GRAND PRIX VAN ITALIË 1966

37o Gran Premio d'Italia

ITA

VERSLAG VAN DE RACE

Grand Prix van Italië 1966

Tijdens de pauze van vier weken die er tussen de Grand Prix van Duitsland en de Grand Prix van Italië zat, hadden de teams niet stilgezeten. Dit resulteerde in een erg interessante inschrijvingslijst waarop nogal wat nieuwigheden te zien waren. In totaal kwamen 22 coureurs opdagen voor deze race. Deze waren verdeeld over de teams van Ferrari, Brabham, Cooper, Honda, Lotus, BRM en Eagle. Deze werden aangevuld met de privé-teams van Rob Walker, Anglo-Suisse, Reg Parnell en nog enkele minder bekende teams. Bij het team van Reg Parnell reed ook Giancarlo Baghetti in een Ferrari. Deze had het team geleend van de Scuderia. Het team van Honda maakte hier eindelijk zijn debuut dit seizoen met de 3.0 liter motor achterin de RA273. Ook bij Eagle viel er een debuut te vieren. De langverwachte V12 Weslake motor was eindelijk klaar. Het team had daardoor ook een tweede wagen ingeschreven voor Phil Hill. Dit was met de ‘oude’ wagen van het team uitgerust met de 2.8 liter Climax motor. Ferrari had op hun motor type 312 dan weer nieuwe cilinderkoppen gemonteerd en drie kleppen per cilinder. Daardoor steeg het vermogen tot 380 PK. Bij BRM was de H16 motor na verschillende wijzigingen ook terug van de partij. Ook de ontkoppeling was in de P83 aangepast nadat deze eerder dit seizoen al voor behoorlijk wat problemen had gezorgd. Bij Cooper ten slotte hadden ze een nieuwe upgrade van de Maserati V12 motor.

Zowel op vrijdag als op zaterdag was er één training voorzien van 3 ½ uur. Op de eerste trainingsdag overklaste Ferrari iedereen. Mike Parkes was de snelste met een tijd van 1’31,3” gevolgd door Ludovico Scarfiotti en Lorenzo Bandini. Hun naaste achtervolger was Richie Ginther, die de nieuwe Honda in 1’32,4” rond het circuit stuurde. Toch was Richie Ginter niet erg tevreden over de ‘handling’ van de RA273. BRM had ook geen makkelijke training achter de rug. Beide rijders gingen continu in en uit de pit. Ondanks de aangepaste ontkoppeling bleven de problemen met de versnellingsbak maar duren.Uiteindelijk besliste het team zelfs om een V8 motor te gaan halen bij een demonstatie in de buurt van het circuit. Maar op zaterdag werd het alleen maar erger! De V8 motor begaf het vrij snel waardoor Graham Hill de rest van de training kon toekijken. Jackie Stewart kreeg namelijk de enig overgebleven P83 om de training mee af te werken. De beste tijd van Jackie Stewart was 1’32,81”. Dat was pas de negende tijd. Ondertussen slaagde geen van de Ferrari coureurs er in om hun tijd van gisteren te verbeteren. Jim Clark, die met de Lotus 43 een ronde reed in 1’31,6” stond daarmee op de derde plaats op de eerste rij. Op de vierde plaats vonden we John Surtees terug. Doordat er maar 20 coureurs toegelaten werden tot de race moesten de twee langzaamsten na de training afvallen. Dit triestig lot was Phil Hill en Chris Amon beschoren.

Jim Clark maakte een erg slechte start. Het waren de Ferrari’s van Ludovico Scarfiotti en Mike Parkes die naar de leiding van de race schoten. Ferrari deed het zelfs nog beter want Lorenzo Bandini kwam vanaf de tweede rij naar de derde plaats voordat ze een eerste keer de ‘Curva Grande’ passeerden. Op het einde van de eerste ronde had Lorenzo Bandini zelfs de leiding in handen. Mike Parkes reed in tweede positie. Ludovico Scarfiotti van zijn kant was teruggevallen tot de zevende plaats achter John Surtees, Richie Ginther, Jack Brabham en Denny Hulme. Al de inspanningen gemaakt door de BRM mecaniciens om de P83 opnieuw racewaardig te maken, gingen in rook op toen de H16 motor het al na minder dan een halve ronde begaf. Jo Bonnier en Dan Gurney gingen ook na de eerste ronde de pit al opzoeken. De Zweed had een probleem met het gaspedaal en de Amerikaan met de brandstoftoevoer, wat hem al heel de training had gehinderd. Op het einde van de volgende ronde kregen ze het gezelschap van Lorenzo Bandini omdat er op zijn Ferrari 312 een brandstofleiding was gebroken. Na 5 ronden had ook de tweede BRM er de brui aan. Jackie Stewart werd besprenkeld met benzine doordat er brandstof in zijn cockpit spoot na een lek in de brandstoftank.

