
|
Grand
Prix van Duitsland 1959 - De Nordkurve |
Voor de tweede keer werd de Grand Prix van Duitsland verreden op het circuit van Avus. Het was een erg eenvoudig circuit bestaande uit 2 lange, parallel lopende rechte stukken verbonden, aan de ene kant, door een 180° bocht (Sudkurve) en aan de andere kant door een bocht met een steile banking (Nordkurve). Doordat men op dit circuit zeer hoge snelheden haalde werd er, uit veiligheidsoverwegingen, besloten om de Grand Prix in twee reeksen te rijden. Men had namelijk schrik dat de banden het niet gingen uithouden gedurende 60 ronden. Elke reeks zou ongeveer 60’ duren. De startvolgorde van de 2e reeks zou gewoon de uitslag van reeks 1 zijn. De totale uitslag zou dan de optelsom van de tijden van de twee reeksen zijn.
17 coureurs passeerden de inschrijvingstafel. Ze waren verdeeld over de teams van Cooper, Ferrari, BRM, Porsche en Lotus. Daar kwamen ook 6 privé-inschrijvingen bij.
Op donderdag, de eerste trainingsdag, hadden de coureurs en de teams vooral aandacht voor de afstelling van de wagens. Vooral de Nordkurve, met de steile banking, maakte dat de afstelling iets speciaal was. Snelle ronden werden er tijdens deze eerste training dan ook niet gereden. Op vrijdag was dat natuurlijk wel anders. Cliff Allison deed iedereen opkijken door de snelste tijd te realiseren in 2’05,8”. Hij was echter maar als reserverijder ingeschreven en zou pas mogen starten als er andere coureurs zich zouden terugtrekken. Moss en Gurney kwamen beide tot 2’07,2” terwijl Brooks en Brabham vrede moesten nemen met 2’07,4”.
De laatste trainingssessies van elk één uur werden gehouden op zaterdag. Brooks bleek de snelste met een tijd van 2’05,9” gevolgd door Stirling Moss in 2’06,8”. De ganse zaterdag werd echter overschaduwd door een ongeval in de sportcarrace. Op een nat wegdek spinde Jean Behra in zijn Porsche RSK. Hij werd uit zijn wagen geslingerd en vloog tegen de paal van een vlaggenmast. Hij was op slag dood. Wolfgang Von Trips, die evenals Behra in een Porsche reed trok zich terug voor de race. Daardoor mochten reserverijders Allison en Burgess de start toch nemen.
Voor de start van de eerste reeks werd er een minuut stilte gehouden ter nagedachtenis van Jean Behra. Seconden later werden de motoren gestart en kon de race beginnen. Brooks en Moss waren het beste weg. Na één ronde was de stand: Brooks, Gregory, Moss, Brabham, Bonnier, Gurney en Phil Hill. Voor Moss duurde de race slechts 2 ronden. Hij moest opgeven met een probleem aan de transmissie. Een ronde later moest ook Cliff Allison opgeven. Bij hem was het de koppeling die stuk was. Ondertussen was Gregory erg sterk bezig. Hij nam zelfs de leiding over van Brooks. In de 4e ronde nam deze laatste echter de leiding terug over. Achter Gregory volgden toen Gurney, Brabham en Phil Hill. De laatste drie reden wiel in wiel en bijna elke ronde reden ze in een andere positie. Bonnier had deze drie moeten laten rijden en werd ingelopen door een groep die streed voor de zevende plaats.
Deze situatie bleef verschillende ronden gehandhaafd. Er werden gemiddelde snelheden gehaald van boven de 235 km/u. Jack Brabham moest de strijd staken, ook al met problemen aan de transmissie. Phil Hill deed het wat rustiger aan en liet het gevecht voor de overwinning over aan zijn twee teamgenoten. Dan moesten die wel afrekenen met de Cooper van Gregory. De leiding wisselde regelmatig tussen de eerste drie, die soms zelfs met hun drieën naast elkaar over het rechte stuk raasden. In de 24e ronde blies Gregory echter zijn Climax motor op, zodat Ferrari nu de eerste drie plaatsen in de race innam. Ze eindigden ook zo met als winnaar Brooks, voor Gurney en Phil Hill. Vierde werd Bruce McLaren voor Schell, Trintignant, Bonnier, Herrmann en Burgess. Dit waren de enige 9 coureurs die de finish haalden en dus ook de enige 9 die de start mochten nemen in de tweede reeks.

|
Tony
Brooks met de zegebloemen
|
Na een korte onderbreking namen de 9 coureurs hun plaats op de grid weer in. Bruce McLaren, die als vierde op de eerste rij stonde, schoot weg als een pijl uit een boog. Lang kon hij echter niet genieten van zijn leidende positie, want op het einde van de eerste ronde was de stand: Phil Hill, Jo Bonnier, Tony Brooks, Masten Gregory en als vijfde Bruce McLaren. In de 2e ronde nam Brooks de leiding over van Hill. Bonnier werd voorbij gereden door Gurney zodat Ferrari opnieuw de plaatsen één, twee en drie innamen. Bruce McLaren die terug naar de 4e plaats gekomen, moest in de 7e ronde opgeven, ook al met problemen aan de transmissie. Enkele seconden eerder had Herrmann een spectaculaire crash. In de Sudkurve weigerde de remmen van de BRM alle dienst. Hij knalde in de strobalen. De wagen ging aan het tollen. Herrmann werd uit de wagen geslingerd en werd zwaar gewond naar het hospitaal afgevoerd. Er bleven slechts 7 wagens over in de race. Ferrari was te sterk en de rest van de race was eigenlijk gewoon een snelle optocht. Na 30 ronden reden de drie Ferrari’s wiel in wiel over de eindstreep. Brooks won ook de tweede reeks, voor Phil Hill en Dan Gurney. Vierde werd Maurice Trintignant voor Bonnier en Burgess. Schell duwde zijn wagen als 7e over de eindstreep met een achterstand van 10 ronden.
Om de eindstand te maken werden nu de tijden bij elkaar geteld. Tony Brooks won de Grand Prix, voor Dan Gurney, Phil Hill, Maurice Trintignant, Jo Bonnier, Ian Burgess en Harry Schell.
In de stand voor het wereldkampioenschap kwam Brooks (23 punten) terug aansluiten bij Jack Brabham (27 punten). Phil Hill had nu 13 punten en Jo Bonnier 10 punten. Bij de constructeurs had Cooper 29 punten en Ferrari 24 punten. BRM had er 16 en Lotus nog steeds maar 3 punten.
|