500 MIJL VAN INDIANAPOLIS 1958

XLIInd Indianapolis International Motor Sweepstakes 

USA

VERSLAG VAN DE RACE

Wat er overbleef van Dick Rathmann zijn wangen

Bij de inschrijvingen voor de 500 mijl van Indianapolis 1958 vonden we niemand minder dan Juan Manuel Fangio. Na het passeren van de verplichte trainingen voor nieuwkomers (Rookies) kondigde de Argentijn echter aan dat hij niet zou meedoen aan de kwalificaties. Zijn wagen was volgens hem niet snel genoeg en had teveel mechanische problemen. Ondanks het feit dat hij een tweede wagen ter beschikking had, vond hij het toch raadzamer om zich terug te trekken. De wedstrijd bleef dus een Amerikaanse race, ook in 1958.

Tijdens de trainingen werden er eens te meer records verpulverd. Elisian reed over 1 ronde 146,508 MPH en Dick Rathmann reed over vier ronden een gemiddelde van 145,974 MPH. Beide snelheden werden genoteerd op de eerste trainingsdag op 17 mei. De pole was dus voor Dick Rathmann met naast hem Elisian en Reece. Deze laatste twee hadden ook gemiddelden van meer dan 145 MPH gereden.

De race begon enigszins verwarrend. Om één of andere reden de drie coureurs van de eerste startrij plots voor de pace-car. Er werd een extra opwarmingsronde gereden om iedereen terug op zijn juiste plaats te krijgen voor de race echt kon starten. De start was zoals gewoonlijk met 33 wagens een gevaarlijke bedoening. Wagens probeerden snel enkele plaatsjes te winnen ten koste van andere coureurs. Gelukkig werd er niemand in de muur geduwd en kon iedereen door de eerste bocht geraken. Elisian probeerde al heel snel de leiding van Dick Rathmann over te nemen. Hij spinde echter hard de muur in. Ook Dick Rathmann verloor de controle over zijn stuur. Achter hen was er direct een chaos van jewelste. 15 wagens knalden op elkaar. De wagen van Pat O’Connor vloog daarenboven nog direct in brand. Voor hem kwam alle hulp te laat. Jerry Unser van zijn kant mocht zich gelukkig prijzen wanneer zijn wagen zelfs over de muur werd gekatapulteerd. Maar buiten een ontwrichte schouder hield hij daar geen kwetsuren aan over. Bisch, Sutton, Unser, Goldsmith, O’Connor, Elisian en Rathman moesten meteen de strijd staken. Veith geraakte nog in de pit, maar moest daar eveneens opgeven. Cheesbourg, Magill, Parsons, Reece, Russo, Templeman en Thomson waren ook betrokken bij de crash, maar konden, na de nodige herstellingswerken, verder racen. Ondertussen was de race echter nog aan de gang en had Bryan in het tumult de leiding overgenomen. Het duurde meer dan 20 minuten voor de pace-car van de baan verdween en er ook daadwerkelijk weer geraced kon worden. Nadat de groen vlag terug was gezwaaid ontstond er een gevecht om de leiding tussen Bryan, Bettenhausen, Sachs en Amick. Bijna iedere ronde waren er positiewissels tussen deze vier te noteren. In de 39e ronde werd het gevecht onderbroken door wederom een ‘full course yellow’.Deze was veroorzaakt door Chuck Weyant die zich in de muur had geboord. Hij mocht zich gelukkig achten dat hij zonder kwetsuren deze crash had overleefd. In de 47e ronde maakte Amick, de leider op dat moment zijn eerste pitstop; Brun en Bettenhausen gingen verder met hun duel. Sachs, de derde op dat moment ging in de 55e ronde ook een eerste keer de pit opzoeken. Ook Bryan en Bettenhausen moesten echter dra de pit opzoeken. Ondertussen had Thomson de strijd moeten staken. Zijn stuurinrichting bleek toch te zwaar gehavend te zijn in de crash tijdens de openingsronde.

De winnaar Jimmy Bryan

Na 200 mijl reed Bryan op kop voor Bettenhausen. Hij had 10 seconden voorsprong. Jim Rathmann was opgerukt naar plaats drie voor Amick, Boyd, Christie en de rest van de 15 wagens nog in koers. Bryan leek de race onder controle te hebben. Hij dreef ronde na ronde zijn voorsprong op. Halfweg bedroeg deze al ruim 30 seconden. De tweede reeks pitstops kwamen er aan en weer was Bryan de eerste van de koplopers die de pit ging opzoeken. Hij verloor daardoor de leiding aan Bettenhausen. Deze stopte 7 ronden later. Boyd nam toen de leiding over. Het duurde tot de 126e ronde eer die zijn tweede stop maakte. Bryan nam dan de leiding terug over met Boyd nu tweede. In de 143e ronde kon de leider Bryan de tweede Boyd al op een ronde zetten. Korte tijd later nam Amick de tweede plaats over. Met nog 125 mijl te rijden was de stand als volgt: Bryan, Amick, Boyd, Bettenhausen, Rathmann, Wilson, Freeland, Reece, Larson en Christie. Enkele minuten later stopte Wilson in de pit. Zijn wagen vatte meteen vuur. Hij kon nog net op tijd uit zijn wagen springen, maar zijn race zat er wel op. Toen ook Foyt met zijn wagen spinde en de race moest verlaten bleven er amper 14 wagens in de race.

Bryan maakte zijn derde en laatste pitstop in de 156e ronde. Hij kwam als leider terug op de baan, maar zijn voorsprong was geslonken tot amper 2 seconden op Boyd. De volgende 20 ronden slaagde Boyd er in om Bryan te volgen. De grote vraag was of Boyd zonder een derde stop het einde van de race zou halen. Op 20 ronden van het einde moest hij echter naar de pit om nieuwe banden te gaan halen. Zijn hoop op een overwinning was nu wel definitief begraven. Hij moest zelfs de strijd nog aanbinden met Amick, die nu in zijn spoor op de derde plaats reed. Op 15 ronden van het einde ging Amick hem trouwens voorbij om zo de tweede plaats te pakken. Verder in het veld had ook Bettenhausen Jim Rathmann nog kunnen passeren voor de vierde plaats. Bryan won uiteindelijk vrij makkelijk deze wedstrijd voor Annick, Boyd Bettenhausen en Jim Rathmann.

In de stand voor het wereldkampioenschap veranderde er niets. Alleen had Bryan nu ook acht punten, maar dat was uiteraard onbelangrijk omdat hij toch geen enkele andere F1-wedstrijd zou rijden. Ook bij de constructeurs veranderde er niets.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2006)

Nedstat Basic - Free web site statistics