GRAND PRIX VAN FRANKRIJK 1961

47e Grand Prix de l'A.C.F.

FRA

VERSLAG VAN DE RACE

Grand Prix van Frankrijk - De start

Voor de Grand Prix van Frankrijk kwamen er niet minder dan 26 coureurs opdagen. Daaronder de gebruikelijke fabrieksteams van Cooper, Lotus, Porsche, Ferrari en BRM. Ook de teams van Rob Walker, UDT Laystall en Yeoman Credit waren aanwezig. Daarbovenop nog enkele andere teams zoals het team van Scuderia Serenissima dat met een De Tomaso aan de start verscheen.

Door hun prestatie tijdens de Grand Prix van België begon Ferrari uiteraard als favoriet aan deze wedstrijd. De race werd gehouden op het snelle circuit van Reims. Tijdens de trainingen maakte Ferrari al duidelijk dat ze een klasse te sterk waren. Phil Hill, Wolfgang Von Trips en Richie Ginther reden veel sneller dan al de rest. Op het einde van de eerste trainingsdag had Phil Hill 2’24,9” op de klok staan. Daarmee was hij 1,5 seconde sneller dan Wolfgang Von Trips en 2,5 seconden sneller dan Richie Ginther. Alleen Stirling Moss kon met een tijd van 2’27,6” een beetje in de buurt blijven. Ondanks het feit dat er ook nog trainingen waren op donderdag en vrijdagavond werden de tijden niet meer verbeterd. Phil Hill en Wolfgang Von Trips reden op donderdag zelfs geen enkele ronde. Er was toch één uitzondering: Richie Ginther kon zijn tijd verbeteren tot 2’26,8”.

Omdat de organisatoren geen maximum aantal deelnemers had vooropgesteld, stonden alle 26 ingeschreven wagens ook op de startgrid op deze hete zondagnamiddag. Veel van de coureurs hadden zich, net voor de race, nog helemaal ondergedompeld in koud water. Het was geen verrassing dat de drie Ferrari’s direct naar de leiding spurten. Na één ronde van 8,302 km reed Phil Hill op kop voor Richie Ginther en Wolfgang Von Trips. Stirling Moss reed net achter hen in vierde positie, als eerste van de Britse wagens. Kort achter hem reden John Surtees, Jim Clark, Innes Ireland, Graham Hill, Tony Brooks en Jo Bonnier in de eerste Porsche. In de volgende ronde nam Wolfgang Von Trips de tweede plaats over van Richie Ginther. Stirling Moss was de enige die de aansluiting met de Ferrari’s nog niet was verloren. In de 4e ronde kwam hij zelfs als derde door. Dit was omdat Richie Ginther was gespind in de haarspeld van Thillois. John Surtees kwam net aan in de bocht toen Richie Ginther terug vertrok. Hij probeerde hem te ontwijken en raakte daarbij de omheining. Zijn ophanging werd daardoor beschadigd. Hij kon de pit nog bereiken, maar moest daar opgeven. Korte tijd later gaven ook Tony Brooks en Jackie Lewis op. Richie Ginther van zijn kant had slechts twee ronden nodig om de derde plaats van Stirling Moss terug over te nemen. Deze keer liet hij Stilring Moss direct achter.

Na 10 ronden vielen er bij de eerste vier geen positiewissels te noteren. In de 13e ronde liet Phil Hill Von Trips voorbij. Bijna gelijktijdig kreeg Stirling Moss af te rekenen met remproblemen waardoor zijn rondetijden alsmaar langzamer werden. Sinds het begin van de race was er een hevig gevecht gaande met de vijfde plaats als inzet. In de 14e ronde haalde deze groep Stirling Moss in. Op het einde van die ronde hadden Giancarlo Baghetti, in een privé ingeschreven Ferrari, Innes Ireland en Jim Clark allen Moss al gepasseerd. Bruce McLaren, Graham Hill en Dan Gurney zaten toen al in de nek van de blauwe Lotus. Stirling Moss vocht voor wat hij waard was, maar had geen schijn van een kans. In de 19e ronde stopte hij aan zijn pit waar de mecaniciens een nieuwe remleiding monteerden. Vier ronden gingen verloren en zelfs dan waren de problemen nog niet van de baan. Gesmolten asfalt en stenen plakten aan zijn wielen. Dit bracht de wagen volledig uit balans. Nog 2 extra pitstops waren nodig om het probleem van de vibraties te ontdekken en op te lossen.

Halfweg reed Phil Hill afgescheiden aan de leiding. Wolfgang Von Trips had immers opgegeven in de 18e ronde met een opgeblazen motor.. Richie Ginther had toen uiteraard de tweede plaats overgenomen, maar de meeste aandacht ging naar het gevecht daarachter. Daar reed Giancarlo Baghetti zij aan zij met de 2 Lotussen van Innes Ireland en Jim Clark. Ook de Porsche van Dan Gurney behoorde tot dat groepje. Korte tijd later kwam ook Jo Bonnier, in de tweede Porsche zijn wagonnetje aanhaken. Innes Ireland van zijn kant moest het groepje dan weer laten rijden. In de 36e ronde moest ook Jim Clark afhaken nadat een steen zijn windscherm had gebroken. Giancarlo Baghetti had toen enkel nog af te rekenen met de twee Porsches. Wat de toeschouwers toen te zien kregen, was autosport van de bovenste plank. De posities tussen de drie veranderen continu. Ondertussen reden Phil Hill en Richie Ginther onbedreigd op de plaatsen één en twee. Onbedreigd tot in de 38e ronde. Toen probeerde Phil Hill (nodeloos) Stirling Moss uit te remmen bij de haarspeld van Thillois. De Ferrari spinde op het gloeiende asfalt en knalde op de Lotus van Moss. Deze kon nog tot aan de pit geraken, maar moest daar opgeven. Phil Hill van zijn kant verloor meer dan 2 ronden in een poging zijn wagen terug te starten. Ondertussen had Richie Ginther aan zijn pitcrew al duidelijk gemaakt dat de oliedruk op een kritiek punt stond. In de 41e ronde stopte hij op het circuit, net voor hij de motor opblies.

Giancarlo Baghetti - Dan Gurney

Plots was het gevecht tussen Giancarlo Baghetti en de twee Porsches er eentje voor de leiding. In de 49e ronde hield de Porsche motor van Bonnier het niet meer. Hij begon te roken. De Zweed stopte in zijn pit maar werd weer naar buiten gestuurd in een poging om de race toch nog uit te rijden. Het gevecht om de leiding was nu een tweestrijd tussen Giancarlo Baghetti en Dan Gurney. Bij het begin van de laatste ronde had Dan Gurney een kleine voorsprong op Giancarlo Baghetti. Op de rechte lijn voor de haarspeld van Thillois nam Baghetti de leiding over. Niet voor lang echter, want tijdens het aanremmen ging Gurney er terug voorbij. Puur op snelheid kon Baghetti echter weer oprukken naar de leiding. Op de streep was het verschil amper meer dan één wagenlengte. Giancarlo Baghetti won zijn eerste Grand Prix in zijn eerste Grand Prix deelname. Jim Clark eindigde derde voor Innes Ireland, Bruce McLaren en Graham Hill.

De stand voor het wereldkampioenschap bleef nagenoeg ongewijzigd. Niemand van de toppers kon punten pakken tijdens deze race. De stand bleef dan ook Phil Hill met 19 punten, Wolfgang Von Trips met 18, Stirling Moss en Richie Ginther met 12 punten. Bij de constructeurs leek de beslissing halfweg het seizoen al gevallen. Ferrari had al 30 punten voor Lotus/Climax met 16, Porsche 9, Cooper/Climax 6 en BRM haalde zijn eerste puntje binnen.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2006)

Nedstat Basic - Free web site statistics