GRAND PRIX VAN MEXICO 1967

VIº Gran Premio de Mexico

MEX

VERSLAG VAN DE RACE

n° 5 - Jim Clark - Lotus 49

Jack Brabham kon nog steeds zijn wereldtitel verlengen. Dan moest hij wel de laatste Grand Prix van het seizoen winnen en mocht zijn teamgenoot, Denny Hulme, niet hoger eindigden dan een vijfde plaats.

In totaal kwamen er voor deze race 19 coureurs opdagen.Ze waren verdeeld over de teams van Brabham, Honda, Lotus, BRM, Ferrari, Eagle, McLaren, Cooper en Matra. Ook voor de laatste race van het seizoen waren er nog heel wat privé-teams aanwezig zoals de teams van Mike Fischer, Rob Walker, Joakim Bonnier, Reg Parnell en Guy Ligier.

De meeste teams gebruikten het eerste trainingsuur voor het afstellen van de motor. Men moest hier rekening houden met de grote hoogte waarop het circuit gelegen was en daardoor moest vooral het brandstofmengsel worden aangepast. Sommige teams klaarden deze klus vrij vlug en deze konden dan ook al vrij snel beginnen met het rijden van enkele snelle ronden. Jim Clark was de eerste coureur die er aan begon. Hij eindigde uiteindelijk met een tijd van 1’48,97”. De tweede tijd werd gereden door Denny Hulme. Zijn grootste concurrent voor de titel, zijn teamgenoot Jack Brabham, blies, net als Mike Spence, zijn motor op. Hij had daarvoor al wel een ronde in 1’50,90” gereden, wat uiteindelijk goed was voor de vijfde plaats. Dan Gurney en Graham Hill waren de andere twee die sneller waren tijdens de eerste training.

Nadat Jonathan Williams tijdens de eerste dag niet in actie kwam voor Ferrari, omdat hij zijn wagen aan Chris Amon moest afstaan, kon hij op zaterdag ook aan de voorbereiding voor deze Grand Prix beginnen. Ver kwam hij echter niet want hij reed tegen een band, die half in de grond stak als afbakening van de weg, en verboog zo de voorkant van zijn wagen. Gelukkig konden de mecaniciens dit snel herstellen zodat hij verder kon met zijn training. Eens te meer was Jim Clark de snelste met een tijd van 1’47,56”. Daarna ging hij gewoon naar de pit zitten wachten tot er iemand zijn tijd zou verbeteren. Niemand slaagde er in, al reed Dan Gurney een tijd van 1’48,10”. Deze tijd leek voldoende voor de tweede plaats tot Chris Amon, in zijn laatste ronde, 1’48,04” reed. Graham Hill eindigde weer op de vierde plaats en mocht op de tweede rij vertrekken naast Dan Gurney. Op de derde rij stond Denny Hulme en Jack Brabham broederlijk naast elkaar. In totaal reden er niet minder dan 14 wagens sneller dan het oude ronderecord. Eén van hen was Pedro Rodriguez, die in de enige Cooper reed. Zelf mankte Pedro Rodriguez nog hard na zijn ongeval eerder dit jaar. Jochen Rindt, de andere Cooper coureur, was niet tevreden met het geboden startgeld dat hij kreeg en diende per direct zijn ontslag in bij Cooper. Voor het volgend seizoen had hij toch al een ander team. Guy Ligier beëindigde de training met een probleem aan zijn Repco motor. Het team besloot om de motor te vervangen. Eens deze uit de Brabham wagen werd gehaald, ontdekte men dat het probleem een tekort aan benzine was.

