
|
Grand
Prix van Frankrijk 1962 |
Voor het eerst sinds 1957 werd de Grand Prix van Frankrijk nog eens georganiseerd op het circuit van Rouen. 17 coureurs schreven zich in voor deze race. De grote afwezige was het team van Ferrari, dat door een algemene staking in Italië het land niet konden verlaten. BRM, Lotus, Porsche, Cooper en Lola waren wel allemaal aanwezig en samen met de teams van Brabham, Rob Walker en UDT-Laystall waren dat de voornaamste deelnemers aan deze wedstrijd. Gelukkig was Porsche, nog afwezig tijdens de vorige Grand Prix, nu wel aanwezig. Zo hadden de Britse teams toch wat concurrentie toen de trainingen begonnen op donderdagnamiddag. Bij Porsche hadden ze de afgelopen weken hard aan hun wagens gewerkt. Ze verschenen dan ook met een aangepaste versie van het model 804. Al van in het begin van de trainingen liet Dan Gurney zien dat de inspanningen van de Duitsers vruchten had afgeworpen. Hij reed een ronde in 2’16,5”, een tijd die enkele geklopt werd door Graham Hill en John Surtees. Op vrijdagmorgen deden ook Jim Clark, Bruce McLaren en Jack Brabham nog beter. Zelf kon Dan Gurney zijn tijd niet verbeteren. Hij moest starten van op de derde rij. Jim Clark had de pole positie veroverd in zijn Lotus 25 met een tijd van 2’14,8”.
Op zaterdag moest iedereen rusten, want er stonden geen trainingen op het programma. Net voor de race mocht iedereen toch nog wat rondjes rijden. Net na de start nam Graham Hill de leiding in handen voor Jim Clark en Bruce McLaren. Richie Ginther had zijn motor laten afslaan op de startgrid. De startknop deed het al evenmin. Hij werd snel in de pit geduwd door zijn mecaniciens waar men alsnog zijn wagen aan de praat kreeg. Met bijna een ronde achterstand op de leiders kon hij ook aan zijn wedstrijd beginnen. Ondertussen had ook Innes Ireland al problemen. Hij had een lekke band. Hij deed er alles aan om de pit nog te bereiken, maar tevergeefs. Aan de kop van de race reed nog steeds Graham Hill voor John Surtees, Jim Clark en Bruce McLaren. Deze vier hadden zich al afgescheiden van de rest met Jack Brabham als eerste in de achtervolging. In de derde ronde werd al duidelijk dat alleen John Surtees het tempo, opgelegd door Graham Hill kon volgen. Samen bouwde ze ronde na ronde hun voorsprong uit. In de 6e ronde moest Jo Siffert de strijd staken. De ontkoppeling van zijn wagen was stuk. Belangrijker was echter dat de Cooper van Bruce McLaren steeds uit zijn versnelling sprong. Dat was dan ook de reden dat hij in de 10e ronde van de baan gleed. Daarbij beschadigde hij de achterwielophanging van zijn wagen. Jack Brabham kreeg ook met problemen af te rekenen. Zijn achterwielophanging brak af op het einde van die 10e ronde. Hij moest de strijd staken terwijl Bruce McLaren van zijn kant, na een lange pitstop, zijn weg kon vervolgen. Hij reed wel helemaal achteraan. De volgende die in problemen kwam, was John Surtees. In de 13e ronde ging hij de pit in. Hij kwam als achtste terug op de baan. Hij was gepasseerd door Jim Clark, Dan Gurney, Masten Gregory, Jo Bonnier, Tony Maggs en Maurice Trintignant. Graham Hill reed nu afgescheiden aan de leiding met 15 seconden voorsprong op Jim Clark. Graham Hill bleef echter ‘pushen’ en zijn voorsprong werd elke ronde iets groter. Ondertussen had John Surtees opnieuw het goede ritme te pakken. Na de opgave van Masten Gregory schoof hij op naar de 7e positie. Een ronde later ging hij voorbij Tony Maggs en Maurice Trintignant. In de 22e ronde reed hij al terug op een vierde plaats omdat Jo Bonnier problemen kende met zijn versnellingsbak kreeg en geen partij was voor John Surtees.

|
n°
8 - Graham Hill - BRM P57
|
Aan het begin van de 30e ronde was de voorsprong van Graham Hill al opgelopen tot iets meer dan 30 seconden. Maar toen gebeurde het. Graham Hill had net Jackie Lewis voor de tweede keer gedubbeld. Plots had de Cooper echter geen remmen meer. Voor het aanremmen voor de volgende bocht kon Lewis Hill niet meer ontwijken. Hij knalde achterop de BRM. Deze spinde van de baan. Jim Clark nam zo onverwacht de leiding over. Ondertussen kon Graham Hill opnieuw de achtervolging inzetten. Lang kon Jim Clark echter niet genieten van zijn leidende positie. Door een constructiefout in de voorwielophanging kreeg hij problemen met de besturing van zijn wagen. Na nog drie ronden een gevecht met zijn wagen te hebben geleverd, moest hij zich toch gewonnen geven. Zo kwam Graham Hill terug aan de leiding met een voorsprong van 20 seconden op de ‘vernieuwde’ Porsche van Dan Gurney. John Surtees reed op de derde plaats voor Tony Maggs en Richie Ginther, al lag deze laatste al wel twee ronden achter op de leider. Na Ginther reden er nog maar vijf wagens meer mee in deze race. Negen ronden gingen voorbij en met nog 12 ronden voor de boeg leek de beslissing gevallen. Graham Hill had zijn voorsprong terug opgedreven tot 25 seconden. Plots ging de brandstofpomp van zijn BRM echter stuk. Hij kwam bijna tot stilstand in de haarspeld en kon alleen nog op een erg traag tempo verder rijden. Hij ging naar de pit waar men het probleem niet kon oplossen. Hij maakte de race dan maar ‘stapvoets’ af. Hij zou nog 10 ronden moeten prijsgeven. Dan Gurney van zijn kant nam het geschenk met beide handen aan. Hij ging door en won zijn eerste Grand Prix net zoals het de eerste zege was voor Porsche. John Surtees kreeg op het einde van de race nog problemen met zijn versnellingsbak waardoor Tony Maggs nog tweede werd. Richie Ginther werd derde en in de laatste ronde kon Bruce McLaren de vierde plaats nog afsnoepen van John Surtees.
Normaal gezien eindigt hier de race, maar toen John Surtees over de lijn reed, en zich een weg naar de pit baande kwam Maurice Trintignant daar op volle snelheid aangereden. Hij kon Surtees nog net ontwijken, maar Trevor Taylor, die net achter hem over de finish was gekomen, kon Surtees niet meer ontwijken. Hij knalde vol op Surtees in. Ondanks het feit dat beide wagens totaal vernield waren, liepen de coureurs toch geen averij op.
In de stand voor het wereldkampioenschap bleef Graham Hill op 16 punten staan. Phil Hill
bleef op 14 punten staan en Bruce McLaren kwam nu op
12 punten. Bij de constructeurs was het ook erg spannend met BRM die al 20 punten hadden verzameld voor Cooper/Climax met 17, Lotus/Climax met 15, Ferrari met 14 en Porsche met 12 punten.
|