GRAND PRIX VAN ITALIË 1964

35o Gran Premio d'Italia 

ITA

VERSLAG VAN DE RACE

n° 24 - Ronnie Bucknum - Honda RA271

Na het fiasco van vorig seizoen door het gebruik van het 10 km lange circuit, hadden de organisatoren beslist om dit jaar het 5,75 km lange circuit te gebruiken. Er kregen maar 20 coureurs startrecht voor de race. De 25 inschrijvingen waren verdeeld over de fabrieksteams van Ferrari, Lotus, Brabham, BRM, Cooper, Honda en BRP. Uiteraard waren ook de bekende privé-teams aanwezig zoals daar zijn: Scuderia Centro-Sud en het Rob Walker Racing Team. Tel daar nog enkele privé-inschrijvingen bij en je kwam aan dat totaal van 25. Het was dus duidelijk dat er vanaf het eerste moment hard zou gevochten worden voor de 20 beschikbare plaatsen. Ferrari had een derde wagen ingeschreven voor Ludovico Scarfiotti. John Surtees had twee V8-wagens ter beschikking. Voor het einde van de eerste trainingsdag liet hij een tijd van 1’37,4” noteren. Dan volgde Dan Gurney, die eens te meer bewees dat de Brabham nu tot de topwagens behoorde. Dan volgden de andere twee toppers, namelijk Graham Hill en Jim Clark. De beste tijd van Graham Hill realiseerde hij in de ‘evolutie’ P261 van BRM. Deze had een nieuw brandstof injectiesysteem en een nieuwe uitlaat. Jim Clark reed zijn snelste tijd in de Lotus 25. De Lotus 33 bleef bij hem eens te meer aan de kant. Bij de rest van de coureurs viel vooral de goede prestatie op van Ronnie Bucknum in de Honda RA271. Hij reed een tijd van 1’40,4”, wat meteen goed was voor een negende plaats. Op zaterdag slaagde niemand er in om zijn tijd te verbeteren. Dat was trouwens onmogelijk omdat het de hele dag een lichte regen neerviel waardoor het circuit er de hele dag nat bij lag. De ongelukken die zich niet wisten te kwalificeren waren Trevor Taylor, Giacomo Russo (Geki), John Love en Ian Raby. Maurice Trintignant, die de 21e tijd reed, mocht invallen voor Jean-Claude Rudaz. Die had op vrijdag zijn motor opgeblazen. Vermits zijn klein team geen reservemotor ter beschikking had moest hij zich terugtrekken voor de race. Het enige noemenswaardige feit dat er op de miezerige vrijdag nog gebeurde, was de korte verschijning van de nieuwe 12-cilinder Ferrari motor.

Op zondag, de racedag, was het gelukkig opnieuw droog. John Surtees, Dan Gurney en Graham Hill stonden op de eerste rij. Net voor de start stak Graham Hill zijn handen omhoog. Hij had al een groot probleem met zijn ontkoppeling. Toch werd de start gegeven en kon hij niets anders doen dan wachten en hopen dat de 19 coureurs allemaal langs hem heen zouden geraken. De race van Graham Hill eindigde al op de startgrid. Het was trouwens Bruce McLaren, die van op de tweede rij, naar de leiding was geschoten. Na een aarzelende start namen Dan Gurney en John Surtees al snel terug de touwtjes in handen. Op het einde van de eerste ronde hadden ze beiden de Cooper al gepasseerd. Jim Clark reed op een vierde plaats. Achter hem was het haast onmogelijk om een volgorde te bepalen. De wagens reden met twee of drie naast elkaar over het rechte stuk. De volgende ronden vielen er niet veel verandering te noteren in het racegebeuren. Enkel John Surtees had Dan Gurney van de leiding weten te verdringen. De eerste vier reden weg van de rest van het veld. Achteraan konden Nicha Cabral, Peter Revson en Maurice Trintignant niet volgen. De andere 12 wagens die er tussenin reden, reden ongelofelijk kort bij elkaar. Ronde na ronde ging dit zo verder. In de 5e ronde gaf Mike Hailwood op met een probleem aan de motor. Ronnie Bucknum, die met zijn Honda naar de leiding van het achtervolgende groep was gereden, moest 8 ronden later opgeven doordat zijn wagen geen remmen meer had. Bob Anderson spinde, net als Ludovico Scarfiotti en vielen daardoor terug in de achtergrond. Daardoor bleven Giancarlo Baghetti, Lorenzo Bandini, Jo Bonnier, Jack Brabham, Richie Ginther, Innes Ireland, Jo Siffert en Mike Spence over in het gevecht voor de vijfde plaats. Vooraan was het ook nog spannend. Van de eerste 20 ronden reed John Surtees er 12 aan de leiding en Dan Gurney 8. Bruce McLaren en Jim Clark deden hun best om de aansluiting met de Ferrari en de Brabham niet te verliezen.

