Enzo Coloni, 'de wolf', zoals hij met zijn bijnaam werd genoemd, begon met racen op het einde van 1976 in de Formule 3 in een oude March-Fiat 743. In 1981 werd het al een stuk serieuzer toen hij in een March 813 twee races won voor het Italiaanse kampioenschap. Uiteindelijk eindigde hij vierde in de eindstand dat seizoen. In 1982 won hij het kampioenschap voornamelijk doordat hij zijn March had ingeruild voor de nieuwe Ralt TR3.
Op het einde van 1982 besloot hij echter om te stoppen met zijn actieve racecarrière. Hij bleef wel actief in de racerij want hij schreef een Ralt Alfa Romeo RT3 in voor het opkomende Italiaanse talent, Ivan Capelli. Hij kreeg daarvoor de steun van Gulf en Diavia. Capelli won niet minder dan 9 van de 13 races in verschillende kampioenschappen. Het seizoen daarna vormde Capelli en Coloni een team in het Europees F3 kampioenschap met een Martini-Alfa Romeo MK45. De team had toen als sponsors Marlboro. Capelli won de races in Magny-Cours en Le Chatre. Op Monza werd het team echter betrapt op het gebruik van een illegale airbox. Capelli won daarna toch nog de races in Enna en Mugello. Hij bewees daarmee dat ze de illegale airbox niet nodig hadden om races te winnen. Hetzelfde seizoen had Coloni nog een wagen voor Alessandro Santin, die vier keer van een overwinning mocht proeven in het Italiaanse F3 kampioenschap en de daarbij horende titel.
In 1985 reed Alex Caffi voor Coloni. Op het einde van het jaar kwam hij luttele puntjes te kort voor het veroveren van de Italiaanse titel. Het seizoen daarna schreef Coloni zich in voor het F3000 kampioenschap met een March 85B met aan het stuur Gabriele Tarquini. Later in het seizoen kwam er een tweede wagen bij. Verschillende coureurs mochten hier mee rijden waaronder Nicola Larini, die het team trouwens de vierde titel bezorgde in het Italiaanse kampioenschap.
In 1987 besloot Enzo Coloni dat het tijd was om de sprong naar de Formule 1 te wagen. De Coloni FC187 was een citroen gele wagen ontworpen door ex-Dallara ontwerper Roberto Ori. Hij was uitgerust met een Cosworth DFZ motor. Tijdens de GP van Italië verscheen Larini een eerste keer aan de inschrijvingstaffel. Helaas slaagde hij er niet in zich te kwalificeren. Op het circuit van Jerez slaagde hij daar wel in, maar moest hij in de race opgeven met een probleem aan de ophanging na amper een achttal ronden.
![]() |
|
Nicola Larini, tijdens de eerste GP van Coloni, in Jerez |
In 1988 verscheen het team een gans seizoen aan de start. De FC188 was echter niet competitief genoeg en meermaals slaagde Gabriele Tarquini er niet in verder te komen dan de pre-kwalificatie. Toch behaalde hij tijdens de GP van Canada een mooie achtste plaats.
In augustus van dat jaar verraste Coloni AGS door drie belangrijke pionnen van hun team over te nemen. Ontwerper Christian Vanderpleyn, ingenieur Michel Costa en team manager Frederic Dhainaut. Roberto Moreno en Henri Raphanel werden aangetrokken om de C3 te besturen. De wagen was pas laat klaar maar toch slaagden beide coureurs er in zich te kwalificeren voor de GP van Monaco. Beide gaven wel op in de race. Moreno slaagde er nog een keer of drie in zich te plaatsten voor de race, al moest hij telkens de strijd staken. Raphanel van zijn kant kon zich geen enkele keer kwalificeren voor een race en werd vervangen door Enrico Bertaggia. Maar ook hij slaagde er niet in zich ook maar één maal de kwalificeren. Op het einde van het seizoen verlieten de drie ex-AGS-ers Coloni.
Eind 1988 verkocht Coloni zijn team dan een Fuji Heavy Industrie. Subaru, een onderdeel van dat concern, kondigde aan dat ze toetraden tot de F1 en dat ze een 12-cilinder motor gingen ontwerpen die gebouwd ging worden door Motori Moderni.
![]() |
|
Betrand Gachot in de Coloni met Subaru krachtbron |
Enzo Coloni bleef echter bij het team betrokken als vice-president. President van Coloni was Yoshio Takaoka, die vroeger nog rally's had gereden voor Subaru. Teammanager was Alvise Morin en Betrand Gachot werd aangeworven om de wagen te besturen. Ook Paul Burgess werd nog aangeworven om mee over de nieuwe wagen te waken.
De Subaru motor bleek echter een complete ramp te zijn. In mei besloot Enzo Coloni dan ook zijn eigen team te verlaten. Burgess was ondertussen begonnen aan het ontwerp van een nieuwe wagen en Vanderpleyn werd overtuigd om terug te keren. In juli besloot ook Subaru echter om de handdoek in de ring te werpen. Het team werd verkocht aan ... Enzo Coloni. De Subaru motor werd vervangen door een Cosworth krachtbron, maar de C3 was niet competitief genoeg. Gachot reed dat seizoen geen enkele race ook al maakte hij soms indruk tijdens de pre-kwalificaties door meer uit de wagen te halen dan er eigenlijk in zat.
In de herfst keeg De Briste F3000 kampioen, Pedro Chaves, een test van Coloni. Hij had het budget al klaar om in 1991, met de steun van wijngigant Mateus, de wagen te besturen. De C4 was eigenlijk een wagen op basis van de C3 en was dan ook niet snel genoeg. Chaves slaagde er niet in zich ook maar één keer te kwalificeren voor een Grand Prix. In september 1991 verkocht Coloni het team aan Andrea Sassetti, die het team in de winter omvormde tot het Andrea Moda team.
![]() |
|
Naoki Hattori tijdens de GP van Japan, wat de voorlaatste verschijning van Coloni in de F1 bleek te zijn. |
Enzo Coloni ging terug naar zijn roots en zijn team was actief in de Italiaanse Formule 3 en de F3000. In 1998 ontwierp hij de Coloni CN1/98, een wagen die actief was in een nieuwe raceklasse in Spanje. Tegenwoordig is Coloni actief in de GP2 series. Of hij ooit nog aan een Formule 1 avontuur begint valt te betwijfelen...

.gif)




