
|
n°
15 - Innes Ireland - Lotus 21 |
De beslissing om de Grand Prix van Amerika te organiseren op het circuit van Riverside bleek ook al geen succes te zijn. Daarom werd er beslist om de Grand Prix dit jaar te laten doorgaan op het circuit van ‘Watkins Glen’, gelegen in New York. Net als vorig seizoen bleef het team van Ferrari afwezig. Dit alles had veel te maken met de dood van Wolfgang Von Trips. In totaal schreven er zich 19 coureurs in voor deze Grand Prix. Dit waren, buiten Ferrari, de normale teams van dit seizoen, aangevuld met enkele Amerikaanse privé inschrijvingen.
Op vrijdagnamiddag begonnen de trainingen op een dramatische wijze. Olivier Gendebien ging met zijn UDT-Laystall Lotus, net voor de pit, over de kop. Gelukkig kon hij zonder kwetsuren de zwaar beschadigde Lotus verlaten. Zijn wagen werd tegen de volgende morgen weer helemaal terug hersteld. Ook Innes Ireland mocht van geluk spreken dat hij, na een stuurbreuk op zijn Lotus, ongedeerd uit zijn wagen kon kruipen nadat hij van de baan was gevlogen. Tussen de twee onderbrekingen in had Jack Brabham aangetoond dat de V8 Coventry-Climax motor veel progressie had gemaakt. Hij reed 1’17,3” op vrijdag en 1’17,0” op zaterdag. Stirling Moss, die de beschikking had over dezelfde motor, ging rond in 1’17,2”. Na een misfire besloot hij echter om toch de beproefde vier cilinder motor te gebruiken voor de race. Met deze motor reed hij een tijd van 1’18,2” wat toch nog goed was voor de derde startplaats. Graham Hill eindigde op de tweede plaats met een tijd van 1’18,1”. Hill maakte gebruik van de V8 BRM motor.
De race begon op zondag om 14.00 uur. Voor de wagens uit het zicht verdwenen, blies John Surtees de motor van zijn Cooper al op. Ondertussen had Jack Brabham de leiding in handen genomen. Op het einde van de eerste ronde had Stirling Moss de leiding echter al overgenomen. Jack Brabham reed tweede, Innes Ireland derde net voor Graham Hill, Dan Gurney, Masten Gregory, Bruce McLaren, Jo Bonnier, Tony Brooks en de 9 resterende coureurs. In de tweede ronde waren er nauwelijks positiewissels maar in de derde ronde spinde Innes Ireland. Bruce McLaren kon van de verwarring gebruik maken om op te schuiven naar de derde plaats. De Lotus van Innes Ireland viel terug naar de 11e positie. Ireland liet het hier echter niet bij. In de volgende vijf ronden won hij niet minder dan zeven posities. Eén van die zeven was Jim Clark. Die had een pitstop gemaakt om een probleem met zijn koppeling op te lossen. Graham Hill reed nog steeds op de vijfde plaats. Voor de zesde plaats streden Dan Gurney en Masten Gregory. Ondertussen had Jack Brabham de leiding van Stirling Moss terug overgenomen. Geen van beide kon de andere echter afschudden. In de 16e ronde nam Moss weer de leiding en zo ging dat een tijdje verder. Het onderlinge verschil tussen de twee koplopers bedroeg nauwelijks meer dan één wagenlengte.

|
Wereldkampioen
Phil Hill
|
In de 24e ronde eindigde het duel voor de zesde plaats. Masten Gregory moest opgeven met een afgebroken versnellingspook. Enkele ronden later nam de Amerikaan het stuur over van Olivier Gendebien. Ook Bruce McLaren kreeg problemen met de versnellingsbak. Bij hem weigerde de vijfde versnelling alle dienst. In de 34e ronde kon Ireland de derde plaats van de Nieuw-Zeelander overnemen. Enkele ronden later kreeg ook zijn kopman problemen. Jack Brabham verloor het koelwater van de motor. In de 45e ronde moest hij daardoor de pit opzoeken. Hij kon wel erg snel terug vertrekken maar moest 13 ronden later toch opgeven. Stirling Moss had nu stevig de touwtjes in handen. Zijn voorsprong op Innes Ireland bedroeg 45 seconden na de eerste stop van Jack Brabham. In de 59e ronde moest hij echter ook de strijd staken. Zijn motor gaf de geest. Gelukkig was er in de race nog wel het één en het ander te zien. Innes Ireland reed nu plots aan de leiding met net achter hem de BRM van Graham Hill. Dit bleef zo tot de 74e ronde toen Graham Hill een stop moest maken. Ondertussen was Roy Salvadori voorbij Dan Gurney en Bruce McLaren naar de 2e plaats gereden. Hij reed ook sneller dan Innes Ireland. Met nog vier ronden te rijden was het verschil teruggelopen tot 4 seconden. In de 97e ronde blies Salvadori echter zijn motor op. Hij bleef achter met lege handen. Innes Ireland kon echter nier verpozen, want nu was Dan Gurney genaderd tot op 5 seconden. Dit verschil bleef echter constant zodat Innes Ireland zijn eerste en enige, Grand Prix zege boekte. Dan Gurney werd tweede voor Tony Brooks, die zijn afscheid aan de sport aankondigde na de race. Bruce McLaren werd zonder vijfde versnelling vierde voor Graham Hill en Jo Bonnier.
Het wereldkampioenschap was al beslist voor deze race. Je kan de volledige uitslagen van het seizoen 1961
hier raadplegen.
|