Walter Brun en Paolo Pavanello hadden beiden al een succesvolle carrière achter de rug in verschillende autosportdisciplines. Brun als coureur in de sportscarwereld en later als teameigenaar en Pavanello met het Euroracing Formula 3 team. Met het Euroracing Alfa Romeo team had hij bovendien al F1 ervaring opgedaan. Nadat Alfa Romeo eind 1985 de beslissing had genomen om zich terug te trekken ging Pavanello op zoek naar een alternatief voor de volgende jaren. Hij ging een samenwerking aan met Brun, die zich vooral met de zakelijke kant ging bezighouden terwijl Pavanello zich vooral op de technische know-how en de ingenieurs ging ontfermen.
![]() |
|
De twee Euro Brun ER188 met Oscar Larrauri en Stefano Modena |
Euro Brun werd geboren en maakte hun debuut in de F1
tijdens het seizoen 1988. Het team maakte gebruik
van de Euroracing basis in Senago en de vroeger
ontwerper van Alfa Romeo, Mario Tolentino ontwierp
de ER188 die aangedreven werd door een Cosworth DFZ
motor. Het team had twee wagens ter beschikking voor
Oscar Larrauri en Stefano Modena. Het team kon zich
voor de meeste races wel kwalificeren, maar kon
tijdens de races nergens potten breken. Het beste
resultaat werd neergezet door Stefano Modena tijdens
de GP van Canada. Hij werd er 15e. Brun, die
ambitieus was, ging op het einde van het seizoen op
zoek naar alternatieven. Hij probeerde, met de steun
van de Zwitserse financier Joachim Luhti, golfer
Greg Norman en journalist Peter Windsor het team
Lotus en Brabham op te kopen. Helaas voor hem gingen
geen van deze deals door. Brun zag geen andere keuze
dan alleen verder te gaan. Hij nam in februari 1989
de ontwerper George Ryton in dienst. Deze had zijn
strepen al verdiend bij niemand minder dan het
Ferrari team. Hij ging in Groot-Brittannië een
bedrijf oprichten, Brun Technics genaamd.
Ondertussen werkte Bruno Zava aan de ER188B, maar
deze keer aangedreven door een Judd motor. Brun had
bovendien een poging ondernomen om de Oostenrijkse
Neotech motor in zijn wagen te leggen. Dit project
kwam echter nooit van de grond door een gebrek aan
financiën.
![]() |
|
Grego Foitek in de Euro Brun ER188B |
Greg Foitek werd aangeworven om met de enige wagen
te rijden, maar slaagde er geen enkele keer in de
wagen te kwalificeren voor de race. Erger nog, hij
slaagde er maar één keer in (de eerste race van het
seizoen) de wagen door de voorkwalificatie te
krijgen. De nieuwe wagen, de ER189 werd voor het
eerst ingezet tijdens de GP van Duitsland, maar ook
dat bracht geen zoden aan de dijk. Nadat Foitek het
team had verlaten nam Larrauri zijn plaats terug in.
Maar ook hij slaagde er niet in zich ook maar
eenmaal in zich te plaatsen voor de kwalificatie.
![]() |
|
Claudio Langes in de Euro Brun ER189B |
Een gefrustreerde Ryton ontwierp een B-versie voor
het seizoen 1990, maar verliet dan het team om te
gaan werken voor Tyrrell. Het team ging in zee met
Roberto Moreno en Claudio Langes. De wagen was een
stuk beter dan het vorige seizoen, maar helaas
ontbrak het nu aan geld om de wagen verder te
ontwikkelen en dit ondanks de inspanningen van de
Nederlandse ingenieur Kees Van Der Grint. Roberto
Moreno kon zich vijf keer plaatsen voor de
kwalificaties en daarvan kon hij twee keer voor de
race kwalificeren. Een 16e plaats werd zijn beste
resultaat. Langes kon geen enkele keer voorbij de
voorkwalificatie geraken. Op het einde van het
Europese seizoen sloot het team zijn deuren.

.gif)



