De firma British Racing Partnership werd gesticht door de vader (Alfred) en de manager (Ken Gregory) van Stirling Moss.Stirling zelf had contractuele verplichtingen met andere teams en zo werd het doel van BRP om hem te voorzien van een goede wagen, eens hij vrij zou zijn. Ondertussen zouden ze ook de kans geven aan jonge Britse talenten om hun kunsten te vertonen en op te klimmen in de hiërarchie. Het team gaf in eerste instantie de kans aan Tommy Bridger en Stuart Lewis-Evans. Ze reden in een Cooper-Climax F2 wagen in verschillende F1 en F2 wedstrijden in 1958. Ze namen wel niet deel aan F1 wedstrijden die meetelden voor het wereldkampioenschap. Stuart Lewis-Evans reed enkele mooie resultaten bij elkaar, waaronder een overwinning in de BRSCC F2 race op het circuit van Brands Htch.
![]() |
|
De oprichters van BRP |
Het seizoen daarna verwierf BRP twee
Cooper-Borgwards voor respectievelijk Ivor Bueb,
George Wicken en Chris Bristow. Een F1 BRM was en
voor Stirling Moss maar deze wagen werd vernietigd
door Hans Herrmann in het beruchte ongeval op de
Avus ring. Bristow deed het dat seizoen in
verschillende races meer dan behoorlijk want hij
wist enkele races te winnen.
In 1960 kon Gregory een grote sponsor aan het team
binden. Yeoman Credit zorgde er mee voor dat er drie
Cooper-Climax 51s konden worden aangeschaft. Eentje
werd er verhuurd aan Olivier Gendebien voor de
Belgische GP en hij eindigde er zelfs mooi derde
mee. Dit zou het beste resultaat van het team
blijken te zijn in een race die meetelde voor het
wereldkampioenschap F1. Helaas voor het team (dat
toen onder de naam Yeoman Credit Racing Team door
het leven ging) verloren ze die dag ook Brisdtow die
tijdens de GP verongelukte. De rest van het jaar
dook de wagen her en der op met verschillende
coureurs aan het stuur. Het waren Tony Brooks, Henry
Taylor, Bruce Halford en zelfs Phil Hill. Ook doken
ze regelmatig op in F2 wedstrijden met Jack Sears
aan het stuur.
Voor het seizoen 1961 vond BRP een andere sponsor
uit de financiële sector, namelijk United Dominion
Trust Laystall. Ze kochten met het sponsorgeld een
Lotus 18 voor Henry Taylor en Cliff Allison. Deze
laatste werd later vervangen door Masten Gregory.
Stirling Moss reed één van de wagens naar de
overwinning tijdens de Silver City Trophy op het
circuit van Brands Hatch. Later won hij ook nog 2
wedstrijden in Scandinavië
Innes Ireland werd in 1962 de teamgenoot van Masten
Gregory, maar de Lotussen waren niet competitief
meer en werden vervangen door de Lotus 24. Deze
laatste waren overbodig geworden bij het Lotus
fabrieksteam omdat deze het type 25 ter beschikking
hadden. Ireland en Gregory wonnen beiden een kleine
wedstrijd. Tegen het einde van het jaar nam BRP de
beslissing om hun eigen wagens te gaan bouwen. Ze
werden ontworpen door Tony Robinson en volgden in
grote lijnen het concept van de Lotus 25. Ze werden
uitgerust met een BRM V87 motor en kwamen in de
zomer van 1963 voor het eerst aan de start van een
race. Ireland eindigde vierde in Nederland en Italië
en derde in Solitude, een race die niet meetelde
voor het wereldkampioenschap.
![]() |
|
De eerste zelf gebouwde BRP met Allison aan het stuur tijdens de Grand Prix van Nederland in 1963 |
In 1964 vormde Ireland een team met Trevor Taylor.
Beide kregen de beschikking over een BRP die slechts
enkele kleine wijzigingen had ondergaan. Het team
probeerde een voet aan de grond te krijgen in de
Forule 1 door hun kandidatuur te stellen voor de
nieuw opgerichte vereniging van constructeurs.
Helaas werd hun kandidatuur afgewezen. Op het einde
van het seizoen besloot BRP niet verder te gaan in
de Formule 1. In een ijltempo werden er wagens
gebouwd om deel te nemen aan de 500 mijl van
Indianapolis. Gregory reed op een mooie vierde
plaats toen zijn versnellingsbak het begaf.
BRP smeed plannen om in 1966 terug te keren naar de
Formule1, maar de plannen werden nooit concreet en
BRP sloot zijn deuren. Ken Gregory ging zijn
commerciële gaven verder benutten in de
luchtvaartsector.





