Falkenhausen. Op het einde van de jaren '50 kwam er echter een nieuwe management aan het bewind en BMW begon aan een serie successen in het Touring Car Racen. Bij de introductie van de nieuwe 1600cc F2 regels in 1967 bouwde BMW een motor voor het Lola 100 chassis met als coureurs Jo Siffert en Hubert Hahne. Ze eindigden vierde in de Eifelrennen in dat jaar, maar voor de rest konden ze niet veel klaarmaken. In 1968 ging de meeste tijd naar het ontwerpen en ontwikkelen van het nieuw Lola chassis. Ook deze wagen (Lola 102) werden door Jo Siffert en Hubert Hahne bestuurd. Ze reden bij hun debuut, tijdens de wedstrijd op de Hockenheimring, zelf aan de leiding. Enkele dagen later eindigde Siffert op een mooie vierde plaats tijdens de race op Albi. Hahne kwam in deze wagen ook aan de start van de GP van Duitsland.

 

Het seizoen 1969 werd aangevangen met het nieuwe M12 motorblok gelegen in de Lola 102 met nog steeds Siffert en Hahne als coureurs. Er was nu ook een derde wagen die bestuurd werd door onder andere Mitter, Quester en nog enkele andere coureurs. In juni van dat jaar kwam BMW met een eigen chassis op de proppen, de BMW 269 en Quester had de eer om met deze wagen te mogen rijden in Hockenheim. Vervolgens lieten ze het  Lola chassis vallen om de ontwikkeling van het eigen chassis te versnellen. Tijdens de F2 race van Hockenheim kwam Mitter echter om het leven toen hij een wiel van zijn wagen verloor. Daardoor liep de ontwikkeling wel wat vertraging op.

 

Het programma ging echter verder en Quester kreeg een belangrijker deel van het ontwikkelingsprogramma voor zijn rekening geschoven. Op het einde van dat jaar werd hij tweede tijdens een race op het vliegveld van Neubiberg, kort bij Munchen. In 1970 werd er nog uitgebreid en kwam men aan de start met niet minder dan vier fabriekswagens. De coureurs waren Siffert, Hahne, Quester en Ickx. Men kwam aan de start met de nieuwe BMW 270. Alle coureurs wonnen dat jaar trouwens minstens één race! Quester eindigde op een mooie vierde plaats in het Europees Kampioenschap en won bovendien ook nog eens de befaamde wedstrijd op Macau. Het laatste jaar onder de toenmalige reglementering van de F2 deed BMW niets speciaals meer. Ze leverden gewoon de motoren aan Quester die gebruik maakte van een chassis van Eiffelland March. Toen de nieuwe reglementen in voege traden, sloeg BMW een jaartje over, maar in 1973 voorzagen ze het March fabrieksteam van motoren. De coureurs waren Jean-Pierre Beltoise en Jean-Pierre Jarier. Ook leverden ze motoren aan heel wat 'klantenteams' zoals het team van de gebroeders Brambilla, het BETA Racing Team en Brian Lewis Racing. Jarier won de titel. BMW bleef motoren leveren tijdens de rest van de jaren '70, met veel succes trouwens tot op het moment de F2 werd geannuleerd op het einde van het seizoen '84. BMW was ondertussen ook succesvol in de Procar races in 1979 en 1980. De nieuwe directeur van BMW Motorsport, Jochen Neerpasch probeerde de beheerraad te overtuigen om een turbo motor voor de Formule 1 te ontwikkelen, maar zijn plannen werden afgekeurd. Daarop verliet hij BMW om zijn geluk te beproeven bij Talbot. In 1980 veranderde de beheerraad dan toch van gedachte door Dieter Stappert. Het team kondigde een turbo motor aan die ze zouden gaan leveren aan het Brabham team. Op het einde van 1980 werd de motor voor het eerst getest en in 1982 begon het avontuur met Brabham pas echt. In Canada was het al prijs en won Nelson Piquet de Gran Prix. De Brabham met BMW motor won nog 8 GP's en de wereldtitel voor Piquet in 1983. Op het einde van 1986 trok BMW zich echter terug uit de Formule 1. Ze verkochten de rechten van hun motor aan Megatron die deze motor nog gebruikten in 1987 en 1988.

 

Nelson Piquet in de Brabham BT50 aangedreven door een BMW turbomotor

 

BMW Motorsport concentreerde zich daarna vooral terug op Touring Cars al waren er wel pogingen om terug te keren in de Formule 1. Ze leverden motoren aan het succesvolle McLaren GT programma midden de jaren 1990. In 1997 kondigde ze echter een terugkeer naar de F1 aan. Ze zouden motoren gaan leveren aan het Williams F1 team. In 2000 verscheen de Williams-BMW voor het eerst aan de start en al snel bleek dat de BMW motor één van de krachtigste van het veld was. In 2003 was het Williams team eigenlijk het beste team en moesten ze de constructeurstitel gewonnen hebben. De relatie tussen Williams en BMW geraakte gaande weg de jaren wat verzuurd en midden het seizoen 2005 bereikte BMW een overeenkomst met het Sauber team om het team over te kopen.

 

In 2006 scoorde het team toch al 36 WK punten met als beste resultaat een mooie derde plaats van Nick Heidfeld tijdens de GP van Hongarije.

BMW Sauber had de ambitie om in 2007 enkele malen een podiumplaats te veroveren, hetgeen is gelukt en waarmee de tweede plaats in het wereldkampioenschap constructeurs is behaald. Dit was het hoogste resultaat wat ze behaalden in hun bestaan.

 

Het dichten van het gat naar de twee topteams (Ferrari en McLaren) en het winnen van een Grand Prix was de doelstelling voor 2008. Met twee tweede plaatsen in de eerste twee races, de eerste poleposition in de Grand Prix van Bahrein en de eerste zege ooit voor Robert Kubica en BMW Sauber in de Grand Prix van Canada is het team hierin al snel in het seizoen geslaagd. De eerste zege in Canada was extra feestelijk door de tweede plaats van Nick Heidfeld.

 

Aan de start van het seizoen 2009 wilde BMW de wereldtitel behalen. Door tegenvallende resultaten, en de kredietcrisis, heeft het team echter besloten om zich na het seizoen terug te trekken uit de Formule 1. BMW Sauber is hiermee het tweede team dat zich vanwege de slechte resultaten van het bovenliggende autoconcern terugtrekt, het team van Honda trok zich reeds aan het begin van het seizoen 2009 terug. Ook een derde constructeur Toyota trok zich eind seizoen 2009 terug uit de Formule 1. Op 27 november 2009 werd bekendgemaakt dat BMW het team heeft terug verkocht aan Peter Sauber. Deze bereikte een overeenkomst met Ferrari om zo de BMW motor te vervangen.

Idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken

F1-Geschiedenis.be - 2004

Webstats4U - Gratis web site statistieken
Eigen homepage website teller