18 wagens stonden op zondagnamiddag op de grid. Tijdens de opwarmingsronde had Mike Fischer een probleem vastgesteld met het injectiesysteem van zijn motor. Hij moest in laatste instantie forfait geven voor de race. Deze begon zelf ook al met een valse noot. De starter stond wat onwennig en aarzelend te zwaaien met de vlag van Mexico. Jim Clark twijfelde of de start nu wel of niet gegeven werd en voor hij het wist werd hij achteraan aangereden door Dan Gurney. De Lotus vertrok dan toch achter Chris Amon en Graham Hill met een gebogen uitlaat. Dan Gurney was echter stilgevallen en zat daar met zijn armen te zwaaien. Hij kon pas vertrekken als iedereen hem gepasseerd was. Hij had echter de radiator van zijn Eagle beschadigd en vier ronden later moest hij als eerste de wedstrijd verlaten. Ondertussen had Jim Clark niet veel tijd nodig om zijn verloren koppositie weer in te nemen. In de 2e ronde ging hij voorbij Chris Amon en een ronde later passeerde hij ook Graham Hill. Jim Clark domineerde de race en na 10 ronden had hij al 9 seconden voorsprong. Chris Amon deed alles wat mogelijk was om in het spoor van Graham Hill te blijven. Dat leek te lukken want op dat moment was zijn achterstand op de Schot nog steeds maar twee seconden. Dan, drie seconden later, volgde Jack Brabham. De vijfde plaats was al van in het begin van de race in het bezit van Moisés Solana. Maar helaas, in de 13e ronde, nadat hij eerst al was gepasseerd door Denny Hulme, brak de voorwielophanging af op zijn Lotus waardoor zijn thuisrace er meteen op zat. John Surtees nam de zesde plaats over gevolgd door Bruce McLaren, Pedro Rodriguez, Mike Spence en Jo Siffert.

Denny Hulme, de nieuwe wereldkampioen

Jim Clark, die wel wat problemen had met zijn koppeling, reed steeds maar verder weg van de concurrentie. Toen Graham Hill , in de 18e ronde, opgaf met een afgebroken aandrijfas, begon hij te vrezen dat hij de volgende opgever wel eens zou kunnen zijn. Het was echter Jackie Stewart die in de24e ronde zijn BRM, met hevige trillingen in zijn motor, aan de kant moest zetten. Ook Chris Irwin had problemen met de H16 BRM motor. Net na halfweg had deze al zijn olie verloren en blokkeerde hij. Op dat moment leek de race al meer op een processie dan op een Grand Prix. Jim Clark had al meer dan een halve minuut voorsprong op Chris Amon, terwijl Jack Brabham, Denny Hulme, John Surtees en Bruce McLaren de enige andere coureurs waren die nog in dezelfde ronde reden. Kort daarna werd Bruce McLaren ook gedubbeld door de ‘vliegende Schot’, maar dit had veel te maken met de problemen die McLaren had met de oliedruk. Na een pitstop reed hij nog een rondje en werd dan de zesde opgever in de race. Buiten het feit dat Mike Spence, in de 49e ronde, Pedro Rodriguez nog kon passeren, bleef iedereen op zijn plaats rijden. Jo Siffert stopte in de 59e ronde nog met een oververhitte motor. Hij werd echter nog wel als12e geklasseerd.

Met minder dan drie ronden te rijden kwam Chris Amon plots tot stilstand. Blijkbaar had zijn wagen geen benzine meer. Nadat Jack Brabham, Denny Hulme en John Surtees hem gepasseerd waren, kreeg hij zijn Ferrari toch terug aan de praat. Al pruttelend kwam hij alsnog als vijfde pover de streep. Zijn laatste ronde werd echter geannuleerd, omdat hij er meer dan dubbel zo lang had over gedaan dan de snelste raceronde. Daardoor viel hij terug tot de negende plaats. Ondertussen was Jack Brabham wel derde geëindigd met een achterstand van meer dan één ronde. Vierde werd Denny Hulme voor John Surtees, Mike Spence en Pedro Rodriguez. Denny Hulme was de nieuwe wereldkampioen en volgde zo zijn teambaas op.

De volledige eindstand van het kampioenschap kan je HIER bekijken.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics