HOME FORMULE 1 ANDERE AUTOSPORT MOTORSPORT FORUM VERHALEN UIT DE OUDE DOOS CONTACT

Overzicht Formule 1               Overzicht teams 

BRM

Statistieken

Opgericht in 

Groot-Brittannië 1945
Opgericht door Raymond Mays
Actieve jaren 1951 - 1956 tot 1977
Aantal keren wereldkampioen 1 (1962)
Eerste Grand Prix ingeschreven Grand Prix van Groot-Brittannië 1951
Eerste Grand Prix gereden Grand Prix van Groot-Brittannië 1951
Laatste Grand Prix ingeschreven Grand Prix van Italië 1977
Laatste Grand Prix gereden Grand Prix van Zuid-Afrika 1977
Aantal coureurs die voor BRM reden 71
Aantal motoren gebruikt door BRM 2
Aantal wagens gebruikt door BRM 25

Aantal Grand Prix' ingeschreven

207

Aantal Grand Prix deelgenomen

197
Aantal inschrijvingen alle wagens 562
Aantal Grand Prix' deelgenomen alle wagens 522
Aantal keren niet gekwalificeerd 19
Aantal keren niet voorgekwalificeerd 1
Aantal keren niet gestart 19
Aantal overwinningen 17
Aantal pole posities 11
Aantal snelste ronden 15
Aantal behaalde punten 537,5
Aantal podiumplaatsen 61
Aantal races gestart van op de eerste rij 51
Aantal ronden gereden 23.760
Aantal kilometer gereden 120.793
Aantal ronden op kop gereden 1.347
Aantal kilometer aan kop gereden 6.101
Aantal Grand Prix' aan kop gereden 40

Info per seizoen

Details seizoen Team Coureurs Wagen Motor
1951 BRM Ltd Reg Parnell BRM P15 BRM 1.5 V16
Peter Walker
Ken Richardson
Hans Von Stuck
1952

Reed geen Formule 1

1953 Reed geen Formule 1
1954 Reed geen Formule 1
1955 Reed geen Formule 1
1956 Owen Racing Organisation Mike Hawthorn BRM P25 BRM 2.5 L4
Tony Brooks
Ron Flockhart
1957 Owen Racing Organisation Ron Flockhart BRM P25 BRM 2.5 L4
Roy Salvadori
Herbert Mackay-Fraser
Jack Fairman
Les Leston
1958 Owen Racing Organisation Jean Behra BRM P25 BRM 2.5 L4
Jo Bonnier
Ron Flockhart
Harry Schell
Maurice Trintignant
1959 Owen Racing Organisation Harry Schell BRM P25 BRM 2.5 L4
Jo Bonnier
Ron Flockhart
British Racing Partnership Stirling Moss
Hans Herrmann
1960 Owen Racing Organisation Jo Bonnier BRM P25 BRM 2.5 L4
BRM P48
Graham Hill BRM P25
BRM P48
Dan Gurney BRM P48
1961 Owen Racing Organisation Tony Brooks BRM P48/57 Climax 1.5 L4
Graham Hill
1962 Owen Racing Organisation Graham Hill BRM P57 BRM 1.5 V8
Richie Ginther BRM P48/57
BRM P57
Bruce Johnstone BRM P48/57
Ecurie Galloise Jackie Lewis BRM P48/57
1963 Owen Racing Organisation Graham Hill BRM P57 BRM 1.5 V8
BRM P61
Richie Ginther BRM P57
Scuderia Centro Sud Lorenzo Bandini BRM P57
Maurice Trintignant
Moises Solana
1964 Owen Racing Organisation Richie Ginther BRM P261 BRM 1.5 V8
Graham Hill
Richar Attwood BRM P67
Scuderia Centro Sud Tony Maggs BRM P57
Giancarlo Baghetti
Maurice Trintignant Maurice Trintignant BRM P57
1965 Owen Racing Organisation Graham Hill BRM P261 BRM 1.5 V8
Jackie Stewart
Scuderia Centro Sud Lucien Bianchi BRM P57
Willy Mairesse
Masten Gregory
Roberto Bussinello
Giorgio Bassi
1966 Owen Racing Organisation Graham Hill BRM P261 BRM 1.9 V8
BRM 2.0 V8
BRM P83 BRM 3.0 H16
Jackie Stewart BRM P261 BRM 1.9 V8
BRM 2.0 V8
BRM P83 BRM H16
Team Chamaco Collect Bob Bondurant BRM P261 BRM 1.9 V8
Vic Wilson
Bernard White Racing Innes Ireland BRM P261 BRM 2.0 V8
1967 Owen Racing Organisation Jackie Stewart BRM P83 BRM 3.0 H16
BRM P261 BRM 2.1 V8
BRM P115 BRM 3.0 H16
Mike Spence BRM P83 BRM 3.0 H16
Reg Parnell Racing Piers Courage BRM P261 BRM 2.0 C8
Chris Irwin BRM P261 BRM 2.0 V8
BRM 2.1 V8
BRM P83 BRM 3.0 H16
Bernard White Racing David Hobbs BRM P261 BRM 2.0 V8
1968 Owen Racing Organisation Pedro Rodriguez BRM P126 BRM 3.0 V12
BRM P133
BRM P138
Mike Spence BRM P115 BRM 3.0 H12
Richard Attwood BRM P126 BRM 3.0 V12
Bobby Unser BRM P126 BRM 3.0 V12
BRM P138
Reg Parnell Racing Piers Courage BRM P126 BRM 3.0 V12
Bernard White Racing Frank Gardner BRM P261 BRM 3.0 V12
1969 Owen Racing Organisation John Surtees BRM P138 BRM 3.0 V12
BRM P139
Jackie Oliver BRM P133
BRM P138
BRM P139
Bill Brack BRM P138
George Eaton BRM P138
BRM P139
Reg Parnell Racing Pedro Rodriguez BRM P126
1970 Yardley Team BRM Pedro Rodriguez BRM P153 BRM 3.0 V12
Jackie Oliver
George Eaton
Owen Racing Organisation Jackie Oliver BRM P153 BRM 3.0 V12
Pedro Rodriguez BRM P153
George Eaton BRM P139
1971 Yardley Team BRM Pedro Rodriguez BRM P160 BRM 3.0 V12
Jo Siffert BRM P153
BRM P160
Howden Ganley BRM P153
BRM P160
Vic Elford BRM P160
Helmut Marko BRM P153
Peter Gethin BRM P160
1972 Marlboro BRM Howden Ganley BRM P160B BRM 3.0 V12
BRM P180
Reine Wisell BRM P153
BRM P160B
Peter Gethin BRM P160B
BRM P180
Jean-Pierre Beltoise BRM P160B
BRM P160C
Vern Schuppan BRM P153B
Jackie Oliver BRM 160B
Austria Marlboro BRM Helmut Marko BRM P153 BRM 3.0 V12
BRM P153B
BRM P160
Espana Marlboro BRM Alex Soler-Roig BRM P160B BRM 3.0 V12
1973 Marlboro BRM Jean-Pierre Beltoise BRM P160D BRM 3.0 V12
BRM P160E
Niki Lauda BRM P160C
BRM P160D
BRM P160E
Clay Regazzoni BRM P160D
BRM P160E
Peter Gethin BRM P160E
1974 Team Motul BRM Jean-Pierre Beltoise BRM P160E BRM 3.0 V12
BRM P201
Henri Pescarolo BRM P160E
BRM P201
François Migault BRM P160E
BRM P201
Chris Amon BRM P201
1975 Stanley BRM Mike Wilds BRM P201 BRM 3.0 V12
Bob Evans
1976 Stanley BRM Ian Ashley BRM P201B BRM 3.0 V12
1977 Rotary Watches Stanley BRM Larry Perkins BRM P207 BRM 3.0 V12
BRM P201B
Conny Andersson BRM P207
Guy Edwards BRM P207
Stanley BRM Teddy Pilette BRM P207 BRM 3.0 V12

Geschiedenis van het team

Britisch Racing Motors was het hersenspinsel van Raymond Mays en werd opgericht in 1947 in Bourne. Hun eerste creatie, het type 15, werd ontworpen door Peter Berthon en werd aangedreven door een V16 motor met compressor. Het project kreeg vooraf heel wat publiciteit om hun geavanceerde techniek, maar na de eerste problemen werden ze uitgelachen door de autosportfans.

Het prototype werd getest vanaf 1949 en verscheen voor de eerste keer tijdens de International Trophy in Silverstone in augustus 1950. Raymond Mays en Raymond Sommer waren de coureurs van dienst. Helaas bleek de wagen van Mays niet raceklaar te zijn en Raymond Sommer moest al opgeven in de start.

Een maand later reed Reg Parnell de wagen naar de overwinning tijdens de Goodwood Trophy en op het einde van oktober reden Parnell en Walker tijdens de Penya Rhin Grand Prix. Beide moesten echter de strijd staken met mechanische problemen.

Daarna verdwenen de wagens enige tijd van het toneel tot juli 1951 wanneer Parnell en Walker waren ingeschreven voor de Grand Prix van Groot-Brittannië. Ze eindigden op een mooie vijfde en zevende plaats, al had Parnell wel vijf ronden achterstand op de winnende Alfa Romeo en Walker was zelfs nog een ronde achter Parnell. Het team, waar ondertussen ingenieur Ken Richardson de plaats had ingenomen van Walker, schreef zich ook in voor de GP van Italië, maar geen van beide wagens kon zich kwalificeren.
 

De eerste Grand Prix met aan het stuur Reg Parnell

In de winterperiode werd er getest met niemand minder dan Juan-Manuel Fangio en Froilan Gonzalez, maar door het gebrek aan concurrentie voor Ferrari in de F1, beslisten vele organisatoren dat hun races enkel voor F2 wagens open stonden. Voor de F1 wagens bleven er maar een paar races over. Fangio en Gonzalez reden voor BRM op Albi, zonder succes trouwens, want ze moesten beiden de strijd staken. In de Ulser Trophy in Dundrod reden Fangio en Moss, maar ook hier moesten beide coureurs de strijd staken. Ook namen Gonzalez en Ken Wharton nog deel aan de race in Boreham.

Ondertussen was het team overgenomen door de industrieel Sir Alfred Owen. De officiële naam van het team veranderde in Owen Racing Organisation, maar de wagens waren nog steeds bekend onder de naam BRM.

In 1953 waren er slechts een handvol F1 races en Gonzalez en Fangio reden opnieuw voor BRM in Albi. Gonzalez werd er trouwens knap tweede. Daarna verschenen de wagens alleen nog in races voor de 'Formula Libre'.

De volgende Grand Prix wagen, de P25, verscheen pas tijdens de Daily Telegraph Grand Prix 1955 op het circuit van Aintree. De wagen was uitgerust met een nieuwe 2.5 liter motor ontworpen door Stuart Tresilian terwijl Colin Chapman verantwoordelijk was voor de ophanging. Peter Collins was de coureur bij het debuut maar crashte tijdens de kwalificatie en kon daardoor niet deelnemen aan de race. Collins was weer parat voor de race op het circuit van Oulton (Gold Cup), maar moest opgeven met een motorprobleem.

In 1956 waren Tony Brooks en Mike Hawthorn de coureurs tijdens de F1 races in Groot-Brittannië. Brooks eindigde tweede in de BARC race in Aintree. Voor de GP van Monaco slaagde geen van beide coureurs er in zich te kwalificeren voor de race. Tijdens de GP van Groot-Brittannië kregen de vaste coureurs het gezelschap van Ron Flockhart. Geen van de drie wagens wist echter de finish te halen en daarna werden de wagens niet meer gezien in F1 races. Voor het seizoen 1957 kreeg Flockhart het gezelschap van Roy Salvadori. Flockhart wist zich deze keer wel te kwalificeren voor de GP van Monaco maar moest de strijd staken in de race. Voor de GP van Frankrijk kreeg Flockhart dan weer het gezelschap van Herbert MacKay, maar geen van beide coureurs kwamen aan de eindstreep. Voor de GP van Groot-Brittannië waren Jack Fairman en Les Leston dan weer de coureurs voor BRM. Beide moesten de strijd staken met een probleem aan de motor. Twee weken later bestuurden Jean Behra en Harry Schell de wagens tijdens de GP van Caen. De kleine Fransman won de race en deed dat nog eens over tijdens de International Trophy. Zijn teamgenoten Schelle en Flockhart eindigde daar trouwens tweede en derde.

Tijdens de Modena GP verscheen BRM met Flockhart en Bonnier, maar beide staakten de strijd. Het seizoen eindigde met Maurice Trintignant die al derde eindigde in de GP van Marokko in Casablanca.

In 1958 kwam BRM aan de start met een doorontwikkeling van de P25 met als coureurs Behra, Schell, Flockhart, Bonnier en nog enkele andere. Eindelijk werd het team een regelmatige deelnemer aan de WK Formule 1. Er werden enkele knappe resultaten neergezet, maar tot overwinningen kwam het niet. Het team eindigde op een mooie vierde plaats in het Wereldkampioenschap voor constructeurs dat voor het eerst werd georganiseerd dat seizoen.

In 1959 werd dan weer een slecht jaar voor BRM. Het ging er zelfs zo slecht aan toe dat Sir Alfred Owen een wagen aan BRP (Britisch Racing Partnership) in bruikleen gaf in de hoop dat dit privé team beter zou presteren met zijn wagens. Het fabrieksteam reageerde echter met een overwinning in de GP van Nederland in de maand mei met Jo Bonnier. Flockhart won op het einde van het seizoen ook nog de Silver City Trophy in Snetterton.

Jo Bonnier wint in een BRM 25 de eerste Grand Prix voor het team

Voor het volgende seizoen bouwde het team de nieuwe P48 maar hun coureurs Dan Gurney, Graham Hill en Jo Bonnier kregen af te rekenen met diverse technische problemen en scoorde in 1960 nauwelijks punten.

In 1961 kreeg Hill het gezelschap van Brooks, maar het team worstelde met de dominantie van Ferrari. De enige zege van het seizoen kwam op naam van Tony Marsh die in zijn privé BRM de Lewis-Evans Trophy won op het circuit van Brands Hatch.

Op het einde van het jaar vroeg Sir Alfred Owen niet meer of niet minder dan dat zijn team in 1962 zou races winnen. Indien dit niet zou lukken, zou hij zijn team opdoeken. De nieuwe P57 werd ontworpen door Tony Rudd en had een V8 motor die ontworpen was door Peter Berthon en verder ontwikkeld door Aubrey Woods. Graham Hill kreeg als coureur het gezelschap van Richie Ginther. Hill won Glover Trophy in Goodwood in april en een maand later ook de International Trophy. Het wereldkampioenschap begon hij eveneens met een overwinning tijdens de GP van Nederland. Hij ging op zijn elan door en won ook de GP van Duitsland, Italië en Zuid-Afrika. Hij werd dat jaar trouwens ook de wereldkampioen en BRM werd wereldkampioen bij de constructeurs!

Voor 1963 bleef de samenstelling van het team onveranderd. BRM begon nu ook met het leveren van motoren aan andere teams zoals er waren: BRP, Scuderia Centro Sud, Scuderia Filipinetti, Scirocco-Powell Racing, Rhein-Ruhr Racing en nog enkele andere. Graham Hill won de GP van Monaco en deze van de USA in Watkins Glen, maar kon niet optornen tegen de Lotus van Jim Clark die op overtuigende wijze wereldkampioen werd. Hill eindigde tweede in het wereldkampioenschap.

Ook voor het seizoen 1964 wijzigde er niets aan de rijderbezetting van BRM. En ook het leveren van motoren ging gewoon verder. De nieuwe P261 was ook ontworpen door Tony Rudd. Het was een goede wagen want Graham Hill wist er de GP van Monaco en USA (Watkins Glen) mee te winnen. Net als in 1963 trouwens. Ook dit seizoen werd hij tweede in het wereldkampioenschap, maar ditmaal achter Surtees.

In 1965 kreeg Hill het gezelschap van Jackie Stewart. De ouders wagens van BRM werden ter beschikking gesteld van het team Scuderio Centro Sud met hun coureurs Masten Gregory en Ludovico Scarfiotti. Stewart won de International Trophy en de Italiaanse Grand Prix terwijl Hill wederom wist te winnen in Monaco en Watkins Glen. BRM werd tweede in het Wereldkampioenschap na Lotus en Hill werd eveneens tweede na Clark. BRM won ook de GP 'Mediterranean' op het circuit van Enna, al was het wel met Jo Siffert aan het stuur van een Rob Walker Brabham aangedreven door een BRM krachtbron.

De BRM 261

De nieuwe 3 liter Formule 1 begon in 1966 en BRM ontwierp een H16 motor en het P83 chassis. Het chassis was erg laat klaar, zwaar en helemaal niet competitie. BRM leverde motoren aan het team van Lotus maar de enige overwinning van dat seizoen kwam van Jim Clark in de GP van USA.

Hill verliet BRM en ging zijn geluk beproeven bij Lotus. Stewart kreeg in 1967 dan Mike Spence als teamgenoot. Oudere wagens werden geleverd aan Reg Parnell voor zijn coureurs Chris Irwin en Piers Courage. Lotus begon het seizoen met de BRM H16 motor maar al snel maakte ze de overstap naar de Cosworth DFV. In 1968 had BRM een nieuw chassis, de P126, ontworpen door Len Terry en de nieuwe V12 motor ontworpen door Geoff Johnson. Pedro Rodriguez kreeg al snel de nieuwe P133 maar Richard Attwood en de andere worstelden verder in de P126. Rodriguez reed aan de leiding tijdens de GP van Spanje en eindigde mooi tweede tijdens de GP van België. Op het einde van het seizoen kwam BRM nog met de P138 maar ook deze wagen was niet succesvol.

In 1969 ging het een beetje beter met BRM en hun coureurs John Surtees en Jackie Oiliver. De nieuwe P139 was weer erg laat klaar en niet competitief. Midden het seizoen arriveerde dan Tony Southgate van Eagle en hij werd er hoofd van de afdeling chassis samen met ontwerpers Amec Osborne en Peter Wrigt terwijl Aubrey Woods het hoofd van de motorafdeling werd. Hij werkte er samen met Geoff Johnson.

Southgate zijn eerste product was de P153, uitgerust met een nieuwe V12 motor (ontworpen door Woods). BRM had ondertussen sponsorsgeld van Yardley en Rodirguez en Oliver waren hun rijders. Tijdens de GP van België slaagde Rodiguez er in nog een een overwinning (de eerste in vier jaar) voor BRM te behalen. Ongeveer net op dat moment gaf Sir Alfred Owen de controle over het team over aan zijn zus die getrouwd was met Louis Stanley.

In 1971 kwam BRM met de P160 en won de GP van Oostenrijk en Italië met Siffert en Gethin respectievelijk aan het stuur. Zowel Rodriguez als Siffert verongelukten dat jaar, Siffert zou trouwens de enige coureur zijn die in een BRM stierf. Het team eindigde mooi tweede in het wereldkampioenschap voor constructeurs. De P180 kwam in 1972 met als sponsor Marlboro. De wagen was echter geen succes en een doorontwikkeling van de P160 verscheen al snel waarmee Jean-Pierre Beltoise de overwxinning pakte in de GP van Monaco.

Van het type P160 bleven nog enkele doorontwikklede versies verschijnen tot 1971 terwijl het team afgleed naar de zwakkere teams in de F1. Het team ging verder met Rubery Owen als sponsor tot zijn dood in 1974 en op het einde van het seizoen was het team failliet. Het team werd echter terug opgestart als Stanley BRM en Mike Pilbeam werd aangesteld om de P201 te ontwerpen. Af en toe verscheen het team nog aan de start in 1976 maar op het einde van het jaar verkondigde Louis Stanley dat BRM in 1977 terug een volledig seizoen zou meedraaien in het F1-circus. Len Terry ontwierp de P207 en de coureurs waren Larry Perkins en Teddy Pilette. De wagen was echter geen succes en het team stopte op het einde van het seizoen.

En plots in 1979 was er een poging om terug te keren in de F1. Er was een nieuwe wagen, de P230, maar na enkele testritten, die een flop waren, werd toch maar afgezien van een comeback.

De laatste creatie van BRM, de P230 werd een gigantische flop

Idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken

F1-Geschiedenis.be - 2004

Webstats4U - Gratis web site statistieken
Eigen homepage website teller