
|
n°
10 - Dan Gurney - Eagle T1G |
Sinds 1961 was de Grand Prix van Canada een race voor Sport Cars. Maar met het eeuwfeest van Canada dat plaatsvond in 1967, vroegen de organisatoren aan de FIA of de wedstrijd voor Formule 1 wagens kon doorgaan. Dat werd toegestaan en voor deze race schreven er zich 19 coureurs in. De meest opmerkelijke verschijning was deze van de nieuwe McLaren M5A. De wagen werd aangedreven door een V12 BRM motor. De Nieuw-Zeelander reed uiteraard vanaf nu terug in zijn eigen wagen waardoor het AAR team van Dan Gurney terugviel op één deelnemer. Ze kregen wel steun van de privé-inschrijving van Al Paese. Die reed mee in een Eagle T1G uitgerust met een Climax motor van 2.7 liter. Lotus had voor deze gelegenheid een derde wagen ingeschreven voor Eppie Wietzes. Bij Cooper werd Pedro Rodriguez, die nog herstellende was van een crash tijdens een Formule 2 wedstrijd, vervangen door Richard Attwood. Honda was dan weer afwezig in Canada.
De trainingen begonnen op donderdag met een onofficiële training waarvan er geen tijden werden genoteerd. Het enige noemenswaardige dat er tijdens deze training gebeurde was de spin van Jim Clark in de oudste van de drie Lotussen 49. De achterwielophanging van de wagen werd hierbij beschadigd. De volgende morgen volgde nog een onofficiële training. De eerste officiële training vond maar pas plaats op vrijdagnamiddag. Jim Clark reed de snelste tijd met een tijd van 1’22,9”. De tweede tijd werd gerealiseerd door Denny Hulme met een tijd van 1’23,6”. Vierde werd Chris Amon met 1’24,0”.
Op zaterdagmorgen was er nog een ongechronometreerde training. De meeste teams zochten hier nog steeds naar de goede afstelling en waren niet op zoek naar snelle rondetijden. Jack Brabham kreeg op zijn BT24 last van een olielek en het team besliste om voor de laatste training een nieuwe motor te monteren in de wagen. Jim Clark was tijdens deze laatste training de snelste met een tijd van 1’22,4”. Graham Hill, die vrijdag nog wat ziekjes was, reed nu 1’22,7”. Denny Hulme nam de derde plaats voor zijn rekening met een tijd van 1’23,2”. Op de tweede rij stonden Dan Gurney en Chris Amon. Bruce McLaren, in zijn nieuwe wagen, deed het niet onaardig en eindigde slechts 0,1 seconden achter Dan Gurney op de zesde plaats.
17 wagens stonden op de grid op een natte zondag. Tom Jones had van de organisatoren geen startrecht gekregen omdat hij tijdens de trainingen niet snel genoeg was geweest. Jo Siffert van zijn kant, kon niet deelnemen aan de race omdat de starter van zijn wagen stuk was. Toen de vlag viel, maakte Jim Clark weer één van zijn befaamde starts. Op het einde van de eerste ronde had hij al een behoorlijke voorsprong op Denny Hulme. Net daarachter kwamen dan Graham Hill, Jackie Stewart en Jack Brabham. Dan was er weer een gat tot Bruce McLaren, Dan Gurney, Mike Spence en de rest van het veld. Al Pease was op de grid blijven staan met een platte batterij. Deze werd vervangen en met grote achterstand kon hij toch nog aan zijn race beginnen. De racecondities waren erg slecht en dat had Chris Amon al tweemaal mogen ondervinden. Eerst was hij gespind in de opwarmingsronde en nu een tweede keer in de eerste ronde. Zelfs Jim Clark leek het moeilijk te hebben om zijn wagen op de baan te houden. Denny Hulme sloot in de 2e ronde terug aan en nam een ronde later de leiding van Jim Clark over. Ook bij Graham Hill waren er wat wegliggingsproblemen in deze natte omstandigheden. Hij stond nu onder druk van Jack Brabham, die net als Bruce McLaren, in de 2e ronde, voorbij Jackie Stewart was gegaan. De BRM reed nu op de vijfde plaats, maar doordat Bruce McLaren in de derde ronde spinde en ver terugviel, schoof de Schot terug naar de vierde plaats. Bruce McLaren liet het hier echter niet bij en in de 8e ronde reed hij terug op de vijfde plaats. Hij kwam trouwens snel korter op Graham Hill, die net was teruggevallen tot achter Jack Brabham. Bruce McLaren was trouwens de snelste man op de baan op dat moment. In de 10e ronde ging hij voorbij Graham Hill. Drie ronden later ging hij ook voorbij Jack Brabham en reed hij al op de derde positie.
Denny Hulme, de leider van de race, had in de 20e ronde al 24 seconden voorsprong op Jim Clark. Daarachter kwam Bruce McLaren. Hij reed maar liefst 4 seconden per ronde sneller dan Jim Clark. In de 22e ronde nam Bruce McLaren de tweede plaats van Jim Clark over. Ook Jack Brabham kwam korter bij de Schot. Maar hij werd op zijn beurt opgejaagd door Jackie Stewart, die net Graham Hill was gepasseerd. De volgde ronde ging Jackie Stewart voorbij Jack Brabham. Ondertussen droogde de baan langzaam maar zeker op en ontstond er een erg interessante situatie. De betere condities bleken vooral in het voordeel van de Lotussen te zijn. Jim Clark ging in de 28e ronde terug voorbij Bruce McLaren. De power van de Ford Cosworth motor kon terug de bovenhand halen en halfweg had Denny Hulme nog slechts 12 seconden voorsprong op Jim Clark. Bruce McLaren reed nog steeds op de derde plaats met een achterstand van 30 seconden. Hij was nu in duel met Jack Brabham die Jackie Stewart had weten af te schudden. Op de zesde plaats reed Dan Gurney, die Graham Hill in de 31e ronde was voorbij gegaan. Op dat moment hadden er nog maar twee coureurs de race verlaten. Jochen Rindt, in de vierde ronde, met ontstekingsproblemen en Chris Irwin, in de 18e ronde, ten gevolge van een spin.

|
n°
4 - Graham Hill - Lotus 49
|
In de 57e ronde had Jim Clark Denny Hulme terug bijgehaald. Enkele bochten verder reed hij alweer aan de leiding van de race. Denny Hulme liet echter niet begaan en sloeg onmiddellijk terug. Ondertussen was het in Canada echter terug lichtjes beginnen regenen. De volgende ronde verloor Denny Hulme bijna de controle over zijn stuur. Daardoor kon Jim Clark hem weer passeren en een kleine voorsprong bij elkaar rijden. De condities verslechteren echter zienderogen. Toch slaagde Jim Clark er in om zijn voorsprong op de twee Brabhams verder uit te bouwen. Tot in de 67e ronde! Dan, totaal onverwacht, begaf de Ford motor het in de haarspeld. Omdat Denny Hulme ook een pitstop moest maken om zijn vizier te laten vervangen, kwam Jack Brabham aan de leiding. Dan Gurney schoof op naar de derde plaats omdat Bruce McLaren ook problemen kreeg met zijn batterij. Ook Jackie Stewart kreeg, na een spin, problemen. Hij moest in de 65e ronde opgeven. Zijn gaspedaal was afgebroken. Bruce McLaren moest in de pit nog een nieuwe batterij gaan halen en viel daardoor terug naar de zevende plaats achter Graham Hill, Mike Spence en Chris Amon.
Verder vielen er geen wijzigingen meer te noteren, behalve dan dat Graham Hill, na een spin, zijn motor had laten afslaan. Omdat zijn koppeling niet meer werkte, moest hij eerst zijn eigen wagen in gang duwen om zijn weg te kunnen vervolgen. Het team van Brabham eindigde hier dus weer op de eerste twee plaatsen. Dan Gurney werd derde voor Graham Hill, Mike Spence en Chris Amon. Bruce McLaren eindigde, na een knap debuut in zijn nieuwe wagen, pas als zevende.
In de stand voor het wereldkampioenschap had Denny Hulme nu 43 punten. Op de tweede plaats stond Jack Brabham met 34 punten. Dan volgden Chris Amon met 20 en Jim Clark met 19 punten. Bij de constructeurs had Brabham/Repco nu al 51 punten. Op geruime afstand volgde Lotus/Ford met 22 punten voor Cooper/Maserati met 21 en Ferrari met 20 punten.
|