Beppe Lucchini en Giampaolo Dallara waren twee gepassioneerde van de Formule 1 en hun eerste doel was vooral om plezier te beleven en hun passie te delen met de Italiaanse racefans. Op papier had dit team alles om te slagen, maar....
Het was in 1988 dat het team besloot zijn kans te gaan wagen in de Formule 1. De F188, ontworpen door Sergio Rinland, was uitgerust met de fameuze Ford Cosworth motor en Alex Caffi werd hun eerste coureur.
Voor de eerste Grand Prix van het seizoen, deze van Brazilië, was hun wagen niet klaar. Toch besloot het team deel te nemen met een F3000 wagen, aangepast aan de reglementen van de Formule 1. Maar Alex Caffi kon er zich niet mee kwalificeren.
De 'echte' F1 wagen was klaar voor de Grand Prix van Imola en had van in het begin een groot potentieel. Elke race ging het beter en beter. Helaas was de Ford motor een rem op de ontwikkeling.
![]() |
|
De eerste echte F1 wagen van Dallara, type 188 |
Het team scoorde geen enkel punt tijdens hun debuutseizoen, maar toch waren de prestaties hoopgevend. De wagen was snel en betrouwbaar gebleken tijdens het eerste seizoen.
De wagen voor het seizoen 1989, de F189, werd ontworpen door Gianpalolo Dallara. Ook nu bleef de motor een Ford Cosworth. Alex Caffi bleef bij het team, maar als tweede coureur werd Andrea De Cesaris gecontracteerd. Deze laatste kwam over van het bescheiden Rial. De wagen was competitief en de coureurs hadden geen probleem om zich in de middenmoot te kwalificeren. In Monaco scoort Alex Caffi de eerste punten voor het team door als vierde over de eindstreep te rijden, net achter de Brabham van Modena. In Canada klimt De Cesaris zelfs op het podium. Caffi kan zich in Hongarije als derde kwalificeren, maar daarna gaat het langzaam bergaf voor de rest van het seizoen. De grootste oorzaak was dat de Ford motor te weinig PK's had.
Het was voor iedereen duidelijk dat Dallara een topwagen had, maar helaas geen topmotor.
In 1990 vervoegde Christian Vanderpleyn het team om de Dallara 190 te ontwerpen. De wagen was een evolutie van het model van 1989 en nog steeds werd hij aangedreven door een Ford Cosworth motor. Tijdens de eerste Grand Prix van het seizoen, in Phoenix, mocht De Cesaris van op de derde plaats vertrekken. Morbidelli, die Pirro verving (die gekwetst was) die op zijn beurt Caffi had vervangen die naar Arrows was vertrokken, slaagde er niet in zich te kwalificeren. In de race moest De Cesaris opgeven met een defect aan het ontkoppelingspedaal. Hij reed toen op een mooie vijfde plaats.
De rest van het seizoen was één grote ontgoocheling en ook de teruggekeerde Pirro kon het tij niet doen keren. Het team scoorde dan ook geen enkel punt in 1990.
Het werd te veel voor Beppe Lucchini. Hij ging met de grove borstel door zijn team. Het grootste probleem, de Ford motor, werd vervangen door de Judd motor. Dit was ook niet bepaald de sterkste motor van het veld, maar toch al beter dan de Ford krachtbron. Vervolgens zette hij De Cesaris aan de deur en verving hem door JJ Lehto. De nieuwe wagen, de 191 zag en mooi en snel uit!
Van in het begin gingen de zaken goed in 1991. Het team kwalificeerde zich regelmatig rond de elfde plaats. JJ Lehto eindigde zelfs op een derde plaats tijdens de GP van Imola en de volgende Grand Prix, deze van Monaco, eindigde Pirro op plaats zes. De tweede helft van het seizoen eindigt het team nog enkele keren kort bij de punten, maar negens werd een top-zes plaats behaald.
Het seizoen 1991 was dus niet slecht, maar vergelijkbaar met dat van 1989. En na 1989 kwam een slecht seizoen...
Voor het seizoen 1992 verzekerde het team zich van de Ferrari motor. Het team droomde al van de grote doorbraak. Lehto bleef aan boord en kreeg als teamgenoot Pierluigi Martini. Dallara had wel kunnen zien dat Minardi, die in 1991 de Ferrari motor hadden, enorm veel technische problemen kende om de motor af te stellen op hun chassis. Het Dallara chassis, de 192, was geen hoogvlieger. Het was duidelijk dat de achterkant van de wagen veel te onstabiel was.
![]() |
|
De Dallara 192, met Ferrari krachtbron |
De eerste Grand Prix bracht iedereen al direct terug met twee voetjes op de grond. De wagens kwalificeerden zich als 24e en 25e voor de race. Bovendien moesten ze in de race beiden de strijd staken door technische problemen. Gelukkig ging het nadien wel wat beter en met de komst van een nieuwe Ferrari krachtbron in Spanje, ging het team er weer een stukje op vooruit. Er werd daar hun eerste punt van het seizoen gescoord door Pierluigi Martini, die als zesde over de eindstreep reed. De volgende Grand Prix, scoorde hij al direct zijn tweede punt. Maar de rest van het seizoen bivakeerden ze meestal in de staart van de groep.
De wegen van Lucchini en Dallara scheiden eind 1992. Lucchini ging verder met het Lola chassis. En darmee had het team van Dallara haar laatste race gereden.

.gif)