Na vier ronden had de race al evenveel leiders gehad. In volgorde waren dat Lorenzo Bandini, Mike Parkes, John Surtees en Jack Brabham. Deze laatste reed op het einde van de 7e ronde nog op kop. Maar uit zijn Repco motor kwam een onheilspelende blauwe rookpluim. In de volgende ronde reed de Brabham de pit in. Voor de Australiër, die hier de wereldtitel kon nemen, zat er niets anders op dan de race te verlaten. Mike Parkes had de leiding overgenomen maar in zijn zog volgden niet minder dan 6 andere wagens. Na 10 ronden was de stand: Mike Parkes, Denny Hulme, John Surtees, Ludovico Scarfiotti, Jim Clark (nadat hij als 15e doorkwam na één ronde), Richie Ginther en Jochen Rindt. 10 seconden later volgde Giancarlo Baghetti en Mike Spence.

In de leidende groep wisselden de posities elke ronde. Op het einde van de 11e ronde reed Denny Hulme op kop. De ronde daarna was het echter weer Mike Parkes en in de 13e ronde was de leider dan weer Ludovico Scarfiotti. Ondertussen had Jim Clark problemen met een achterwiel dat enorme trillingen veroorzaakte. Hij verloor heel wat tijd in de pit om er een nieuw wiel te laten monteren. Richie Ginther was de volgende die vooraan de rol moest lossen. En hoe! In de 17e ronde, bij het naderen van de ‘Curva Grande’ reed de Honda nog op de tweede plaats. Plots kreeg hij achteraan links een klapband. De wagen schoof van het circuit, recht de bomen in. Het was een mirakel dat Richie Ginther dit ongeval overleefde zonder ernstige kwetsuren. Zijn nieuwe Honda was rijp voor de schroothoop! Daardoor bleven er vooraan maar vier wagens meer over, want ook Jochen Rindt had moeten afhaken, ook al reed hij nog ver voor de zesde plaats van Giancarlo Baghetti.

Ludovico Scarfiotti bleef aan de leiding rijden met net achter hem een hevig duel tussen Denny Hulme, Mike Parkes en John Surtees. Geen van de coureurs slaagde er echter in om een kleine voorsprong op te bouwen. Deze situatie bleef onveranderd tot de 32e ronde. Toen moest John Surtees de pit opzoeken. Door een kleine fit in de brandstoftank kwam er benzine op de achterwielen terecht. Hij moest daardoor de race verlaten. Door die opgave was Jack Brabham toch nog wereldkampioen deze race, want John Surtees was de enige die hem nog kon bedreigen.

n° 18 - Richie Ginther - Honda RA273

Eens halfweg gepasseerd kon Ludovico Scarfiotti langzaam maar zeker wegrijden van de twee andere concurrenten. Zijn maximale voorsprong bedroeg 15 seconden. Op het einde deed hij het terug kalmer aan waardoor de achtervolgers opnieuw korter kwamen. Ludovico Scarfiotti won echter zijn eerste Grand Prix met een voorsprong van 5,8 seconden op zijn teamgenoot Mike Parkes. Deze versloeg in een duel dat duurde tot op de eindstreep Denny Hulme. Jochen Rindt werd, ondanks een lekke band in de laatste ronde, makkelijk vierde. Dan volgde Mike Spence omdat Giancarlo Baghetti op 13 ronden van het einde een erg lange pitstop had moeten maken. De top zes werd vervolledigd door Bob Anderson.

Voor de Italianen was er na de race een groot feest. Niet alleen behaalde Ferrari hier de eerste twee plaatsen, maar won er een Italiaan de Grand Prix van Italië. Dat was geleden van 1952 toen Alberto Ascari de race won.

In de stand voor het wereldkampioenschap was de beslissing gevallen. Met nog twee races te rijden was de kloof tussen Jack Brabham en zijn achtervolgers onoverbrugbaar geworden. Jack Brabham had nu 39 punten voor Jochen Rindt met 19, Graham Hill met 17 en John Surtees met 15. Bij de constructeurs had Brabham/Repco nu 40 punten voor Ferrari met 31, BRM met 22 en Cooper/Maserati met 20 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics