
|
n°
16 - Jack Brabham Brabham BT3 |
Niet minder dan 30 coureurs schreven zich in voor de Grand Prix van Duitsland. Daarbij ook terug het team van Ferrari dat op volle sterkte terug aanwezig was met Phil Hill, Giancarlo Baghetti, Ricardo Rodriguez en Lorenzo Bandini. Uiteraard waren ook de teams van BRM, Cooper, Lotus, Porsche en Lola aanwezig. Buiten deze teams waren er nog een paar bijzonderheden te vermelden. Zo was het team van Brabham voor het eerst met hun eigen wagen (Brabham BT3) aanwezig. Ook het team van Ecurie Nationale Belge kwam met een eigen wagen op de proppen (ENB) en het team van Gilby probeerde nog eens met hun eigen wagen de weg naar succes in te slaan.
De eerste training, op vrijdagmorgen, gebruikte bijna iedereen om de set-up van zijn wagen te verbeteren op dit 21,85 km lange en moeilijke circuit. Het team van Lotus kreeg al vrij snel af te rekenen met pech toen de wagen van Trevor Taylor uit zijn versnelling schoot. Daardoor schoot de motor erg hoog in de toeren en ontplofte. Graham Hill reed de beste tijd in 9’01,8”. In de namiddag was het helemaal anders. Dan gingen de coureurs wel voor snelle tijden. Dan Gurney, Graham Hill, Jim Clark en John Surtees doken allemaal onder de grens van de 9 minuten. Dan gebeurde er een merkwaardig ongeval. Een Duitse televisieploeg had een camera gemonteerd op de wagen van Carel Godin De Beaufort. Toen hij met zijn Porsche door de bergen van Fuchsrohre reed, brak de camera echter af en viel op de weg. Graham Hill volgde op enige afstand. Toen hij de bocht nam, reed hij met zijn BRM over de camera. Van de klap ging een olieleiding stuk. De olie kwam onder andere op de achterwielen en Graham Hill spinde van de baan recht de bossen in. Voor de marshalls ter plaatse waren, kwam Tony Maggs met een snelheid van 200 km/u aangereden. Hij spinde over de olie die op de baan lag. Ook zijn Cooper verdween in de bossen. Het was een mirakel dat er bij dit ongeval geen gewonden vielen.
Op zaterdag kwam en een druilregen naar beneden. Uiteraard verhinderde dat snelle rondetijden. Enkele rijders reden nog tot ze het minimaal aantal van 5 ronden achter hun naam hadden staan. Dat was nodig om zich te kwalificeren. Jack Brabham was één van die rijders omdat op vrijdag zijn nieuwe Brabham BT3 al erg snel een technisch defect had vertoond. Ook Tony Maggs moest zijn vijf ronden nog rijden. Hij maakte gebruik van de reserve Cooper. Zijn beste tijd was 10’21,2”. De dag ervoor reed hij 9’04,8”, maar die tijd telde niet omdat hij deze had gereden met een andere dan zijn racewagen. Tony Shelly, Wolfgang Seidel, Jay Chamberlain en Gunther Seiffert konden om één of andere reden de 5 ronden niet rijden. Ze kregen dan ook geen toestemming om te starten.
Op zondag was het weer nog veel slechter dan op zaterdag. De start werd zelfs met meer dan een uur uitgesteld omdat het veel te hard regende. Toen de start dan toch werd gegeven, liet Jim Clark zijn motor afslaan. Met de grootste moeite geraakte iedereen voorbij de Lotus, die eens iedereen voorbij was, zijn wagen startte en aan een achtervolging kon beginnen. Ook de Lotus van Trevor Taylor vertoonde al problemen. De motor draaide maar op halve kracht. Halfweg de eerste ronde gaf de motor plotseling zijn hele vermogen af. Trevor Taylor werd verrast, schoot van het circuit en moest opgeven. Door al deze gebeurtenissen zouden we bijna vergeten dat Dan Gurney aan de leiding reed. Na één ronde volgde Graham Hill op minder dan 1 seconde. Kort daarachter volgde Phil Hill, na een knappe start in zijn Ferrari, John Surtees, Jo Bonnier, Bruce McLaren, Ricardo Rodriguez, Richie Ginther, Jack Brabham en dan al Jim Clark. Deze laatste had niet minder dan 16 wagens gepasseerd in deze eerste ronde.
In de 2e ronde ging John Surtees naar de derde plaats. Ook Bruce McLaren ging voorbij aan Phil Hill, maar deze kon het leidende trio niet volgen. De leider, Dan Gurney, werd zwaar onder druk gezet door Graham Hill en in de South Curve, in de 3e ronde, nam Graham Hill de leiding over. Dan Gurney slaagde er wel in om het tempo van Hill te volgen terwijl John Surtees op enkele seconden ook kon volgen. Ook voor de vijfde plaats was er een groot gevecht aan de gang tussen Phil Hill, Jo Bonnier en Ricardo Rodriguez. Achter dit trio kwam Jim Clark alsmaar korter. In de 4e ronde ging hij mee in het zog van Ricardo Rodriguez voorbij Phil Hill en Jo Bonnier. In de volgende ronde passeerde hij de Mexicaan zodat Clark nu al op de vijfde plaats was aanbeland. Vooraan had John Surtees de tweede plaats weten over te nemen van Dan Gurney.

|
n°
6 - Trevor Taylor - Lotus 24
|
Net na halfweg, in de 8e ronde, had Gurney Surtees echter terug weten bij te halen. Jim Clark was ondertussen ook voorbij Bruce McLaren gegaan en kwam alsmaar korter op het leidende trio. Hij reed nog 20 seconden achter Dan Gurney. Phil Hill van zijn kant viel verder en verder terug en in de 9e ronde werd hij de achtste opgever. De ophanging van zijn Ferrari had het begeven. Het leidende trio bleef elkaar onder druk zetten in de wetenschap dat Jim Clark elke ronde korter en korter kwam. In de 11e ronde maakte de Schot echter een fout en mocht hij blij zijn dat hij zijn weg kon vervolgen.
Hij besloot dan maar om de resterende ronden het wat kalmer aan te doen en genoegen te nemen met de vierde plaats. Ondanks het feit dat er vooraan geen positiewissels meer plaatsvonden, waren de laatste ronden erg spannend. De kleinste fout zou meedogenloos worden afgestraft! Op de eindstreep bedroeg het verschil tussen de eerste (Graham Hill) en de derde (Dan Gurney) amper 4,4 seconden. Tweede werd uiteraard John Surtees. Jim Clark eindigde vierde voor Bruce McLaren en Ricardo Rodriguez.
In de stand voor het wereldkampioenschap deed Graham Hill een goede zaak. Hij had nu 28 punten voor Jim Clark met 21,John Surtees met 19 en Bruce McLaren met 18. Bij de constructeurs had BRM nu al 31 punten voor Lotus/Climax met 27, Cooper/Climax met 23 en Lola met 19 punten
|