
|
Grand
Prix van Mexico 1966 |
Voor de laatste Grand Prix van het seizoen kwamen 19 coureurs langs de inschrijvingstafel. De volgende teams waren aanwezig in Mexico City: Lotus, BRM, Brabham, Cooper, Honda, Eagle en McLaren. Van privé-zijde waren de teams van Reg Parnell, Rob Walker en Bernard White aanwezig. Nadat Ferrari tijdens de vorige race al maar één wagen had ingezet, lieten ze deze race zelfs volledig aan hun neus voorbijgaan. Cooper had een derde wagen ingezet voor de lokale rijder Moisés Solana.
Tijdens de trainingen hadden de teams wel wat problemen met de ligging van het circuit. Het was gelegen op grote hoogte en daardoor waren er nogal wat problemen met het benzinemengsel. Ook waren er problemen met … straathonden. Innes Ireland reed er zo eentje aan. Hij beschadigde daarbij de neus en de stuurkolom van zijn Bernard White privé ingeschreven BRM 2.0 liter wagen. Ondertussen reed Jim Clark de snelste tijd met 1’56,06”. Kort daarna gaf zijn H16 BRM motor de geest. Toch kon zijn tijd alleen maar verbeterd worden door Jack Brabham. Helemaal op het einde van deze vier uur durende training reed hij 1’53,95”. Zijn teamgenoot Denny Hulme reed de derde tijd gevolgd door Pedro Rodriguez, die in een derde Lotus uitgerust met een 2.0 liter Climax motor reed.
Een negatieve verrassing was de 11e en de 16e plaats voor de BRM coureurs Jackie Stewart en Graham Hill. Op zaterdag ging het al niet zo veel beter, al reed Graham Hill uiteindelijk toch nog de zevende tijd. Van alle andere coureurs kon Jack Brabham zijn tijd niet verbeteren. In het begin van de sessie blies hij zijn motor op. Toen Jim Clark een tijd reed van 1’53,50” reed leek de pole positie verzekerd te zijn voor de Schot. John Surtees dacht er echter anders over en reed een ronde in 1’53,18”. Net daarna ging hij naar de pit om zijn motor te laten vervangen. Jack Brabham viel terug tot op de tweede rij en kreeg het gezelschap van Richie Ginther die zijn Honda in een aanvaardbare 1’53,56” rond het circuit wist te sturen. Net voor het einde van de training kreeg de wagen van Mike Spence af te rekenen met een stuurbreuk. Hij vloog van het circuit en beschadigde daarbij onherstelbaar zijn Lotus/BRM. Zelf bleef Mike Spence ongedeerd. Hij kon de race van zondag alleen maar als toeschouwer volgen.
Omdat Dan Gurney tijdens de training heel veel problemen ondervond met de V12 Weslake motor wisselde hij van wagen met Bob Bondurant. Dan Gurney reed nu in de oude wagen die uitgerust was met de 2.7 liter Climax. Onder ideale omstandigheden vertrokken 18 coureurs voor de laatste Grand Prix van het seizoen. Richie Ginther maakte een prachtige start en reed op kop, net als vorig seizoen, toen ze uit het zicht van de pit verdwenen. Op het einde van de eerste ronde reed hij nog steeds op kop. Hij werd gevolgd door Jochen Rindt, Jack Brabham, Denny Hulme, John Surtees, Jim Clark, Jackie Stewart en Pedro Rodriguez. Dan volgde een gat naar Ronnie Bucknum en de rest van het deelnemersveld. In de 2e ronde ging Jack Brabham niet alleen voorbij Jochen Rindt maar remde ook Richie Ginther uit om zo de leiding over te nemen. Ondertussen, verder naar achteren, spinde Pedro Rodriguez in de haarspeld. Hij verloor twee plaatsen aan Ronnie Bucknum en Jo Siffert. In de 3e ronde verloor Richie Ginther verder de aansluiting met Jack Brabham en Jochen Rindt. John Surtees en Denny Hulme gingen er bovendien nog voorbij. Twee ronden later ging ook Jackie Stewart voorbij de Honda, nadat hij eerst Jim Clark was gepasseerd. John Surtees eiste nu de aandacht op. Hij was net van plaats verwisseld met zijn teamgenoot Jochen Rindt. Hij ging nu op zoek naar de leider, Jack Brabham. Eén ronde later nam hij de leiding al over!
Na 10 ronden had John Surtees 1,5 seconden voorsprong op Jack Brabham. Jochen Rindt reed nog steeds op de derde plaats. Denny Hulme was teruggevallen achter de hevig rokende BRM van Jackie Stewart. Pedro Rodriguez was ondertussen bezig om zijn verloren plaatsen, na zijn spin, terug goed te maken. Hij reed nu op de zesde plaats net voor Richie Ginther en Graham Hill. Jim Clark had ondertussen de race al verlaten. De versnellingspook was afgebroken en vermits je die nodig hebt om van versnelling te veranderen… Korte tijd later kreeg hij het gezelschap van Moisés Solana. Bij hem was de Maserati motor oververhit. De race leek vanaf dan in een vaste plooi te liggen. John Surtees vergrootte elke ronde zijn voorsprong op Jack Brabham. Met de motor van Graham Hill, die vanaf de eerste ronde al niet echt gezond klonk, ging het ook verder bergaf. Eerst werd hij gepasseerd door Dan Gurney. Het was echter geen verrassing toen hij in de 18e ronde de strijd moest staken. Ook met de Climax motor ging het dus niet voor de Eagle. Ondertussen had Jackie Stewart Jochen Rindt ingehaald. Hij kon Jochen Rindt passeren maar een ronde later zat zijn race er op. Hij had alle olie van zijn motor verloren. Ondertussen had Pedro Rodriguez, tot groot jolijt van de toeschouwers, Denny Hulme gepasseerd. De Mexicaan reed nu al op de derde plaats. In de 32e ronde had ook Jochen Rindt de strijd moeten staken. De voorwielophanging van zijn Cooper afgebroken. Een ronde later was Jo Siffert de achtste opgever met exact hetzelfde probleem.

|
Wereldkampioen
Jack Brabham
|
Halfweg bleven er al maar 10 wagens meer over in de race. John Surtees had zijn voorsprong uitgebouwd tot 5 seconden op Jack Brabham. Pedro Rodriguez volgde op een halve minuut. Denny Hulme, die kort nadat hij gepasseerd was door Pedro Rodriguez, spinde, viel terug tot de zesde plaats achter Richie Ginther en Dan Gurney. Doordat de ontkoppeling van Denny Hulme zijn Brabham stuk was, duurde het erg lang voor hij zijn weg terug kon vervolgen. Maar eens terug op snelheid slaagde hij er in om zijn verloren terrein terug goed te maken. In de 44e ronde reed hij al terug op de vijfde plaats nadat hij Dan Gurney had weten te passeren. Vijf ronden later was hij al vierde doordat de thuisrijder Pedro Rodriguez de strijd had moeten staken met een gebroken differentieel. Denny Hulme had nu zijn zinnen gezet op de Honda van Richie Ginther. Richie Ginther zag het gevaar aankomen en versnelde. Hij reed de snelste raceronde in 1’53,75” in een poging om Denny Hulme af te houden. Denny Hulme was echter niet onder de indruk en met nog twee ronden te rijden nam hij de derde plaats over. Ondertussen reed John Surtees naar de overwinning. Op de streep had hij bijna 8 seconden voorsprong op Jack Brabham. Denny Hulme werd derde voor Richie Ginther, Dan Gurney, Jo Bonnier, Peter Arundell en als achtste en laatste Ronnie Bucknum.
Het eindklassement van het seizoen 1966 kan je HIER terugvinden.
|