GRAND PRIX VAN MEXICO 1965

IVo Gran Premio de Mexico 

MEX

VERSLAG VAN DE RACE

Grand Prix van Mexico 1964 - De start

19 coureurs waren aanwezig voor deze laatste Grand Prix van het seizoen 1965. Deze waren verdeeld over de teams van: Ferrari, BRM, Lotus, Brabham, Cooper en Honda. Ook de teams van Rob Walker en Reg Parnell waren aanwezig. Het team van Honda was als allereerste aanwezig in Mexico. Drie dagen voor de eerste training begon, waren ze hun wagens al een het testen op de grote hoogte van Mexico City. Het bleek een nuttige tijdsbesteding want tijdens de eerste training, op vrijdagnamiddag, reden Richie Ginther zowal als Ronnie Bucknum de snelste tijden. Halfweg de training wisselden ze van wagens en gek genoeg reden ze allebei toen nog sneller. Richie Ginther kwam tot 1’56,48” en Ronnie Bucknum reed 1’57,88”. Vele teams hadden af te rekenen met problemen, vooral met het brandstofmengsel. Het team van BRM had er veel onder te leiden.Graham Hill noch Jackie Stewart waren tevreden met de prestaties van hun wagen. Graham Hill liet duidelijk verstaan dat hij veel te weinig vermogen had terwijl Jackie Stewart, die zich bovendien wat ziekjes voelde, zijn motor opblies. De Schot was echter niet de enige die zijn motor opblies tijdens de training. Richard Attwood kon zelfs geen volledig snelle ronde rijden en ook de 32 kleppen Climax motor van Jim Clark had weer zijn kuren. Jim Clark reed dan maar zijn ronden in de wagen van Mike Spence en reed daarmee 1’56,26”. Daarmee was hij net 0,02” trager dan Dan Gurney.

Op zaterdag was het in Mexico een pak warmer dan op vrijdag. Maar weinig coureurs slaagden er in om hun tijd van gisteren te verbeteren. Innes Ireland kreeg daar zelfs de kans niet toe. Hij was samen met Richard Attwood, Bruce McLaren en Jochen Rindt op weg naar het circuit toen hij ruzie kreeg met zijn teambaas Tim Parnell. Deze kon de opmerkingen van Ireland niet echt waarderen en ontsloeg hem op staande voet. De wagen werd voor de rest van het weekeinde bestuurd door Bob Bondurant. Ook op het circuit bleven de problemen duren. Bruce McLaren, Jo Bonnier en Jackie Stewart hadden allen problemen met de ophanging van hun wagen. Jackie Stewart was daardoor genoodzaakt om over te stappen in de reservewagen van het team en dit zowel voor de rest van de training als voor de race. Uiteindelijk ging de pole positie naar Jim Clark, die helemaal op het einde van de training 1’56,17” reed.

Op zondagnamiddag stonden er slechts 17 wagens op de grid. Buiten Innes Ireland was ook Ludovico Scarfiotti niet aanwezig. Pedro Rodriguez had zijn wagen overgenomen omdat zijn eigen wagen niet hersteld was, nadat deze op vrijdag ernstige schade had opgelopen doordat er een wiel was losgekomen op zijn Ferrari. Bij het team van Honda was men erg tevreden met het verloop van het weekeinde tot dusver. Bovendien nam Ginther, vanaf de tweede rij, een perfecte start. Nog voor de eerste bocht reed hij aan de leiding van de race. Ook Jackie Stewart maakte een goede start vanaf de vierde rij. Na één ronde reed hij op een tweede plaats op 3 seconden van Richie Ginther. Daarachter reden, wiel in wiel, Mike Spence, Dan Gurney, Lorenzo Bandini, Graham Hill en Pedro Rodriguez. Daarna was er weer een kloofje tot Jo Siffert en de rest van het veld, inclusief Jim Clark. De wereldkampioen had vanaf de eerste meter problemen met zijn motor. Hij moest in de 9e ronde de strijd al staken. In de BRM had ook Jackie Stewart problemen. De ontkoppeling deed het niet zoals het moest. In de 2e ronde werd hij gepasseerd door Mike Spence. Korte tijd later gingen ook Graham Hill en Dan Gurney hem voorbij. Ondertussen was Jack Brabham teruggevallen naar de laatste plaats. Hij had een pitstop gemaakt die 5 minuten duurde. Ondertussen reed Richie Ginther al 6 seconden weg van Mike Spence. Dan Gurney zette Graham Hill onder druk. In de 12e ronde ging de Brabham coureur Hill voorbij naar de derde plaats. De volgende vier ronden reed hij het gat met Mike Spence, dat vijf seconden bedroeg, vrij makkelijk dicht. Hij ging onmiddellijk over tot de aanval. In de 17e ronde nam hij de 2e plaats over. Mike Spence liet zich echter niet begaan en passeerde de Brabham terug. Enkele ronden kon hij dat volhouden maar in de 20e ronde ging Dan Gurney definitief voorbij Mike Spence. Hij ging direct op zoek naar Richie Ginther. Hoe hard hij ook ‘pushte’, veel kon Dan Gurney niet goedmaken van zijn achterstand. Halfweg bedroeg het verschil tussen de twee nog steeds 8 seconden.

Mike Spence reed nu op een eenzame derde plaats terwijl ook Graham Hill niets te vrezen had voor positie vier. Ondertussen deed de ontkoppeling van Jackie Stewart het alsmaar minder. Hij moest een beroep doen op al zijn kunnen om voor Lorenzo Bandini en Pedro Rodriguez te blijven. Maar plots ging het snel. Lorenzo Bandini beschadigde de neus van zijn Ferrari, toen hij slipte en tegen de markeringen, die de baanrand aangaven, opbotste. De Italiaan moest de pit opzoeken voor de nodige herstellingswerken. Maar ook de andere Ferrari, die van Pedro Rodriguez, kwam met een motorprobleem de pit in. Bij Lorenzo Bandini werd een reserve neus gemonteerd en bij Pedro Rodriguez werd de batterij vervangen. Ze konden beiden hun race vervolgen, maar reden nu wel helemaal achteraan het veld met een achterstand van twee ronden. Ondertussen was Jo Siffert, die vlak achter de twee Ferrari’s reed voor hun pitstop, voorbij gegaan aan Jackie Stewart. Hij reed na 36 ronden nu op de vijfde plaats. Jackie Stewart werd even later ook gepasseerd door Moisés Solana en Ronnie Bucknum. De Schot vond het zo wel genoeg en staakte de strijd.

n° 4 - Jackie Stewart - BRM P261

Vooraan reed Richie Ginter de perfecte race in zijn Honda. Hij controleerde mooi het gat tussen hem en Dan Gurney. Met nog 15 ronden voor de boeg was zijn voorsprong nog steeds 7 seconden. Ondertussen reed Dan Gurney in de 57e ronde wel de snelste raceronde. Uiteindelijk won Richie Ginther de race met 2,89” voorsprong op Dan Gurney. Mike Spence werd derde. De vierde plaats ging in extremis nog naar Jo Siffert nadat Graham Hill in de 57e ronde zijn motor had opgeblazen. Moisés Solana, die voor Jo Siffert reed, was een ronde voordien uitgevallen met een probleem aan de ontsteking. Op een ronde achterstand werd Ronnie Bucknum vijfde voor Richard Attwood. Met twee ronden achterstand kwamen Pedro Rodriguez en Lorenzo Bandini over de meet.

Het was de laatste F1 race met een 1.5 liter motor. Het was tevens de eerste overwinning voor zowel Richie Ginther, Honda als Goodyear. Ook Dan Gurney en Ronnie Bucknum behaalden een goed resultaat op Goodyear. Pedro Rodriguez reed op Firestone en de andere coureurs maakten gebruik van Dunlop. De eerste ‘bandenoorlog’ was begonnen.

De eindstand van het wereldkampioenschap 1965 kan je HIER vinden.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics