
|
n°
2 - Phil Hill - Ferrari 156 |
Voor het tweede opeenvolgende jaar werd de Grand Prix van Groot-Brittannië gehouden op het circuit van Aintree. Niet iedereen was daar even gelukkig mee. In totaal schreven er zich 21 coureurs in. Porsche, BRM, Cooper, Lotus, Lola en Ferrari, deze laatste wel alleen maar met Phil Hill, waren allen aanwezig. Ook de teams van Brabham en UDT-Laystall waren ingeschreven net als nog enkele kleinere teams. Gelukkig voor de teams viel het weer al mee tijdens de eerste training op donderdagnamiddag. Na deze twee uur durende sessie had Jim Clark de snelste tijd achter zijn naam staan met 1’54,0”. Dan volgde de Porsche van Dan Gurney met 1’54,8”. Op vrijdag waren er nog twee trainingen van elk 60 minuten voorzien. De Amerikaan kon, in zijn Porsche, zijn tijd niet meer verbeteren. De meeste andere coureurs deden dat echter wel. John Surtees, Innes Ireland, Bruce McLaren en Graham Hill reden allemaal sneller dan de Porsche van Dan Gurney. Deze vier, samen met Jim Clark, namen de eerste twee startrijen voor hun rekening. De wereldkampioen Phil Hill kon in zijn Ferrari niet veel indruk maken. Hij reed 1’56,2”. Dat was goed voor een plaats op de vijfde rij.
Alle inspanningen ten spijt kon Innes Ireland daar in de race geen gebruik van maken. Tijdens de warming-up, net voor de race, kreeg hij problemen met het schakelen. De mecaniciens deden er nog alles aan om het probleem te verhelpen, maar slaagden niet in hun opzet. Net voor de start kon hij zelfs geen enkele versnelling meer inschakelen. Hij kon alleen maar wachten, met de handen omhoog, tot dat iedereen hem voorbij zou razen net na de start. Tijdens de eerste ronde bleef Jim Clark op kop rijden. Hij werd gevolgd door John Surtees, Dan Gurney en Bruce McLaren. Dan was er al een gat naar Jack Brabham en Graham Hill en de rest van het veld. Ondertussen was Innes Ireland naar de pit geduwd waar men koortsachtig probeerde om het probleem op te lossen. Toen hij eindelijk vertrok, waren de leiders al in hun achtste ronde. En dan nog kon hij geen gebruik maken van de 2e en 3e versnelling. Verrassend genoeg waren er in de openingsfase maar heel weinig inhaalmanoeuvres te zien. Jim Clark en John Surtees hadden een kleine voorsprong op Dan Gurney en Bruce McLaren. Jack Brabham en Graham Hill vochten nog steeds om de vijfde plaats. In de 7e ronde nam Graham Hill trouwens de vijfde positie over. Op de 7e plaats reed Jo Bonnier, die na een erg slechte start, aan een remonte bezig was. Langzaam maar zeker reed Jim Clark weg van John Surtees. In de 20e ronde bedroeg zijn voorsprong al 7 seconden. Dan Gurney was teruggevallen naar de vijfde plaats achter Bruce McLaren en Graham Hill. De koppeling van zijn Porsche slipte. De enige gevechten op de baan waren deze tussen Jo Bonnier en Tony Maggs, voor de 7e plaats en verderop tussen Richie Ginter en Phil Hill voor de 11e plaats. Jim Clark reed ‘rustig’ verder weg van de concurrentie. Dan Gurney probeerde wanhopig zijn vijfde plaats vast te houden. In de 28e ronde werd hij echter gepasseerd door Jack Brabham. Vanaf dat moment ging het alsmaar slechter met de Porsche. Zijn teamgenoot Jo Bonnier had in de 27e ronde trouwens moeten opgeven met een afgebroken differentieel.

|
n°
20 - Jim Clark - Lotus 25
|
Na 40 ronden had Jim Clark zijn voorsprong al uitgebouwd tot 17 seconden op John Surtees. Bruce McLaren volgde al op bijna 1 minuut. Jim Clark had de volledige controle over deze saaie race. Phil Hill moest nog opgeven in zijn Ferrari in de 47e ronde. Hij blies zijn motor op. Verder vielen er geen problemen meer te melden. Op het einde van de 78 ronden en tot éénieders tevredenheid won Jim Clark deze processie. John Surtees werd mooi tweede in de Lola.
In de stand voor het wereldkampioenschap had Graham Hill nu 19 punten voor Jim Clark met 18, Bruce McLaren met 16 en Phil Hill met 13. Bij de constructeurs was Lotus/Climax de leider met 24 punten voor BRM met 23 en Cooper/Climax met 21.
|