
|
Grand
Prix van Italië 1962 |
Net als tijdens de Grand Prix van Duitsland was er voor de laatste Grand Prix op Europese bodem heel wat interesse. 30 coureurs schreven zich in. Jack Brabham was met zijn Brabham BT3 echter niet aanwezig. Zijn team gaf er de voorkeur aan om zijn nieuwe wagen eerst op punt te zetten. Een nieuwe wagen was de inschrijving van De Tomaso voor Nasif Stefano en Roberto Lippi. Geen van beiden kon zich echter plaatsen voor de race. Voor de rest waren het de gebruikelijke teams die de startgrid zouden bevolken. De organisatoren hadden echter beslist dat enkel de 22 snelsten in de training aan de start zouden mogen komen op voorwaarde dat hun tijd niet trager was dan de tijd van de pole positie plus 10%. Ook hadden ze beslist om vanaf dit seizoen geen gebruik meer te maken van het 10 km lange circuit met de hoge banking in de laatste bocht. Er werd geracet op het 5,75 km lange circuit.
Er waren 2 trainingen voorzien. Op vrijdag en op zaterdag kregen de teams en de coureurs ruimschoots de tijd van 15.00 tot 18.30 uur om zich te plaatsen voor de race. Van in het begin waren het de wagens van het team van BRM die de beste tijden lieten noteren. Het duurde echter tot de laatste 30 minuten eer de tijden echt competitief werden. Graham Hill was de snelste tijdens deze eerste training met een tijd van 1’40,7”, dat was 0,8 seconde sneller dan zijn eerste rivaal Jim Clark.
De training op zaterdag was een kopie van deze op vrijdag. Ook nu vielen de beste tijden weer helemaal op het einde van de training. Jim Clark reed 0,03 seconde sneller dan Graham Hill en nam zo de pole positie voor zijn rekening. Het team van Lotus had nochtans veel problemen tijdens deze training waaronder 2 keer een gebroken versnellingsbak.
Uiteindelijk plaatsen 21 wagens zich voor de race op zondag. Na het vallen van de vlag was Jim Clark het beste weg. Nog voor het einde van de eerste ronde reed Graham Hill echter al aan de leiding. Na de eerste ronde waren de posities achter de eerste twee: Richie Ginther, John Surtees, Bruce McLaren, Jo Bonnier, Dan Gurney, Tony Maggs, Masten Gregory. Dan volgde Giancarlo Baghetti in de eerste Ferrari. Al vroeg in de race kreeg de Lotus van Jim Clark hetzelfde probleem als in de trainingen. Hij ging in de derde ronde in de pit om naar zijn versnellingsbak te laten kijken. Graham Hill begon ondertussen al weg te rijden van de rest van het veld. Richie Ginther en John Surtees duelleerden voor de tweede plaats. Daarachter had Bruce McLaren alle moeite van de wereld om de 2 Porsches van Dan Gurney en Jo Bonnier voor te blijven. In de 13e ronde ging de Amerikaan Gurney echter voorbij de Cooper van McLaren. Deze liet zich echter niet doen en een ronde later reed hij terug voor de Porsche. Ondertussen had Jo Bonnier de rol moeten lossen en kwam in een ander groepje terecht. Dat bestond uit Innes Ireland (wel met een ronde achterstand na een vroege pitstop), Masten Gregory, Tony Maggs en de drie Ferrari’s van Willy Mairesse, Ricardo Rodriguez en Giancarlo Baghetti. De Belg maakte hier zijn wederoptreden na zijn ongeval tijdens de Grand Prix van België.
Na 25 ronden had Graham Hill al 15 seconden voorsprong op de twee kemphanen achter hem. Richie Ginther en John Surtees namen om de beurt de tweede plaats voor hun rekening. Ze hadden op hun beurt 20 seconden voorsprong op Bruce McLaren en Dan Gurney. Op minder dan twee seconden volgden Innes Ireland en Tony Maggs, op de voet gevolgd door Willy Mairesse, die net voorbij Jo Bonnier was gegaan. Ondertussen hadden Jim Clark, Maurice Trintignant en Tony Settember allemaal opgegeven. In de 26e ronde moest ook de 2e Lotus, die van Trevor Taylor, de strijd staken. Ook Masten Gregory had problemen. Bij hem was zijn motor oververhit. Hij verloor 4 ronden in de pit om zijn motor te laten afkoelen. De problemen bleven voor anderen echter voortduren. Even na halfweg kregen de twee Lola’s bijna gelijktijdig af te rekenen met een opgeblazen motor. Ook Masten Gregory moest opnieuw naar de pit. Deze keer met problemen aan de versnellingsbak. Zijn teamgenoot, Innes Ireland, moest de race verlaten met een gebroken voorwielophanging.

|
Grand
Prix van Italië 1962
|
Graham Hill zijn voorsprong op Richie Ginther bedroeg nu al 20 seconden. Omdat John Surtees in zijn Lola was uitgevallen, was het eerste interessante gevecht dat voor de derde plaats. In dat gevecht, tussen Bruce McLaren, Dan Gurney en Tony Maggs, had iedereen wel eens de leiding in handen. Daarachter was Jo Bonnier nu gepasseerd door de drie Ferrari’s. In de 54e ronde moest Tony Maggs een pitstop maken voor extra brandstof. Hij had geopteerd om de race te rijden met de gewone brandstoftanks terwijl zijn teamgenoot Bruce McLaren, met de extra grote brandstoftanks reed. Door deze extra stop viel hij terug tot de 9e plaats. Twee ronden later maakte Ricardo Rodriguez een pitstop. Zijn mecaniciens keken of er iets mis was met de Ferrari krachtbron. Maar zelfs met al die uitvallers konden er nog vijf wagens aanspraak maken op de derde plaats. Nadat Giancarlo Baghetti zich naar de derde plaats had geknokt, spinde hij in de 59e ronde. Dan Gurney, Willy Mairesse en Bruce McLaren gingen er makkelijk langs maar Jo Bonnier verloor er veel tijd doordat Giancarlo Baghetti terug op de baan kwam. Daardoor werd het gevecht voor de derde plaats teruggebracht tot Dan Gurney, Willy Mairesse en Bruce McLaren. Jo Bonnier en Giancarlo Baghetti zouden niet meer terugkomen. In de 66e ronde was Dan Gurney plots verdwenen. Het differentieel was stuk gegaan en hij stond ergens stil op de omloop. Ongeveer op hetzelfde moment begon het lichtjes te regenen. De snelheid ging uiteraard wat naar benenden, maar de Ferrari en de Cooper bleven kort bij elkaar tot in de laatste ronde. Graham Hill won de race voor Richie Ginther en zorgde ze voor een dubbel voor BRM. Bruce McLaren werd uiteindelijk derde net voor Willy Mairesse. Vijfde werd Giancarlo Baghetti voor Jo Bonnier.
In de stand voor het wereldkampioenschap stond Graham Hill nu ruim op kop met 36 punten voor Bruce McLaren met 22 punten. Derde stond Jim Clark met
21 punten voor John Surtees met 19 punten. Bij de constructeurs had BRM nu al 37 punten voor Lotus/Climax met 27, Cooper/Climax met 25 en Lola met 19 punten.
|