
|
Grand
Prix van Italië - De startopstelling |
Voor de laatste keer hadden de organisatoren gekozen voor het gecombineerde, 10 km lange, circuit. Maar net zoals vorig jaar was er geen boycot van de Britse teams. Al protesteerden ze wel! Er waren niet minder dan 33 inschrijvingen voor deze Grand Prix. Alle fabrieksteams waren aanwezig, inclusief drie wagens van De Tomaso en de Emeryson ingeschreven door ‘Equipe Nationale Belge’. Bij Ferrari maakte Ricardo Rodriguez, een Mexicaan, zijn debuut. Iedereen die tijdens de kwalificaties een tijd zou rijden sneller dan de pole tijd + 15% zou mogen starten. Alleen André Pilette zou in deze opdracht niet slagen.
Tijdens de 2 trainingsdagen waren de vier Ferrari’s telkens de snelsten. Het was uiteindelijk Wolfgang Von Trips die de pole positie reed in 2’46,3”. Ricardo Rodriguez was amper 0,1 seconde trager. Hij reed met de ‘oude’ 65° motor, wat deze prestatie nog meer glans gaf. Noch Jack Brabham, noch Stirling Moss, zelfs met de nieuwe V8 Coventry-Climax motor, konden ook maar in de buurt komen. Graham Hill van zijn kant, gaf de V8 BRM motor een veelbelovend debuut. Hij reed de vijfde tijd in 2’48,7”. Maar net zoals Stirling Moss viel hij voor de race terug op de meer betrouwbare 4 cilinder versie.
Op zondagnamiddag om 15.00 uur was het snikheet. Iedereen kwam zonder problemen van zijn startplaats. De Ferrari’s, die op de eerste rij stonden, werden gesplit door Graham Hill, Jim Clark en Jack Brabham. Op het einde van de eerste halve ronde streden Richie Ginther en Jim Clark om de leiding. Eens op de banking gingen Phil Hill en Ricardo Rodriguez naar plaats één en drie. Maar Jim Clark en Jack Brabham reden nog steeds voor Wolfgang Von Trips en Giancarlo Baghetti. Deze zeven coureurs hadden al een voorsprong opgebouwd op de rest van het veld aangevoerd door Jo Bonnier. In de tweede ronde raakten Wolfgang Von Trips en Jim Clark elkaar bij het aanremmen voor de ‘Parabolica’. De Ferrari vloog van de baan waardoor Wolfgang Von Trips uit zijn wagen werd geworpen. Hij overleed aan zijn opgelopen verwondingen. Alsof dat nog niet erg genoeg was, vloog de Ferrari recht in het publiek. Elf toeschouwers waren op slag dood en verschillende anderen liepen nog zware verwondingen op. Drie van hen zouden later in het hospitaal aan de gevolgen van deze crash ook nog overlijden. Jim Clark van zijn kant had meer geluk. Hij kon ongedeerd uit zijn Lotus stappen. In de volgende ronde raakten Jo Bonnier en John Surtees elkaar op identiek dezelfde plaats. Gelukkig liep deze crash af zonder persoonlijke schade. John Surtees kon de pit nog bereiken maar moest daar opgeven. De Porsche van Jo Bonnier had vanaf dat moment last van trillingen aan de achterkant van de wagen. Ook hij moest daardoor de strijd staken. De overblijvende Ferrari’s reden ondertussen weg van de rest van het veld. Giancarlo Baghetti was ondertussen opgerukt naar de vierde positie. De enige die weerwerk kon bieden, was Jack Brabham. Het zou hem lukken tot de 9e ronde. Dan moest hij opgeven. Zijn ‘nieuwe’ V8 motor was oververhit door een verlies van koelwater. De vier Ferrari’s bleven dan alleen vooraan over. 20 seconden daarachter volgden Stirling Moss en Dan Gurney. Deze vochten een duel uit met als inzet de vijfde plaats.

|
Deze
bocht kwam niet meer terug in de Formule 1
|
In de 14e ronde kreeg de Ferrari dominantie echter een serieuze dreun. Zowel Ricardo Rodriguez als Giancarlo Baghetti moesten de strijd staken met een motorprobleem. Phil Hill en Richie Ginther beslisten dan maar wijselijk om het tempo wat te laten zakken. Ze hadden toch al meer dan 25 seconden voorsprong op Stirling Moss en Dan Gurney, die nog steeds hevig aan het duelleren waren. Nog verderop volgden Bruce McLaren, Tony Brooks, Jackie Lewis, Roy Salvadori en de rest van het fel uitgedunde veld. Ongeveer de helft van alle deelnemers had immers op dat moment al opgegeven. Tot halfweg veranderde er niet veel aan de situatie, maar plots begon Richie Ginther te vertragen. In de 24e ronde moest hij de pit opzoeken met een rokende motor. Alleen Phil Hill bleef over om de Ferrari eer hoog te houden. Stirling Moss moest ook nog opgeven met een vastgelopen wiellager. Daarmee kwam er een eind aan zijn duel met Dan Gurney. De achterstand van de Porsche coureur op Phil Hill bedroeg ongeveer een halve minuut. Dit bleef onveranderd tot het einde van de race. Phil Hill won voor Dan Gurney. Bruce McLaren werd derde voor Jackie Lewis, Tony Brooks en Roy Salvadori.
Phil Hill mocht zich de nieuwe wereldkampioen noemen. Ferrari was zeker van de titel bij de constructeurs. De vreugde werd echter overschaduwd door de dood van Wolfgang Von Trips, die voor deze race nog aan de leiding stond in het kampioenschap.
|