
|
n°
12 - Jochen Rindt - Brabham BT11 |
De eerste Formule 1 wedstrijd in Oostenrijk had vorig jaar plaats gevonden. De wedstrijd werd gewonnen door Jack Brabham in zijn Brabham/Climax. Dit jaar werd de race opgenomen in het wereldkampioenschap. De coureurs waren wel bezorgd over de staat van de baan. Deze was erg hobbelig en aangelegd op het militair vliegveld van Zeltweg.
Voor de race kwamen er 20 coureurs opdagen verdeeld over de teams van Lotus, BRM, Brabham, Ferrari, Cooper en BRP. Ook de teams van Rob Walker, Centro-Sud en Reg Parnell waren aanwezig. Grote afwezige was het team van Honda, dat na hun fiasco in Duitsland, terug naar Japan waren afgereist om aan hun wagen verder te ontwikkelen.
Tijdens de eerste trainingsdag bleek al direct dat de coureurs hun bezorgdheid niet voor niets was. Door de vele oneffenheden hadden heel wat wagens af te rekenen met mechanische problemen. Zo had Jim Clark een stuurbreuk. Dan Gurney mocht van geluk spreken dat hij ongedeerd uit zijn wagen kon kruipen nadat de achterwielophanging was gebroken. Twee coureurs kenden geen problemen. Het waren Graham Hill en John Surtees. Op beide dagen was de BRM de snelste net voor John Surtees.
Bij de start had Jim Clark al opnieuw problemen. Hij kon de eerste versnelling niet direct inschakelen. Tegen de tijd dat het dan toch lukte, was het hele veld ham al gepasseerd. Dan Gurney en John Surtees vochten voor de leiding. Ook Graham Hill was niet goed weggekomen doordat zijn BRM te veel wielspin had. Hij reed samen met Jim Clark achteraan in het veld na één ronde. Maar voor Jack Brabham ging het nog slechter, want op het einde van de eerste ronde reed hij de pit al in met zijn nieuwe Brabham BT11. De motor had last met de benzinetoevoer. Ondertussen vochten Dan Gurney en John Surtees verder om de leiding. De Ferrari nam in de 2e ronde de leiding over, al kon hij Dan Gurney niet afschudden. Lorenzo Bandini, die op een derde plaats reed, moest het leidende duo wel laten rijden. Ondertussen was Jim Clark aan een inhaalrace bezig. In de 5e ronde was hij al verwikkeld in het gevecht voor de vijfde plaats samen met Richie Ginther, Jo Bonnier, Bruce McLaren en Innes Ireland. Graham Hill van zijn kant slaagde er niet in om progressie te maken. In de 5e ronde stuurde hij zijn BRM de pit in. Hij gaf op met een gebroken distributieriem. Twee ronden later blies Chris Amon zijn motor op en op de Ferrari van John Surtees brak de achterwielophanging af. Door dit laatste incident had Dan Gurney nu 14 seconden voorsprong op Lorenzo Bandini en … Jim Clark. De Schot was vrij makkelijk voorbij het groepje gereden van Richie Ginther, Jo Bonnier, Bruce McLaren en Innes Ireland. De volgende ronde was hij ook al voorbij Lorenzo Bandini gereden. Maar Dan Gurney hield vooraan goed stand. 20 ronden later had Jim Clark nog maar twee seconden kunnen goedmaken op de Amerikaan.
Toch kwam Jim Clark langzaam maar zeker korter op Dan Gurney. Ook zijn teammaat, Mike Spence, kwam naar voren geschoven. Al snel was hij samen met Richie Ginter, Jo Bonnier en Innes Ireland verwikkeld in een gevecht voor de vijfde plaats. Bruce McLaren maakte geen deel meer uit van dat groepje. Hij had hen gelost en reed nu eenzaam op de vierde plaats. Deze situatie bleef lange tijd onveranderd tot Jim Clark in de 40e ronde moest opgeven met een gebroken aandrijfas. Minder dan 2 ronden later kreeg zijn teamgenoot Mike Spence af te rekenen met exact hetzelfde probleem. Korte tijd later ging Bruce McLaren in de pit met een motor die een rauw geluid maakte. Hij probeerde het nog één ronde, maar gaf dan toch op. Ook de leider, Dan Gurney, kreeg met problemen af te rekenen. Zijn wagen bleek onbestuurbaar te zijn. Hij dook de pit in en net als Bruce McLaren reed hij nog één ronde. De voorwielophanging bleek echter stuk te zij. Hij had geen andere keuze dan de race te verlaten.
Plots reed Lorenzo Bandini op kop van de race. Alleen Richie Ginther en Jo Bonnier reden nog in dezelfde ronde. Innes Ireland, die op de vierde plaats reed, stopte aan zijn pit. Hij liet er naar zijn motor kijken. Hij kon vrij snel terug vertrekken, zonder dat hij een plaats moest inleveren. Korte tijd later werd hij echter gepasseerd door Mike Hailwood en Bob Anderson. Phil Hill reed op een zevende plaats in zijn ‘oude’ Cooper. Zijn echte racewagen had hij tijdens de trainingen vernield. In de 59e ronde verloor hij echter de controle over het stuur in de ‘Inner Curve’. De wagen vloog in brand, maar gelukkig kon de Amerikaan nog net op tijd zijn wagen verlaten. De Oostenrijker Jochen Rindt, die zijn debuut maakte in de reservewagen van het team van Rob Walker, was de volgende die de race moest verlaten. Hij had al een hele race last met de stuurinrichting en vond dat het in de 59e ronde genoeg was geweest. Ook Mike Hailwood verloor nog veel tijd in de pit en de motor van Jo Bonnier zijn Brabham begon het op te geven. Het leek er op dat er niemand de race zou beëindigen.

|
n°
7 - John Surtees - Ferrari 158
|
Maar de leiders konden de resterende ronden afwerken zonder problemen. Het verschil tussen Lorenzo Bandini en Richie Ginther bedroeg al enige tijd 15 seconden. Hoe hard Richie Ginther ook probeerde, hij kwam alleen de laatste ronden wat korter omdat Lorenzo Bandini het toen wat rustiger aan deed. Op de finish behield Lorenzo Bandini 6,18 seconden voorsprong op Richie Ginther. Bob Anderson, die derde eindigde, had al meer dan drie ronden achterstand. Tony Maggs werd vierde. De rest van de wagens, die allen wel hier of daar problemen hadden, kwamen met nog een grotere achterstand over de eindstreep.
In de stand voor het wereldkampioenschap was er niet veel veranderd ten opzichte van de vorige
race. Graham Hill had nog steeds 32 punten voor Jim Clark met 30, John Surtees met 19 en Richie Ginther met 17. Bij de constructeurs had BRM nu de leiding met 36 punten voor Lotus/Climax met 34, Ferrari met 28 en Brabham/Climax met 21.
|