
|
Grand
Prix van Italië 1965 - De startgrid |
Ondanks het feit dat het wereldkampioenschap al beslist was, was er toch geen gebrek aan interesse voor de laatste Europese Grand Prix van dit seizoen. In navolging van Brabham en Lotus, die ook nu weer met drie wagens aanwezig waren, schreven ook de twee Italiaanse teams, Ferrari en Centro-Sud, drie wagens in. Ferrari was zelfs in eerste instantie van plan om een vierde wagen in te schrijven voor Ludovica Scarfiotti. Later trokken ze die inschrijving echter terug. In totaal passeerden 23 coureurs de inschrijvingstafel.. Buiten Ferrari en Lotus schreven zich ook de teams van Brabham, Cooper, Honda en BRM zich in. Van de privé-teams was niet alleen Centro-Sud aanwezig, maar ook de teams van Reg Parell en Rob Walker. Honda was dus, na hun afwezigheid tijdens de Grand Prix van Duitsland, teruggekeerd uit Japan met 2 wagens die bestuurd werden door Richie Ginther en Ronnie Bucknum.
Op vrijdagnamiddag ondervonden de coureurs tijdens de eerste training veel last van de hevige regenbuien. Er waren dan ook maar enkele dapperen die een paar rondjes reden in deze weersomstandigheden. Uiteraard waren de tijden van geen enkel belang. Net voor de eerste regenbui had John Surtees toch al een 1’37,0” kunnen realiseren, wat uiteindelijk de beste tijd van de dag bleek te zijn. Gelukkig was het weer op zaterdag een heel pak beter. Vanaf het moment dat de baan werd vrijgegeven, was het druk en dat zou deze 3 ½ uur durende sessie niet veranderen. John Surtees verbeterde zijn tijd tot 1’36,1”, maar dat bleek niet snel genoeg voor de pole positie. Het laatste woord in de training had andermaal Jim Clark in zijn 32 kleppen Climax aangedreven Lotus. Hij perste er 1’35,9” uit zijn bolide en mocht op de pole vertrekken. De andere Lotus die uitgerust was met de 32 kleppen motor van Climax, deze van Dan Gurney, had een olielek. Dat verhinderde de Amerikaan er van om een echt snelle tijd neer te zetten. Hij kwam niet verder dan 1’38,11”. Voor de race werd zijn motor trouwens vervangen door een ‘oudere’ specificatie. Hij was trouwens niet de enige die problemen kende tijdens deze lange training. Richie Ginther en Jochen Rindt bliezen beiden hun motor op en Ronnie Bucknum, in de 2e Honda, had een probleem met zijn versnellingsbak. Gelukkig had hij daarvoor al de zesde tijd kunnen neerzetten. Problemen of niet, iedereen slaagde er in zich te kwalificeren voor de race. De kwalificatielimiet was door de organisatoren vastgesteld op de tijd van de tweede + 15%. Zelfs de oudere Centro-Sud BRM’s van Masten Gregory, Roberto Bussinello en Giorgio Bassi konden aan deze voorwaarden voldoen.
De pechduivel sloeg op zondagnamiddag toe voor John Surtees. Net voor de start van de race kreeg hij een probleem met zijn ontkoppeling. Terwijl Jim Clark en Jackie Stewart goed wegkwamen van op hun startplaats bleef aan de andere kant van de eerste rij John Surtees bijna stilstaan. Hij werd langs alle kanten voorbij gereden. Toen de wagens uit het zicht verdwenen, reed hij al helemaal achteraan van het veld. Na één ronde reden Jim Clark en Jackie Stewart zij aan zij over de streep. Ze werden op korte afstand gevolgd door Graham Hill, Lorenzo Bandini, Jo Siffert en Mike Spence. Dan volgde Dan Gurney en de rest van het veld. John Surtees kwam als 13e door. In de 2e ronde was er vooraan niet veel veranderd. Alleen was Dan Gurney komen aansluiten bij het leidende groepje. Met een achterstand van 5 seconden volgde dan Bruce McLaren op de 8e plaats. Nog verder naar achteren probeerde John Surtees, na zijn slechte start, terug vooraan aansluiting te verkrijgen. In de 2e ronde had hij wederom 3 tegenstanders weten te passeren. In de 7e ronde zou hij in zijn opzet slagen en zijn wagonnetje vooraan aanhaken. Twee ronden later passeerde hij Jo Siffert, die net tevoren al een plaats had verloren aan Mike Spence. Zelfs in het begin van de race hadden Jim Clark, Graham Hill en Jackie Stewart elk al hun rondjes aan de leiding gereden. Maar ook John Surtees reed al eens een rondje als leider over de streep. De positiewissels, ook achterin, waren niet bij te houden.
Na een kwart van de afstand reed er nog steeds een kopgroep van 6 coureurs aan de leiding. Geen enkele coureurs kon wegrijden van de rest. Jackie Stewart kwam wel het vaakst als leider over de streep, maar af en toe werd hij afgelost door Jim Clark, Graham Hill of John Surtees. Maar ook Lorenzo Bandini en Dan Gurney volgden de koplopers van erg dichtbij. Mike Spence van zijn kant, had de rol vooraan moeten lossen. Hij werd op zijn beurt gevolgd door Jo Siffert. De enige twee die ondertussen de race hadden moeten verlaten, waren Giorgio Bassi en Giancarlo Baghetti. In de 23e ronde kregen ze het gezelschap van Masten Gregory. Ronnie Bucknum, die enkele ronden aan de leiding van de tweede groep had gereden, kreeg ook problemen. Zijn Honda motor had te lijden onder vermogensverlies. Zijn mecaniciens probeerden gedurende 15 minuten het probleem op te lossen. Hij vertrok terug, maar een ronde later werd hij toch de volgende opgever. Ondertussen had ook John Surtees terug problemen met zijn ontkoppeling. Ondanks deze handicap kon hij vooraan standhouden. Maar vanaf de 35e ronde lukte ook dat niet meer. Hij kon de pit nog bereiken, maar moest daar opgeven. Voor de Italianen was meteen de spanning uit de wedstrijd verdwenen. En toch bleef deze race erg spannend. De leidende groep stond op het punt om de tweede groep te dubbelen. Deze bestond uit: Richard Attwood, ‘Geki’, Richie Ginther, Denny Hulme, Innes Ireland, Bruce McLaren en Jo Siffert. Gedurende een viertal ronden probeerde de leidende groep zich een weg te banen langs deze tweede groep, die uiteraard ook voor hun positie vochten. Tijdens deze manoeuvres moest ‘Geki’ de strijd staken. Niet lang daarna moesten ook Jo Siffert, Frank Gardner en Denny Hulme het strijdperk verlaten.

|
Grand
Prix van Italië 1965
|
Na 50 ronden was het nog steeds Jim Clark tegen de twee BRM’s van Graham Hill en Jackie Stewart. Dan Gurney had tijdens het dubbelen de aansluiting met deze drie verloren. Daarachter volgde dan Lorenzo Bandini, die schijnbaar tevreden was met zijn vijfde plaats. Op de zesde plaats reed Mike Spence. Zijn voorsprong op de zevende, Bruce McLaren, was vrij geruststellend. Dan volgden Innes Ireland en Richard Attwood. Keer op keer bleef de leidende positie maar wisselen. Maar plots stond, in de 62e ronde, Mike Spence in de Lotus aan de kant met een alternator die stuk was gegaan. Het team van Lotus was hier nog niet van bekomen of ook hun tweede rijder, Jim Clark stond stil. Op zijn Lotus had de brandstofpomp het begeven. Met nog 13 ronden te rijden hadden de twee BRM’s plots alle troeven in handen. In de voorlaatste ronde maakte Graham Hill in de ‘Parabolica’ een fout waardoor hij met zijn wielen op het gras belandde. Jackie Stewart maakte van deze fout gebruik om de leiding over te nemen. Hij won zo zijn eerste Grand Prix met 3,3 seconden voorsprong op Graham Hill. Dan Gurney en Lorenzo Bandini werden respectievelijk derde en vierde. Een ronde later werd Bruce McLaren vijfde.
Het loont eens de moeite om de ‘ronde op kop’ eens te raadplegen. Daar kan je zien hoe dikwijls de leidende positie van coureur wisselde.
In de stand voor het wereldkampioenschap had Jim Clark nog steeds 54 punten. Graham Hill had er nu 34 en Jackie Stewart al 33. Bij de constructeurs had Lotus/Climax eveneens 54 punten voor BRM met 42.
|