GRAND PRIX VAN ITALIË 1963

34o Gran Premio d'Italia 

ITA

VERSLAG VAN DE RACE

n° 16 - Phil Hill - ATS 100

28 coureurs waren present voor de Grand Prix van Italië. Alle teams waren aanwezig. Cooper, BRM, Ferrari, Lotus, ATS, Brabham, Lola, Rob Walker, Centro-Sud en nog heel wat privé-inschrijvingen. Er waren wel veranderingen bij de coureurs. Zo verving Lorenzo Bandini de gekwetste Belg Willy Mairesse. Bij Centro-Sud werd Lorenzo Bandini dan op zijn beurt vervangen door Ernesto Brambilla. Bij het team van Lotus werd Trevor Taylor, die zwaar gewond geraakte tijdens een wedstrijd op Sicilië, vervangen door Mike Spence.

De organisatoren kenden maar weinig bijval doordat ze beslist hadden om terug gebruik te maken van het 10 km lange circuit. Uiteraard werd ook de beruchte bocht met de hoge banking weer aangedaan. Halfweg de eerste training, op vrijdagnamiddag, werd deze beslissing echter ongedaan gemaakt en ging men verder op het ‘gewone’ 5,75 km lange circuit. Verschillende coureurs hadden toen al angstige momenten beleefd in de hobbelige ‘banking’ van de bocht. Toen Bob Anderson er een wiel verloor, was het genoeg geweest. De politie kwam tussenbeide en verklaarde dat de veiligheid van de coureurs en de toeschouwers niet meer gewaarborgd was. Dit klonk als muziek in de oren van de meeste coureurs. Na een onderbreking werden de trainingen hervat op het korte circuit. John Surtees, Jim Clark en Graham Hill reden alledrie een ronde die erg dicht bij elkaar lag. De tijdwaarnemers moesten gebruik maken van de honderdste van een seconde om ze uit elkaar te halen.

In de zaterdagnamiddag vond er een tweede training plaats. Opnieuw waren John Surtees, Graham Hill en Jim Clark de snelsten. Maar ook Richie Ginther, Dan Gurney en Lorenzo Bandini kwamen met hun tijd in de buurt. John Surtees maakte voor de eerste keer gebruik van het nieuwe type 156 Aero. Hij nam er onmiddellijk de pole mee in een tijd van 1’37,3”. De Lotus van Clark had blijkbaar vermogen te kort op dit ultrasnelle circuit. Zo kon Graham Hill met 1’38,5” de plaats naast John Surtees opeisen. Heel de training door was er enorm veel activiteit op de baan. Alleen de coureurs die sneller reden dan de poletijd +10% zouden toestemming krijgen om te starten. Maar met een maximum van 20 wagens. 8 coureurs zouden dus ontgoocheld achterblijven. Dat werd gereduceerd tot 7 toen Chris Amon in de Lesmo crashte. Niet alleen vernielde hij zijn Lola, maar hij raakte hierdoor ook zwaar gewond zodat hij niet kon deelnemen aan de race.

Toen de start gegeven werd, twijfelde John Surtees een klein momentje. Meer had Jim Clark niet nodig om de Ferrari te passeren. Hij reed naast Graham Hill naar de Curva Grande toe. Na 1 ronde reed Graham Hill op kop. Daarachter kwamen Jim Clark en John Surtees die zij aan zij reden. Dan volgden Lorenzo Bandini, Dan Gurney en Richie Ginther. In de loop van de volgende 2 ronden veranderde er niets maar in de 4e ronde nam John Surtees de leiding over. In zijn slipstream ging Jim Clark naar de tweede plaats. Uiteraard probeerde John Surtees Jim Clark uit zijn slipstram te lossen. Jim Clark bleef evenwel goed de Ferrari volgen. Samen met Surtees nam hij afstand van Graham Hill en Dan Gurney. Af en toe deelde Jim Clark een plaagstoot uit, maar telkens kon John Surtees de aanvallen afslaan. In de 17e ronde blies hij echter plotseling zijn motor op. Jim Clark kon zijn weg alleen verder zetten. Maar zonder de slipstream van de Ferrari werd hij al snel weer bijgehaald door Graham Hill en Dan Gurney. Dit trio maakte er de volgende ronden een echt gevecht van. Ook voor de vierde plaats was er een hevig duel aan de gang. Lorenzo Bandini, Richie Ginther en Innes Ireland met kort daarachter Jack Brabham, Bruce McLaren en Jo Bonnier maakte daar deel van uit.

Halfweg waren de gevechten nog steeds in alle hevigheid aan de gang. Bijna iedere ronde vielen er positiewissels te noteren. De enige belangrijke ‘wissel’ was de opgave van Lorenzo Bandini in de 38e ronde. Zijn versnellingsbak was stuk gegaan. Doordat de eerste acht coureurs zo in een gevecht verwikkeld waren, zou men vergeten dat er nog andere coureurs meereden in deze race. Mike Spence maakte een mooi debuut in de 2e Lotus. Ondanks het feit dat hij al gedubbeld was, was hij al opgeklommen naar de 9e positie net voor Tony Maggs. Zes andere wagens waren nog verder achterop geraakt. Vooraan begon Graham Hill last te krijgen met de ontkoppeling. Hij moest vooraan de rol lossen want het probleem ging van kwaad naar erger. In de 50e ronde reed hij de pit in en ondanks het feit dat hij terug vertrok, gaf hij 9 ronden later toch op. De twee overgebleven leiders hadden nu iedereen op minstens één ronde achterstand gereden. Jim Clark reed het meeste aan de leiding en leek alles onder controle te hebben. Al snel was er geen twijfel meer mogelijk wie de race zou winnen. In de 63e ronde kreeg de Brabham van Dan Gurney geen brandstof meer. Er was een probleem met de brandstoftoevoer. Na een erg trage ronde zat er voor Dan Gurney niets anders op dan de strijd te staken.

Jim Clark - Lotus 25

Met een ronde voorsprong kon Jim Clark het nu rustig aan doen. Richie Ginther nam de 2e plaats over en reed net voor Jack Brabham, Innes Ireland, Bruce McLaren en Jo Bonnier. Dan, met grote achterstand, volgde Mike Spence die nog steeds voor Tony Maggs reed. Toen moest hij in zijn Lotus echter een pitstop maken waardoor hij kostbare tijd verloor. Op het einde van de race moesten Jo Bonnier en Jack Brabham nog een extra stop maken om te tanken. Ze verloren beiden twee plaatsen. Doordat Jim Clark het nu wel erg rustig deed, kon Richie Ginther zichzelf terug ontdubbelen. Na 86 ronden won Jim Clark echter de race voor Richie Ginther. In de voorlaatste ronde blies Innes Ireland zijn motor nog op zodat Bruce McLaren alsnog derde werd. Innes Ireland werd nog wel als 4e geklasseerd. Hij had namelijk 84 ronden gereden en daarvoor minder tijd nodig gehad dan Jack Brabham, Tony Maggs, Jo Bonnier en Jim Hall. 

Vijf Grand Prix zeges in zeven wedstrijden! Daardoor was het titeldebat voor 1963 al beslist. Jim Clark was wereldkampioen bij de coureurs. In de stand had hij nu al 51 punten voor Richie Ginther met 24, John Surtees met 22 en Bruce McLaren met 14. Ook bij de constructeurs was de beslissing al gevallen. Hier was Lotus/Climax de nieuwe wereldkampioen. In de stand hadden zij 51 punten voor BRM met 28,Ferrari met 22 en Cooper/Climax met 21.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics