GRAND PRIX VAN DUITSLAND 1964

XXVI Grosser Preis von Deutschland 

GER

VERSLAG VAN DE RACE

n° 28 - Ronnie Bucknum - Honda RA271

24 coureurs kwamen opdagen voor de Grand Prix van Duitsland 1964. Daarbij de teams van Lotus, BRM, Brabham, Ferrari, Cooper en Honda. De belangrijkste teams die gebruik maakten van een aangekocht chassis waren: Rob Walker, Reg Parnell en Scuderio Centro-Sud. Uiteraard waren er ter vervollediging ook nog enkele privé-inschrijvingen. Het team van Honda, dat eigenlijk tijdens de Grand Prix van België zijn debuut zou maken, was eindelijk dan toch aanwezig. Van zodra de trainingen begonnen, hadden ze echter problemen met de oververhitting van hun motor. Het was trouwens niet het enige team dat met problemen kreeg af te rekenen. Voor het einde van de training op vrijdag, blies Jack Brabham zijn motor op. Peter Revson van zijn kant spinde in zijn Lotus van de baan. Hij kwam tot stilstand tegen een boom en beschadigde daarbij de voorkant van zijn Lotus 24. Gelukkig kwam hij er zelf zonder kleerscheuren van af. Ook het team van Reg Parnell had problemen. Op de wagen van Chris Amon bleef de ontsteking maar voor problemen zorgen. Ondertussen had Graham Hill in 8’44,4” de beste tijd laten noteren in de ochtendsessie. Tijdens de namiddag gingen de twee Ferrari’s en de Brabham van Dan Gurney hem echter voorbij. Lorenzo Bandini was de snelste in 8’42,6”. Eens te meer waren er bij Honda problemen. Deze keer was het vooral de motor die het liet afweten. Uiteindelijk reed Ronnie Bucknum zijn snelste ronde in 9’34,3”.

Ook op zaterdag waren er twee trainingen voorzien. In beide sessies was John Surtees de snelste. Uiteindelijk nam hij de pole positie in 8’38,4”. Zijn teamgenoot Lorenzo Bandini kon zijn tijd van gisteren niet verbeteren. Hij werd nog gepasseerd door Jim Clark en Dan Gurney. Graham Hill stond op de tweede rij. Op het einde van de training maakte hij echter nog een schakelfout. Daardoor blies hij zijn motor op. Zijn teamgenoot deed enkele minuten later net hetzelfde. De mecaniciens van BRM hadden veel werk om de wagens terug raceklaar te krijgen. Ook de mecaniciens uit Japan vervingen de motor van de Honda. 

Toch eindigde de dag in mineur. Op het einde van de tweede training crashte Carel Godin De Beaufort zwaar in zijn Porsche. Hij werd zwaar gewond afgevoerd naar het dichtstbijzijnde hospitaal. Helaas overleed hij daar op maandag aan de opgelopen verwondingen.

Doordat de tweede training daardoor onderbroken werd, beslisten de organisatoren om een extra derde, weliswaar korte, training in te lassen. Daarvan kon Ronnie Bucknum gebruik maken om alsnog het minimum aantal van 5 ronden af te leggen. Anders had hij in de race niet eens mogen starten. Ook Gerhard Mitter, in de derde wagen van het team Lotus, maakte van deze gelegenheid gebruik om aan deze eis te voldoen.

Als opwarming voor de toeschouwers werd er op zondagvoormiddag een motorwedstrijd georganiseerd. De wedstrijd was vijf ronden lang en werd gereden in tegengesteld richting, wat toch wel speciaal was. Daarna was het om 14.00 uur tijd voor de 22 coureurs om hun plaats op de grid in te nemen. Na de start nam Lorenzo Bandini de leiding in handen. Op het korte rechte stuk achter de pit nam Jim Clark de leiding over. Daar reed hij nog steeds na 22,81 km. Dan Gurney en John Surtees reden vlak achter hem. In de South Curve nam John Surtees in de 2e ronde de leiding over. Bij het leidende trio kwam ook Graham Hill aansluiten. Ondertussen hadden Jo Bonnier met ontstekingsproblemen en Mike Hailwood met een opgeblazen motor al opgegeven. In de 2e ronde blies ook Phil Hill zijn motor op. Bovendien maakte verschillende coureurs al een pitstop waardoor het veld al ver verspreid lag over de omloop. De vier leiders bleven echter kort bij elkaar. In ronde drie ging dan Gurney naar de 2e plaats net achter John Surtees. In de loop van de volgende ronden wisselde de leiding regelmatig tussen John Surtees en Dan Gurney. In de 7e ronde moest Dan Gurney echter zijn tempo verlagen. De temperatuur van de motor liep te hoog op. Dat was een gevolg van een papier dat zich voor de radiator had genesteld enkele ronden eerder. In de 3e ronde was Graham Hill voorbij Jim Clark gegaan. Deze laatste had duidelijk problemen met zijn Lotus. In de 7e ronde moest Jim Clark de strijd staken. Zijn motor had het helemaal opgegeven. Daardoor nam Jack Brabham nu, op grote afstand van het leidende trio, de vierde plaats over. Net achter hen reed Lorenzo Bandini. Dan was er een groot gat voordat Jo Siffert, Chris Amon en Tony Maggs volgende.

n° 7 - John Surtees - Ferrari 158

John Surtees reed in de 11e ronde de snelste raceronde in 8’39,0”. De problemen waarmee Dan Gurney kampte, werden alsmaar erger. Ook Graham Hill, die nog net achter Dan Gurney reed, was er niet zeker van dat hij de race kon volmaken. Zijn motor maakte een rauw geluid. Het weerhield hem er niet van om de tweede plaats van Dan Gurney over te nemen. Zijn achterstand op John Surtees bedroeg dan al meer dan 1 minuut. In dezelfde (11e) ronde spinde Peter Revson bij Flugplatz van de baan. Op het einde van die ronde ging Dan Gurney dan eindelijk de pit in. Hij vertrok terug, maar na een tweede pitstop, viel hij terug tot buiten de punten. Ondertussen moest zijn kopman zijn derde plaats prijsgeven aan Lorenzo Bandini doordat hij tot stilstand was gekomen door mechanische problemen. Ook de Honda, die heel de race achteraan reed, stond stil nadat Ronnie Bucknum van de baan was gespind in de Karussel.

Naar het einde van de race reed John Surtees eenzaam verder naar zijn (en die van Ferrari) eerste zege van het seizoen. Achter Graham Hill, die er in slaagde om zijn wagen toch over de finish te brengen, volgde de Ferrari van Lorenzo Bandini. Vierde werd Jo Siffert. Veteraan Maurice Trintignant eindigde vijfde, ondanks het feit dat hij in de laatste ronde zijn wagen nog aan de kant moest zetten. Na een hevig duel met Tony Maggs moest Chris Amon in de 13e rode nog opgeven met een gebroken achterwielophanging.

In de stand van het wereldkampioenschap nam Graham Hill de leiding over met 32 punten voor Jim Clark met 30. De rest, John Surtees met 19 en Richie Ginther met 11, waren eigenlijk al kansloos voor de titel. Bij de constructeurs had Lotus/Climax nu 34 punten. Dat was er eentje meer dan BRM. Ferrari had nu 19 punten en Brabham/Climax 17.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics