
|
n°
8 - Pat Flaherty - Watson |
In de aanloop naar de 500
mijl van Indianapolis hadden er op het circuit
meerdere werkzaamheden plaatsgevonden. Er stond nu een
splinternieuw administratief gebouw en ook een museum
was opgetrokken. Het belangrijkste was echter dat de
baan een volledig nieuwe asfaltlaag had gekregen.
Alleen lag er op de finish nog een meter van de oude
stenen. Eigenlijk lagen ze daar als een gedenkteken
aan hoe het vroeger was. Er waren ook enkele
belangrijke administratieve wijzigingen doorgevoerd.
Zo had de Amerikaanse Automobielclub zich
teruggetrokken als organisator voor de race. Een
nieuwe organisatie genaamd ‘United States Auto Club’
organiseerde nu de 500 mijlsrace.
Zelfs voor de eerste
kwalificatietraining was het al duidelijk dat er
snelheidsrecords zouden gebroken worden op de ‘nieuwe’
baan. Lang moesten de toeschouwers er niet op wachten,
want in zijn eerste kwalificatieronde reed Jim
Rathmann 144,811 MPH. In zijn derde ronde zelfs
146,033 MPH. Dat bracht hem uiteindelijk op een
gemiddelde van 145,120 MPH over de vier ronden. Op het
einde van de eerste kwalificatiedag hadden al 17
coureurs zich weten te plaatsen voor de race. Ray
Crawford was de traagste van die 17 met een gemiddelde
snelheid van 140,884 MPH. Tijdens het vervolg van de
trainingen kon slechts één coureur de snelheid van
Rathmann verbeteren. Flaharty reed met een gemiddelde
snelheid van 145,596 MPH over de vier
kwalificatieronden. Zijn eerste ronde ging zelfs in
146,056 MPH. Dit was een absoluut snelheidsrecord. Op
zondag waren er 12 coureurs die zich konden
kwalificeren met Thomson als snelste met een
gemiddelde van 145,549 MPH. Het volgende
kwalificatieweekeinde regende bijna volledig uit.
Alleen op zondag bleef er een beperkte tijd
beschikbaar om zich te kwalificeren. 4 coureurs
slaagden daar dan ook nog in. Nino Farina, de
F1-wereldkampioen van 1950 was ook aanwezig om zich te
kwalificeren. Hij reed in een Bardahl-Ferrari. Helaas
kon hij zich, mede door het slechte weer, niet
plaatsen voor de race.
Ook op de dag van de race
was het zwaarbewolkt, maar het was wel droog. Achter
de pace-car maakten de 33 coureurs zich op om 200
ronden te gaan racen op de Indianapolis Motor
Speedway. Jim Rathmann maakte een geweldige start en
nam de leiding voor Flaherty en O’Connor. Rathmann
profiteerde van het duel tussen Flaherty en O’Connor
om een kleine voorsprong uit te bouwen. Bettenhausen
kwam zich met dat duel bemoeien en in de 5e
ronde konden zowel hij als O’Connor voorbij Rathmann
geraken. De eerste vijf reden echter maar enkele
seconden uit elkaar, met Russo in de Novi op plaats
vijf. Elke ronde veranderde wel ergens in het
koppeloton een positie. In de 11e ronde
kon Russo de leiding overnemen van Flaherty. De
volgende 10 ronden was er een spannend duel te zien
voor de leiding tussen Russo, O’Connor en Flaherty.
Alle drie reden ze wel eens voor een korte periode aan
de leiding. In de 21e ronde kwam de race
voor Russo plots tot een einde. Hij crashte en knalde
in de muur, waarschijnlijk door een probleem met de
banden. Zijn Novi schoot in brand, maar gelukkig kon
Russo zijn wagen verlaten zonder ernstige kwetsuren.
Ondertussen waren wel meerdere wagens gespind in een
poging de wagen van Russo te ontwijken. Twee andere
coureurs beschadigden daarbij hun wagen zo erg dat ze
ook moesten opgeven. Het waren Ruttman en Thomson. De
gele lichten bleven meer dan 15 minuten branden om de
baan terug raceklaar te krijgen. Van zodra de baan
weer was vrijgegeven, gingen O’Connor en Flaherty
door met hun gevecht om de leiding.

|
De
programma cover van 1955
|
Na 100 mijl was de stand als
volgt: O’Connor, Flaherty, Parsons, Bettenhausen,
Jim Rathmann, Sweikert, Dick Rathmann en Bryan. Het
leidende duo eiste daarbij alle aandacht op tijdens
hun onderling duel. Net wanneer de race in zijn plooi
begon te vallen toen Flaherty de leiding nog maar eens
had overgenomen en deze keer een voorsprong opbouwde,
volgde er weer een ‘full course yelow’. Crawford
was gespind, vloog hard in de muur, maar kon net als
Russo zijn wrak verlaten zonder ernstige kwetsuren.
Direct kwamen alle wagens naar de pit. Het was er een
drukte van jewelste. De rangorde werd volledig
omgeworpen. Parsons reed nu aan de leiding voor
Freeland.. Deze laatste nam de leiding over toen
Parsons na 175 mijl de pit ging opzoeken voor nieuwe
banden en brandstof. Enkele minuten later ging Al
Herman in de fout. Ook hij knalde in de muur. Van zijn
wagen schoot niets over, maar ook Herman had geluk
vandaag. De rijders die de vorige pitstop hadden
overgeslagen gingen nu massaal naar de pit, onder wie
de leider Freeland. Flaherty nam daardoor de leiding
weer over. Na 20 mijl reed Freeland op de 2e
plaats voor Sweikert, Parsons, Hanks en O’Connor.
Nog verder volgden Ward, Gryan, Jim Rathmann en
Bettenhausen.
Meer pitstops en kleine
incidenten zorgden nog volop voor positiewissels. Het
was vooral Hanks, die betrokken was geweest bij de
crash van Russo, die een opmerkelijke opgang maakte
vanuit het achterveld. Hij rukte op naar de 2e
plaats. Ondertussen reed Flaherty nog steeds aan de
leiding en kon op 67 ronden van het einde zijn laatste
pitstop maken. Ondertussen zouden Daywalt en
Bettenhausen ook kennis maken met de muur rond het
circuit. Beide kwamen er minder goed vanaf, want ze
werden met ernstige kwetsuren naar het hospitaal
afgevoerd. Met nog 100 mijl voor de boeg zag de
top-tien er als volgt uit: Flaherty, Hanks, Freeland,
O’Connor, Jim Rathmann, Parsons, Sweikert, Dick
Rathmann, Ward en Reece. Alleen de eerste twee reden
nog in dezelfde ronde. Hanks volgde op 20 seconden van
Flaherty. Dit verschil zou blijven bestaan tot het
overschrijden van de finish. Ook Freeland kon zijn
derde podiumplaats vasthouden tot op het einde. O’Connor
en Jim Rathmann moesten de strijd nog staken met
mechanische problemen waardoor Parsons nog als vierde
eindigde. Dick Rathmann tenslotte beëindigde de race
in schoonheid door na de finish in de muur te knallen.
Gelukkig voor hem zonder erg!
In de stand voor het
wereldkampioenschap had deze race , net als de andere
seizoenen, niets te betekenen. Voor de volledigheid
volgt hieronder toch de stand van de eerste vijf in
het kampioenschap.
|