GRAND PRIX VAN BELGIË 1967

XXVII Grote Prijs van Belgie

BEL

VERSLAG VAN DE RACE

n° 21 - Jim Clark - Lotus 49

18 coureurs hadden zich ingeschreven om deel te nemen aan de Grand Prix van België. Deze waren verdeeld over de teams van Ferrari, Honda, BRM, Lotus, Brabham, Cooper en Eagle. Van privé-zijde waren de teams van Reg Parnell, DW Racing Enterprises en Rob Walker aanwezig. Ook reden Guy Ligier en Jo Bonnier met een team onder hun eigen naam.

Na de briljante demonstratie tijdens zijn debuut in Zandvoort, zag het er tijdens de trainingen naar uit dat de Lotus 49, met aan het stuur Jim Clark en Graham Hill, deze prestatie zou herhalen op het snelle circuit van Spa-Francorchamps. De rondetijden waren fenomenaal. Clark eindigde de eerste training, op vrijdagavond, met een tijd van 3’29,0”. Zijn teamgenoot Graham Hill eindigde derde met een tijd van 3’32,0”. Er vielen dan ook niets dan lachende gezichten te bemerken in de box van Lotus. De tweede tijd werd gereden door de Amerikaan Dan Gurney in zijn Eagle T1G. Hij reed een tijd van 3’31,2”. Het team van Brabham leek wat op de dool in de Ardennen. Hun Repco motor kwam op dit snelle circuit duidelijk vermogen te kort om te kunnen wedijveren met de snelste wagens. Daar bovenop kwam nog het feit dat Denny Hulme helemaal niet tevreden was het de ‘handling’ van de Brabham BT24. Hij bracht deze eerste training meer tijd door in de pit dan op de baan in een poging de wegligging te verbeteren. Tevergeefs zo bleek later. Hij stapte voor de race dan ook terug over op het ‘oude’ model BT19. Bij BRM ging het wel iets beter. De H16 motor kwam op de circuit beter tot zijn recht. Ondanks het feit dat Jackie Stewart een volle drie seconden trager was dan Jim Clark, realiseerde hij toch de vierde tijd.


De tweede training bevestigde de tijden van de eerste training. Jim Clark verbeterde zijn tijd nog tot 3’28,1”. Dan Gurney evenaarde zijn tijd en Graham Hill bleef, met zijn tijd van gisteren, op de derde startplaats staan. Jackie Stewart verbeterde in de BRM tot 3’34,8”, maar werd toch vooraf gegaan door Jochen Rindt en Chris Amon, die ongeveer een halve seconde sneller waren dan de Schot.

Direct na de start schoot Jim Clark weg en hij reed al onbedreigd op de brug van ‘Eau Rouge’ op kop. Graham Hill verging het echter minder goed. Net voor de start viel zijn wagen stil met een platte batterij. Dan Gurney zijn start was ook niet om over naar huis te schrijven. Hij werd verrast doordat de vlag zo snel viel, waardoor hij niet klaarstond in de eerste versnelling. Net voor ‘Burnenville’ reed Jim Clark nog steeds op kop, gevolgd door Jochen Rindt, Jackie Stewart, Mike Parkes en de rest van het veld met uitzondering van Graham Hill. Die was door de mecaniciens snel in de pit geduwd waar ze zo snel mogelijk de batterij vervingen. In ‘Blanchimont’, een erg snelle linkse bocht, spinde Mike Parkes plots op een olievlek. De crash was hevig. De Ferrari sloeg over de kop waardoor Mike Parkes ut zijn wagen werd geslingerd. Gelukkig overleefde Parkes deze verschrikkelijke crash, al betekende het wel het einde van zijn korte Formule 1 carrière. Jim Clark ging door en op het einde van de eerste ronde reed hij afgescheiden aan de leiding voor Jackie Stewart. Chris Amon reed nu op de derde plaats, met een achterstand van vijf seconden op Jackie Stewart. Net achter hem reden Jochen Rindt en Dan Gurney. 5 seconden later volgde Pedro Rodriguez op de zesde plaats. In het achterveld reed John Surtees al meteen de pit in. Zijn Honda motor had het al begeven in deze eerste ronde. Een kleine minuut later reed ook Chris Irwin de pit in. Ook bij hem had de motor al de geest gegeven. Graham Hill was ondertussen aan de achtervolging begonnen, maar in de derde ronde werd hij de vierde opgever doordat zijn koppeling niet meer werkte.

Op het einde van de tweede ronde had Jim Clark al 5 seconden voorsprong op Jackie Stewart. Dan Gurney had al 16 seconden achterstand. De Amerikaan was in deze ronde wel Jochen Rindt en Chris Amon voorbij gegaan. Jim Clark domineerde de race en nam elke ronde meer voorsprong. Dan Gurney kwam langzaam maar zeker korter op Jackie Stewart. Het mooiste duel was dat echter voor de vierde plaats. Het ging tussen Chris Amon, Jochen Rindt, Pedro Rodriguez en Jack Brabham. Na verloop van tijd had Jack Brabham de leiding van het groepje genomen en reed hij weg van de andere drie. Deze bleven samen knokken, al was het nu wel voor de vijfde plaats. Dan slaagde Pedro Rodriguez er op zijn beurt in om de andere te lossen.

n° 2 - Dan Gurney - Eagle T1G

Na 10 ronden was de voorsprong van Jim Clark al opgelopen tot 20 seconden. Dan Gurney had ondertussen de kloof met Jackie Stewart gedicht. Samen hadden ze meer dan een halve minuut voorsprong op Jack Brabham. In de 12e ronde reed Jim Clark echter plots de pit in. Hij liet er zo snel mogelijk de bougies van zijn motor vervangen. Ook Dan Gurney kwam dezelfde ronde de pit in, al schreeuwde die enkel tegen zijn mecaniciens dat de benzinedruk te laag was. Hij reed gewoon door de pit. Jim Clark verloor in de pit meer dan twee minuten en kwam als zevende terug op de baan. Dan Gurney van zijn kant, kon de tweede plaats behouden, maar had nu wel een achterstand van 15 seconden op Jackie Stewart. Halfweg de race moest Jim Clark nog een keertje de pit opzoeken. Weer werd er een bougie vervangen. In de 14e ronde moest Denny Hulme de race verlaten en in de 15e ronde was het de beurt aan zijn kopman Jack Brabham. Beiden hadden problemen met hun Repco motor. Toen Jim Clark weer aan de achtervolging kon beginnen, kreeg hij echter af te rekenen met een onwillige versnellingsbak. Hij kon alleen de derde en de vijfde versnelling nog gebruiken. Ook Jackie Stewart had een probleem met het schakelen. Om te voorkomen dat de wagen steeds in de neutrale stand sprong, stuurde hij met één hand. De andere gebruikte hij om de versnellingspook tegen te houden. Mede daardoor kon Dan Gurney de kloof met de BRM dichtrijden.In de 21e ronde nam hij zelfs de leiding over. Vanaf dat moment reed de Amerikaan recht naar de overwinning. Op de streep had hij meer dan een minuut voorsprong op Jackie Stewart. Het was de eerste, en later bleek ook de laatste, overwinning van Eagle. Derde in deze race werd Chris Amon. Deze was in de 18e ronde nog voorbij Pedro Rodriguez gegaan, die in de 25e ronde zelfs de strijd nog moest verlaten omdat hij zijn motor had opgeblazen. Vierde werd Jochen Rindt voor Mike Spence en Jim Clark.

In de stand voor het wereldkampioenschap had Denny Hulme nog steeds 16 punten voor Pedro Rodriguez en Chris Amon met 11 punten en Jim Clark met 10 punten. Bij de constructeurs had Brabham/Repco 18 punten, Cooper/Maserati 14, Ferrari 11 en Lotus/Ford 10 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics