
|
Grand
Prix van Duitsland 1967 - De start |
Net als vorig seizoen hadden de organisatoren beslist om gelijktijdig met de Formule 1 de Formule 2 race te houden. Er werden voor deze race 9 Formule 2 wagens uitgenodigd. Het Formule 1 veld was vergelijkbaar met de inschrijvingslijst van Silverstone. In totaal waren er 17 Formule 1 wagens aanwezig. Deze waren verdeeld over de teams van Brabham, Lotus, Cooper, Honda, Ferrari, Eagle en BRM. Van privé-zijde waren de teams van Rob Walker, Reg Parnell, Guy Ligier en Jo Bonnier aanwezig. Als vreemde eend in de bijt was er ook een inschrijving door BMW fabrieksteam. Ze schreven een Lola in voor David Hobbs. De wagen was uitgerust met een BMW 2.0 liter motor.
Vanaf dit seizoen had het circuit enkele nieuwe bochten, ‘Bremscurve’ genaamd. Deze werden toegevoegd in de buurt van ‘Tiergarten’ in een poging om de snelheid bij de ingang van de pitstraat te verminderen. Daardoor werd het circuit trouwens 25 meter langer. Iedereen die dacht dat daardoor de rondetijden terug wat langzamer zouden worden werden tijdens de eerste training al direct met beide voeten op de grond geplaatst. Na een vrij kalme vrijdagmorgen, reed Jacky Ickx een tijd van 8’14,0”, en dat met zijn Formule 2 wagen. Het was 2,5 seconden sneller dat de beste trainingstijd van vorig seizoen. Wat eigenlijk nog straffer was, was het feit dat er slechts één Formule 1 wagen deze tijd kon verbeteren. Denny Hulme was 0,5 seconden sneller. Jack Brabham reed een tijd van 8’18,9”, voordat hij met pech naar de pit moest. Ook andere coureurs hadden hun deel van de pech. Op de BRM van Mike Spence begaf de versnellingsbak het, net als op de Lotus 49 van Graham Hill. Gelukkig had het team van Lotus nu wel een reserve Lotus 49 ter beschikking. Jim Clark had dan weer problemen met de remmen en met het brandstof injectiesysteem.
Ook tijdens de laatste training hadden enkele coureurs hun deel van de pech. Het ergste was voorbehouden voor Graham Hill. Hij crashte in zijn reserve Lotus in ‘Adenau’. Gelukkig was hij zelf ongedeerd, maar zijn Lotus 49 was onherstelbaar beschadigd. Jochen Rindt kwam op de baan tot stilstand met een motorprobleem. Ook Chris Amon stond stil langs de baan, maar bij hem was het probleem dat de brandstofpomp stuk was gegaan. Uiteindelijk ging de pole positie naar Jim Clark, die een duizelingwekkende 8’04,1” liet noteren. Denny Hulme kon zijn tijd van gisteren niet verbeteren, maar die tijd was toch goed voor de tweede startplaats. Jackie Stewart en Dan Gurney vervolledigden de eerste rij. Jacky Ickx, die in totaal de derde tijd liet noteren, moest zich tevreden stellen met de pole positie in de Formule 2 klasse. Deze klasse vertrok gelijktijdig, al stonden ze allemaal opgesteld na de Formule 1 grid.
Onder zonnige en warme omstandigheden vertrokken om 14.00 uur, op zondagnamiddag, de 2 wedstrijden. Jim Clark nam voor de eerste bocht (de ‘South Curve’) de leiding net voor Denny Hulme. Graham Hill in de andere Lotus, verging het minder goed. In het gedrang naar de eerste bocht toe, kreeg hij achteraan een tik en schoof van de baan. Gelukkig kon hij zijn wagen terug starten en als laatste beginnen aan de achtervolging. Op het einde van de eerste ronde reed Jim Clark nog steeds op kop. Denny Hulme en Dan Gurney volgden op kleine afstand. Op de vierde plaats, vijf seconden achter Gurney, kwam Jack Brabham, net voor Bruce McLaren. Vier seconden daarachter kwam John Surtees, Jackie Stewart en Chris Amon. Tijdens de twee volgende ronden reden de eerste drie wiel in wiel over de baan. Jim Clark kreeg al wel erg snel problemen met de wegligging van zijn Lotus. In de vierde ronde moest hij daardoor duidelijk snelheid minderen. Wagen na wagen passeerden de Schot vooraleer hij op het einde van de ronde de pit inreed. De controle door de mecaniciens in de pit maakte duidelijk dat de ophanging vooraan gebogen was. Helaas was dit een onherstelbaar defect en daardoor zat de race er voor Jim Clark op. Dan Gurney nam de leiding over nadat hij eerst Denny Hulme had weten te passeren. Bruce McLaren, die in de vierde ronde moest opgeven, had net daarvoor een olieleiding op zijn Eagle gebroken. De stand na vier ronden was dan: Dan Gurney, Denny Hulme, Jack Brabham en als vierde Jackie Stewart. De sensatie kwam echter van Jacky Ickx. In zijn Formule 2 wagen was hij al opgerukt naar de vijfde plaats. Hij was onder andere de Honda van Surtees en de Ferrari van Amon al gepasseerd.
Op het einde van de vijfde ronde had Dan Gurney al 8 seconden voorsprong. Jackie Stewart was ten nadele van Jack Brabham opgerukt naar de derde plaats. Lang kon de Schot hier echter niet van profiteren. Hij moest namelijk in de zesde ronde zijn wagen stilzetten aan de kant van de weg. Het differentieel van zijn BRM was stuk. Jack Brabham werd zo terug derde. Hij werd nu echter achterna gezeten door Jacky Ickx, die steeds maar korter kwam. Chris Amon had blijkbaar zijn tweede adem gevonden, want in de 9e ronde kon hij in zijn Ferrari de Formule 2 wagen van Jacky Ickx terug passeren. Jack Brabham kreeg al vlug te maken met de aandringende Ferrari. Dan Gurney had ondertussen al een voorsprong van meer dan 30 seconden bij elkaar gereden op Denny Hulme. Die had op zijn beurt zelfs meer voorsprong op het trio Jack Brabham, Chris Amon en Jacky Ickx. De rest van het veld lag ver verspreid over de omloop. In de 8e ronde had Graham Hill zijn ongelukkige race zien eindigen toen zijn achterwielophanging afbrak. Hij had ondertussen al een extra pitstop moeten maken omdat er een wiel was losgekomen. Op dat moment bleven er al maar 10 Formule 1 wagens meer over in de race.

|
n°
11 - Jackie Stewart - BRM P115
|
In de 12e ronde kwam de fantastische prestatie van Jacky Ickx een einde. De voorwielophanging van de Matra brak af. Alles wat hij nog kon doen, was stapvoets naar de pit te rijden en daar opgeven. Dit was nog niet alles wat de toeschouwers te zien kregen. Een ronde later, met de overwinning voor het grijpen, moest de leider Dan Gurney de strijd staken. Op zij Eagle was de aandrijfas gebroken. De ongelukkige Amerikaan zag bijna een minuut later Denny Hulme de leiding overnemen. De Nieuw-Zeelander won de race met bijna 40 seconden voorsprong. Jack Brabham en Chris Amon vochten voor de tweede plaats tot op de streep. In tegenstelling tot wat hij in Silverstone deed, kon Chris Amon deze keer geen gaatje vinden om Jack Brabham te passeren. John Surtees werd op grote achterstand vierde. Jackie Oliver, die vijfde overall werd, werd de eerste Formule 2 wagen aan de finish. De vijfde Formule 1wagen was Jo Bonnier voor Guy Ligier.
In de stand voor het wereldkampioenschap had Denny Hulme nu al 37 punten. Op de tweede plaats stond Jack Brabham met 25. dan volgden Jim Clark en Chris Amon met 19 punten. Bij de constructeurs had Brabham/Repco 42 punten voor
Cooper/Maserati met 21. Dan volgden Lotus/Ford en Ferrari met 19 punten.
|