
|
n°
5 - Jim Clark - Lotus 49 |
17 coureurs passeerden de inschrijvingstafel voor de Grand Prix van Nederland. Deze waren verdeeld over de tams van Brabham, Ferrari, Lotus, Honda, BRM, Cooper, Eagle en McLaren. Van privé-kant waren de teams van Reg Parnell, Rob Walker en DW Racing Enterprises aanwezig.
Zonder enige twijfel waren de meeste ogen gericht op het team van Lotus. Deze waren in Zandvoort aanwezig met hun nieuwe Lotus 49 uitgerust met een 3.0 liter V8 Ford-Cosworth motor. De twee coureurs, Jim Clark en Graham Hill, hadden beiden zo een wagen beschikbaar voor de race. Als reservewagen had het team een Lotus 33 uitgerust met een V8 BRM motor meegebracht. Maar ook bij enkele andere teams vielen er nieuwigheden te bespeuren. Zo was het team van Brabham hier met hun nieuwe type BT24 aanwezig. Al zouden ze deze wagen uiteindelijk nog niet in de race gebruiken. Ferrari van zijn kant, was aanwezig met een aangepaste versie van hun model 312. Bij BRM had men ook een aangepaste versie bij van hun P83. De nieuwe versie was smaller en lichter dan zijn voorganger. Ook bij Eagle had men een lichtere update van hun T1G model meegebracht. In het nieuwe model werd er veel meer titanium en magnesium gebruikt. Het uitzicht van de wagen was nauwelijks aangepast.
Met zoveel nieuwigheden was het dan ook niet verwonderlijk dat er op de eerste trainingsdag niet al te veel te beleven viel. De teams waren vooral bezig met het zoeken naar de juiste afstelling voor hun wagens. Alleen op het einde van de training waren er enkele coureurs die een snelle rondetijd probeerden neer te zetten. Vooral Graham Hill en Dan Gurney lieten al goede rondetijden noteren. Tot grote voldoening van het team van Lotus reed Graham Hill uiteindelijk de snelste tijd in 1’25,6”. Hij was daarmee 0,2 seconde sneller dan de Amerikaan. Jim Clark, in de andere Lotus 49, had minder geluk. Hij was niet tevreden over de ’handling’ van zijn wagen. Op zaterdag werd duidelijk waarom. Er was achteraan in de wagen iets afgebroken. Dit ontdekte het team pas bij het begin van de tweede trainingsdag. De herstelling duurde erg lang waardoor Jim Clark bijna de ganse training als toeschouwer moest volgen. Alle hoop van Lotus berustte nu op de schouders van Graham Hill. Hij stelde zijn team echter niet teleur. Hij reed op zaterdag nog een volle seconde sneller dan op vrijdag. Dat bleek ruimschoots voldoende voor de pole positie. Dan Gurney bleef op post op de tweede plaats. Hij verbeterde zijn tijd tot 1’25,1”. Jack Brabham na de derde plaats voor zijn rekening met een tijd van 1’25,6”.
Toen de start op zondagnamiddag werd gegeven, stond er tussen de twee Coopers op de tweede rij, nog een overijverige official. De coureurs vanaf de derde rij moesten dus extra opletten en verloren zo al direct wat tijd bij de start. Voor het team van Lotus kon de start niet beter verlopen want Graham Hill nam direct de leiding in handen. Op het einde van de eerste ronde had hij al bijna twee seconden voorsprong op Jack Brabham. Dan volgden Jochen Rindt, Dan Gurney, Chris Amon en Jochen Rindt, die allen wiel in wiel reden. De rest van het veld werd aangevoerd door de Cooper van Pedro Rodriguez. In de tweede ronde waren er vooraan geen wijzigingen. Verder naar achteren spinde Bruce McLaren. Hij beschadigde zijn wagen toen hij tegen een hek schoof. Zijn race zat er op, maar gelukkig was hij zelf niet gekwetst.
In de 3e ronde ging Dan Gurney voorbij Jochen Rindt, al probeerde hij onmiddellijk te counteren, iets wat echter niet lukte. Maar voor de Amerikaan was er nog ander slecht nieuws. Iedereen kon duidelijk horen dat er iets mis was met zijn Weslake motor. Hij reed nog vier ronden op de vierde plaats, maar moest uiteindelijk toch een pitstop maken. De mecaniciens zochten koortsachtig naar het probleem en stuurde Gurney al vrij snel terug de baan op. Het probleem met de motor bleek echter niet opgelost. In de 9e ronde was het helemaal over toen zijn motor, aan de achterkant van de pit, er helemaal mee ophield. Jim Clark nam nu de vierde positie over, maar hij stond onder zware druk van Denny Hulme, die na zijn povere start, te wijten aan de official die voor hem stond, aan een remonte bezig was. Ondertussen bleven de onderlinge verschillen tussen Graham Hill, Jack Brabham en Jochen Rindt ongeveer dezelfde, tot plots in de 11e ronde de Ford-Cosworth motor van Hill uitviel. Jack Brabham nam de leiding over, maar Jim Clark was niet van plan het daarbij te laten. In de 15e ronde ging hij voorbij Jochen Rindt om een ronde later de leiding van Jack Brabham over te nemen. Vanaf dat moment reed de Lotus 49 weg van de concurrentie.
Jim Clark reed langzaam maar zeker weg van de wereldkampioen. Deze reed op zijn beurt elke ronde iets verder weg van Jochen Rindt, die duidelijk aan het terugvallen was. In de 18e ronde werd hij trouwens gepasseerd door Denny Hulme. Even later ging ook Chris Amon hem voorbij. De twee Nieuw-Zeelanders vochten in eerste instantie een duel uit met de derde plaats als inzet. Denny Hulme won het duel en liet de Ferrari achter. Verder naar achteren in het deelnemersveld liet vooral Jackie Stewart zich opmerken. In de 16e ronde was hij Pedro Rodriguez gepasseerd en de Schot ging nu op zoek naar Jochen Rindt. Hij deed dat door elke ronde ongeveer één seconde sneller te rijden dan Rindt. In de 39e ronde had hij het gat van 20 seconden weten te dichten en nam hij direct de vijfde plaats over. Zijn achterstand op de leider bedroeg op dat moment ongeveer één minuut. Jochen Rindt hield het maar één ronde meer uit. Hij stopte aan zijn pit met de melding dat zijn Cooper onbestuurbaar was. Voor het team van Cooper waren het geen goede momenten want een ronde eerder had Pedro Rodriguez de strijd moten staken met versnellingsbakproblemen. Binnen één ronde was het volledige team van Cooper uit de race verdwenen.

|
Jim
Clark op het podium
|
Eens halfweg gepasseerd was er nog nauwelijks iets te beleven tijdens deze Grand Prix. Jim Clark had op dat moment 12 seconden voorsprong op Jack Brabham. Hij bouwde deze voorsprong rustig uit tot hij op de eindstreep ongeveer 25 seconden voorsprong had. Na Brabham kwamen de twee Nieuw-Zeelanders, Denny Hulme en Chris Amon. Jackie Stewart had zijn vijfde plaats nog moeten opgeven, omdat er op zijn BRM geen remmen meer waren. Deze plaats werd overgenomen door Mike Parkes die net voor zijn teamgenoot Ludovico Scarfiotti op een zesde plaats eindigde. Het team van Lotus was door het dolle heen. De langverwachte Ford-Cosworth in combinatie met het nieuwe model ‘49’ bleek al direct een schot in de roos te zijn. Colin Chapman, Mike Costin en Keith Duckworth stonden te dansen in de pit. En het zou niet de laatste overwinning zijn van Ford-Cosworth motor.
In de stand voor het wereldkampioenschap stond Denny Hulme op kop met 16 punten. Tweede stond Pedro Rodriguez met 11, Jim Clark met 9 en Jack Brabham met 7 punten. Bij de constructeurs had Brabham/Repco 18 punten voor Cooper/Maserati met 11, Lotus/Ford met 9 en Ferrari met 7 punten
|