Na 1/3 van de race was het duel tussen John Surtees en Dan Gurney nog steeds in alle hevigheid aan de gang. Bruce McLaren en Jim Clark hadden de aansluiting met het leidende duo wel verloren. In de 27e ronde moest Jim Clark de pit opzoeken met een probleem aan de motor. Een ronde later zou hij de race verlaten met een gebroken zuiger. Bruce McLaren, die nu geen gebruik meer kon maken van de slipstream van Jim Clark, viel nu snel terug. Hij kon echter makkelijk standhouden op zijn derde plaats. Ook het gevecht voor de vierde plaats was nog steeds aan de gang. Halfweg moest het leidende duo deze grote groep gaan dubbelen. Op dat moment waren er niet minder dan 10 wagens die elkaar aan het passeren waren. Eens ze de groep gepasseerd waren, ging hun duel voor de leidende positie gewoon verder. John Surtees reed de meeste keren als leider over de finishlijn. Achter hen werd de situatie nu ook iets duidelijker. Jack Brabham reed nu op een vierde plaats nu Jo Bonnier zijn batterij had moeten laten vervangen. Richie Ginther en Lorenzo Bandini reden nu voor Innes Ireland terwijl Jo Siffert, Giancarlo Baghetti en Mike Spence de rol hadden moeten lossen. Plots ging het echter ook heel wat minder met Jack Brabham. Hij werd gepasseerd door Richie Ginter, Lorenzo Bandini en Innes Ireland. In de 60e ronde blies Jack Brabham zijn motor op en zijn race zat er op. Om de zaken voor Jack Brabham nog erger te maken, begon ook de motor van Dan Gurney problemen te vertonen. John Surtees kon daardoor zijn voorsprong uitbreiden op Dan Gurney. Alsof hij iedereen nog moest overtuigen, reed de Ferrari en nieuw ronderecord in 1’38,8 in ronde 63 en 67. Met de motor van Dan Gurney ging het van kwaad naar erger. In de 68e ronde stopte hij in de pit waar men water over de brandstofpomp goot, denkende dat oververhitting het probleem was. Dat was echter niet het geval, want net als bij Jo Bonnier, was het de alternator die stuk was. Daardoor werd de batterij niet meer opgeladen. Dan Gurney, die niet van het probleem op de hoogte was, vertrok terug, maar zijn motor klonk rauw. Niet lang daarna werd hij voorbij gereden door verschillende wagens.

n° 2 - John Surtees - Ferrari 158

John Surtees won de race met een comfortabele voorsprong. Het was de derde opeenvolgende zege van een Ferrari. Bruce McLaren eindigde op een eenzame tweede plaats. Lorenzo Bandini en Richie Ginther hun gevecht voor de derde plaats ging verder tot op de eindstreep. De Italiaan haalde het met 0,1 seconde voorsprong op Richie Ginter. Innes Ireland eindigde vijfde nadat hij op het einde nog last met de brandstoftoevoer. Daarachter waren er weer twee gevechten die tot op de eindstreep duurde. Mike Spence eindigde een halve wagenlengte voor Jo Siffert. 20 seconden later werden Giancarlo Baghetti en Ludovico Scarfiotti met een onderling verschil van 0,2 seconden 8e en 9e. Dan Gurney eindigde alsnog op een teleurstellende 10e plaats. Deze race staat bekend als één van de meest interessantste uit de geschiedenis van de Formule 1.

In de stand voor het wereldkampioenschap bleef Graham Hill aan de leiding met 32 punten. Twee punten minder bleef ook Jim Clark staan op zijn 30 punten. Plots kwam John Surtees met 28 punten zich ook aanmelden als titelfavoriet. Richie Ginther stond vierde met 20 punten. Bij de constructeurs had Ferrari plotseling de leiding in handen met 37 punten. Dat was er eentje meer dan BRM en twee meer dan Lotus/Climax. Vierde stond Brabham/Climax met 21 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics