GRAND PRIX VAN MEXICO 1964

IIIo Gran Premio de Mexico 

MEX

VERSLAG VAN DE RACE

n° 3 - Graham Hill - BRM P261

Het resultaat van de Grand Prix van USA had nog geen duidelijkheid opgeleverd over wie nu de nieuwe wereldkampioen zou worden. Iedereen ging dus naar Mexico voor de grote finale van het seizoen 1964. Graham Hill had de beste papieren met 39 punten uit zes resultaten. John Surtees had 34 punten uit vijf resultaten en Jim Clark 30 punten uit slechts 4 resultaten. 
19 coureurs waren aanwezig voor deze race. Deze waren verdeeld over de teams van: Lotus, BRM, Brabham, Ferrari, Cooper en BRP. Het team van Honda was hier echter niet aanwezig. Voorts waren ook de teams van Rob Walker en Reg Parnell present. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de spanning te snijden was toen de trainingen begonnen op vrijdagmiddag. Jim Clark, de outsider voor de titel, gaf de strijd echter niet op. Zelfs nadat hij zijn vertrouwde Lotus 25 moest inruilen tegen de nieuwe Lotus 33, liet hij nog de snelste tijd noteren in 1’57,6”. Dan Gurney, die de tweede beste reed, was ongeveer een seconde trager. De twee Ferrari’s waren de enige twee coureurs die sneller reden dan 2 minuten.

Op zaterdag volgde de training hetzelfde patroon. Jim Clark verzekerde zich van de pole positie met een tijd van 1’57,24”. Dan Gurney bleef tweede en Mike Spence, die de derde tijd van de dag liet noteren, kon de tijden van het Ferrari duo niet kloppen. Ook Graham Hill deed op zaterdag niet beter en moest op de derde rij starten.

Jim Clark nam een erg goede start en dat in tegenstelling met zijn 2 titelrivalen die allebei al direct in de problemen zaten. Graham Hill kreeg net voor de start last met zijn vizier en bij John Surtees was het de motor die voor de problemen zorgde. Op het einde van de eerste ronde reed de BRM van Graham Hill op de tiende plaats en de Ferrari van John Surtees zelfs op een dertiende plaats. Jim Clark had ondertussen al 2 seconden voorsprong op Dan Gurney. Clark kon best vrede nemen met deze situatie. Op een derde plaats reed Lorenzo Bandini gevolgd door Mike Spence, Jo Bonnier, Pedro Rodriguez, Bruce McLaren en Richie Ginther. Graham Hill reed dus op een tiende plaats voor de rest van het veld. Gelukkig voor John Surtees bleken de problemen met zijn motor loos alarm. Samen met Graham Hill probeerde hij de verloren plaatsen weer in te halen. In de tweede ronde passeerde Phil Hill Jo Siffert en Richie Ginther. Op de einde van de 2e ronde reed hij in het spoor van Graham Hill. Deze laatste reed de volgende ronden weg van John Surtees. Hij passeerde toen niet minder dan zes wagens zodat hij nu op een belangrijke derde plaats reed. Deze plaats was zo belangrijk omdat hij bij deze uitslag dan altijd kampioen zou zijn. Indien Clark de race zou winnen, moest Graham Hill minstens 1 punt scoren. Anders was de titel voor de Schot. John Surtees kon op geen enkel moment Graham Hill bedreigen voor de titel. Zolang Surtees maar achter hem reed, was er geen enkel probleem. Zelf was John Surtees ook al opgerukt en was nu in een rechtstreeks duel verwikkeld met Jack Brabham met als inzet de vijfde plaats. Ondertussen had Jo Bonnier in de 10e ronde opgegeven met een gebroken voorwielophanging. Korte tijd later kreeg hij het gezelschap van Jo Siffert (brandstofpomp stuk) en Mike Hailwoord (oververhitting motor).

Na 20 ronden had Jim Clark 10 seconden voorsprong op Dan Gurney die op zijn beurt 19 seconden voorsprong had op Graham Hill. Lorenzo Bandini bleef Graham Hill van erg dichtbij volgen. In de haarspeld raakte de BRM telkens heel licht de Lotus. Hill stak zelf zijn vuist op naar Bandini. Lorenzo Bandini bleef Graham Hill echter van erg dichtbij volgen. Het had echter geen effect op de rijstijl van Bandini. In de 31e ronde gebeurde het onvermijdelijke. De twee wagens raakten elkaar. Beide wagens spinden van de baan. John Surtees, die ondertussen voorbij Brabham was gegaan, nam de derde plaats over. Lorenzo Bandini kon wel heel snel zijn weg vervolgen, maar op de BRM van Graham Hill was de uitlaat beschadigd. Hij had geen andere keuze dan de pit op te zoeken om daar het uiteinde van de uitlaat te laten verwijderen. Door deze stop kon hij geen aanspraak meer maken op een goede eindklassering in deze race, maar wat veel belangrijker was, kon hij ook de wereldtitel vergeten.

n° 7 - John Surtees - Ferrari 158

Het was al snel duidelijk dat de 12-cilinder Ferrari sneller was dan de V8 Ferrari. Lorenzo Bandini had namelijk maar 3 ronden nodig om John Surtees terug te passeren. Ondertussen had Jack Brabham zijn vijfde plaats moeten inleveren. Hij had een pitstop gemaakt waar de mecaniciens probeerden om de motor, die erg rauw klonk, ze goed als mogelijk te herstellen. De pitstop duurde echter nog erg lang en 12 ronden later moest hij definitief stoppen met een opgeblazen motor. In de 46e ronde gaf ook Chris Amon op en moest Graham Hill een tweede pitstop maken.

Met nog 7 ronden te rijden leek de race beslist. Jim Clark had 20 seconden voorsprong op Dan Gurney. Maar niemand had opgemerkt dat de Schot een oliespoor achterliet. Later bleek dat een olieleiding was gescheurd. Clark vertraagde wat in de hoop om de finish te halen, maar in de laatste ronde stond hij naast de baan stil. Ondertussen had Dan Gurney de leiding van de race overgenomen. Maar het was vooral bij Ferrari dat men reikhalzend zat uit te kijken naar wie er 2e zou worden. Lorenzo Bandini was op het einde van de race nog vertraagd om zijn teammaat door te laten en zo de wereldtitel over te nemen. John Surtees was de eerste coureur die zowel wereldkampioen werd op de motor als in een Formule 1 wagen.

Ook bij de constructeurs zegevierden Ferrari voor BRM en Lotus/Climax

De volledige eindstand van het kampioenschap kan je HIER bekijken.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics