
|
Grand
Prix van Groot-Brittannië - De start |
Niet minder dan 30 coureurs schreven zich in voor de race. Daaronder alle gebruikelijke teams en coureurs. Onder het grote aantal inschrijvingen bevond zich ook twee nieuwe wagens. De eerste was een Gilby/Climax. De wagen werd bestuur door Keith Greene. De tweede ‘nieuweling’ was de vierwiel aangedreven Ferguson/Climax. De motor zat bij deze wagen nog steeds voorin. De wagen was ingeschreven door het team van Rob Walker. Als coureur was Jack Fairman aangeduid. Stirling Moss maakte van de gelegenheid gebruik om de wagen op de eerste trainingsdag, op donderdag, aan de tand te voelen. Hij liet meteen zien dat de wagen een groot potentieel had. Hij reed een rondetijd van 2’00,6”. Dat was amper 1,6 seconde langzamer dan de tijd neergezet in zijn Lotus/Climax. Het waren echter opnieuw de Ferrari’s die de snelsten bleken te zijn. Alle drie reden ze 1’58,8”. Jo Bonnier zorgde voor de verrassing, door in zijn oude Porsche deze tijd te evenaren. De eerste 8 coureurs waren slechts gescheiden door 0,4 seconde. Iedereen keek dan ook vol belangstelling uit naar de volgende trainingen op vrijdag. Het weer gooide echter roet in het eten zodat de tijden van donderdag beslissend waren voor de startopstelling.
Op de middag voor de race begon het hevig te regenen. Tegen 14.30 uur, het startuur voor deze Grand Prix, stond het circuit blank. Alle wagens waren uitgerust met de nieuwe Dunlop D12 regenbanden. Toen de 30 wagens eenmaal gestart waren, lieten ze een enorme spray achter. Op het einde van de eerste ronde reden de drie Ferrari’s op hun logische posities. Phil Hill reed voor Wolfgang Von Trips en Richie Ginther. Stirling Moss reed vierde voor Jo Bonnier, Jim Clark, Tony Brooks, Graham Hill, Jack Brabham en de rest van het veld behalve Massimo Natili, die al opgegeven had. De raceomstandigheden waren echt verschrikkelijk slecht. Innes Ireland was de eerste die zijn wagen niet meer onder controle kon houden. Hij spinde in de 2e ronde. Hij kon achteraan terug aansluiten. Vier ronden later had Henry Taylor echter minder geluk. Hij spinde bij Melling Crossing en vloog tegen de hoge snelheid tegen de reclameborden. Hij werd naar het ziekenhuis afgevoerd met enkele gebroken ribben en verschillende andere kwetsuren. Ook Richie Ginther spinde in die ronde, maar enkel Stirling Moss kon hiervan gebruik maken om een plaatsje op te schuiven. De eerste vier hadden trouwens al een serieuze voorsprong op de rest van het veld.
In de 7e ronde begon Phil Hill al met het dubbelen van de eerste achterblijvers. Hij werd wat opgehouden in het verkeer waardoor Wolfgang Von Trips en Stirling Moss terug konden aansluiten. Tijdens het aanremmen voor Tatts schoot Von Trips naar de leiding, tijdens het dubbelen van Keith Greene. Drie ronden later kon ook Stirling Moss Phil Hill passeren en de achtervolging op Wolfgang Von Trips inzetten. Achter de 4 eersten was Graham Hill nu vijfde met net achter hem Jack Brabham. Dan op een grotere achterstand volgden Jo Bonnier en Roy Salvadori. Stirling Moss bracht het publiek in vervoering door het gat met Von Trips dicht te rijden. Hij probeerde direct om de Ferrari te passeren. In de 25e ronde probeerde Moss het bij Melling Crossing. Hij moest echter beroep doen op al zijn kunnen om in zijn Lotus niet van de baan te spinnen. Hij kon zijn race verder zetten in tweede positie, maar had nu wel 10 seconden achterstand op Wolfgang Von Trips. Vier ronden later, terwijl men de winnaar van de Franse Grand Prix –Giancarlo Baghetti- ging dubbelen, spinde deze van de baan bij Waterway Corner. Hij beschadigde daarbij de achterkant van zijn Ferrari en moest de strijd staken.

|
n°
26 - Stirling Moss - Ferguson
|
Halfweg de race was het gestopt met regenen. Door het groot aantal deelnemers begon er al een droge lijn te ontstaan. Wolfgang Von Trips reed nog steeds aan de leiding voor Stirling Moss. Voor de derde plaats was Richie Ginther zijn kopman Phil Hill voorbij gegaan en kwam alsmaar korter bij Moss. Ook Jack Brabham maakte van de verbeterde condities gebruik om op te rukken. Hij was in de 18e ronde voorbij Graham Hill gegaan en had nog slechts 10 seconden achterstand op Phil Hill. Stirling Moss van zijn kant, had definitief de aansluiting met Wolfgang Von Trips verloren. Korte tijd later werd hij ook door Richie Ginther gepasseerd. Vijf ronden later moest hij de pit opzoeken. Net als in Reims moesten de mecaniciens een remleiding vervangen. De drie Ferrari’s waren nu weer oppermachtig. Het enige dat er voorin nog gebeurde, was dat Richie Ginther zijn kopman, Phil Hill teug liet passeren. Ze reden voor de rest rustig naar het einde van de race toe. Na 75 ronden won Wolfgang Von Trips zijn tweede Grand Prix van het seizoen. Jack Brabham bleef vierde, maar zowel Graham Hill als Jim Clark, die al opgerukt was naar de vijfde plaats moesten nog opgeven. Daardoor eindigde Jo Bonnier en Roy Salvadori in de punten.
Het debuut van Ferguson eindigde met een diskwalificatie. Na een vroege pitstop, veroorzaakt door problemen met de ontsteking, hadden de mecaniciens de wagen terug in gang geduwd. De officials hadden geen andere keuze dan de wagen te diskwalificeren. Het team besloot echter om Jack Fairman te laten verder racen, om zo waardevolle informatie te vergaren. Na de opgave van Stirling Moss nam deze het stuur van Jack Fairman over tot de wagen in de 57e ronde de zwarte vlag kreeg.
In de stand om het wereldkampioenschap had Wolfgang Von Trips nu 27 punten. Dat waren er twee meer dan Phil Hill. Richie Ginther had er nu 16 en Stirling Moss nog steeds 12. Bij de constructeurs had Ferrari nu al 38 punten. Lotus/Climax had er 16, Porsche 11 en Cooper/Climax 9.
|