KALENDER 1967

Nr

Datum

Grand Prix van

 

Circuit

151 02/01/1967 Zuid-Afrika Kyalami
152 07/05/1967 Monaco MON Monte Carlo
153 04/06/1967 Nederland NED Zandvoort
154 18/06/1967 België BEL Spa-Francorchamps 
155 02/07/1967 Frankrijk FRA Le Mans
156 15/07/1967 Groot-Brittannië GBR Silverstone
157 06/08/1967 Duitsland GER Nürburgring
158 27/08/1967 Canada CAN Mosport
159 10/09/1967 Italië ITA Monza
160 01/10/1967 USA USA Watkins Glen
161 22/10/1967 Mexico MEX Mexico City

VOORBESCHOUWING SEIZOEN 1967

Brabham, dat in 1966 op overtuigende wijze de constructeurstitel pakte, was meer dan tevreden over hun wagen en voerden dan alleen ook enkele detailwijzigingen door. Toch waren ze een nieuwe wagen aan het ontwikkelen. De BT24 was gebaseerd op hun Formule 2 wagen. De wagen was niet alleen smaller, hij woog ook aanzienlijk minder dan zijn voorganger. De ontwerper, Ron Tauranac, behield het basisconcept uit 1966, al werden de meeste onderdelen wel aangepast. Zoals verwacht bleef Repco hun motorenleverancier. Voor het nieuwe seizoen introduceerde ze hun eigen motorblok. Dit veegde de laatste sporen uit van de Oldsmobile motor, die als basis had gediend voor de eerdere Repco motoren. Het vermogen bedroeg nu 326 PK bij 8.200 t/min. De Brabham BT24 zo pas zijn debuut maken tijdens de Grand Prix van België.

De belangrijkste wijziging dit seizoen was zeker en vast de komst van de Ford-Cosworth DFV (Double Four Valve) motor. Deze werd gemonteerd achterin de Lotus 49. De nieuwe wagen werd ontworpen door Maurice Philippe. Net zoals bij Brabham BT24, maakte hij maar pas zijn debuut later op het jaar, tijdens de Grand Prix van Nederland, een wedstrijd die de wagen trouwens direct won. In het begin van het seizoen ging het team van Lotus dus verder met de H16 motor van BRM. Ook de 2.0 liter motor van zowel BRM als Coventry-Climax werden sporadisch nog ingezet. Eens de Ford-Cosworth motoren echter klaar, concentreerde het team zich volledig op hun type 49. Buiten de race in Nederland wonnen ze ook de races in Groot-Brittannië, USA en Mexico. En zeggen dat het team dan nog veel problemen had, met zowel de motor als met hun chassis. De motor bestond uit een aluminium blok van 2.993cc (85,7 * 64,8 mm). Er waren 4 kleppen per cilinder en de motor was voorzien van een Lucas brandstofinjectiesysteem. Het vermogen bedroeg 400 PK bij 9.000 t/min. Op het einde van het seizoen was het vermogen al opgelopen tot 410 PK.

Nog een nieuwe wagen die het erg goed deed tijdens zijn debuut was de Honda RA300. John Surtees stuurde de wagen naar de overwinning tijdens de Grand Prix van Italië. John Surtees maakte sinds eind vorig jaar deel uit van het Japanse team, al hadden deze wel een kleine fabriek in Slough (Groot-Brittannië), van waaruit het team zijn Formule 1 activiteiten coördineerde. John Surtees nam al het ontwikkelingswerk voor zijn rekening, al werd  het team nog wel bestuurd van uit Japan. Vanwege zijn goede contacten met Eric Broadley van Lola, kon John Surtees er voor zorgen dat Lola Racing Honda hielp bij de ontwikkeling van een lichter en verbeterd chassis. Dit moest uiteindelijk leiden tot een betere wegligging. Het resultaat was de RA300. De motor bleef op enkele details na dezelfde als in 1966. Het vermogen van de V12 Honda krachtbron bedroeg 400 PK.

De enige ‘echt’ nieuwe wagen kwam dit seizoen van McLaren. Ook A.A.R.-Eagle, BRM, Cooper en Ferrari kwamen met veel vernieuwingen, maar baseerden zich allen toch op hun wagen uit 1966. De veranderingen hadden vooral tot doel hun wagens lichter te maken. Het team van McLaren had het 3-liter project met Ford-Indianapolis ondertussen opgegeven. Ze bouwden eerst een compacte Formule 2 wagen (type M4A). Deze werd speciaal ontworpen voor de 2 liter V8 BRM motor. Pas daarna begon het team met de ontwikkeling van hun nieuwe Formule 1 wagen, de M5A. De eerste twee races reed Bruce McLaren nog mee, maar dan besloot hij om voor het team van Dan Gurney te gaan rijden tot zijn nieuwe wagen zou klaar zijn. Deze maakte zijn debuut tijdens de Grand Prix van Canada. De wagen werd aangedreven door een nieuwe 60° - V12 BRM krachtbron van 2.999cc (74,6 * 57,2 mm) De motor produceerde 365 PK bij 10.000 t/min.

In tegenstelling tot vorig seizoen waren er dit seizoen heel wat verschuivingen bij te teams. Eén van de grootste veranderingen was de terugkeer van Graham Hill naar Lotus. Hij werd daar teamgenoot van Jim Clark. Graham Hill had er zeven seizoen opzitten bij BRM, waar Jackie Stewart nu eerste rijder werd. BRM werkte dit seizoen er nauw samen met het team van Reg Parnell. Deze maakte uiteraard gebruik van de BRM wagens. De andere coureurs die reden voor beide teams waren Mike Spence, Piers Courage en Chris Irwin. Wie waar reed, hing af van de omstandigheden en de aard van het circuit. Meestal reed Mike Spence in de tweede BRM en kwam Chris Irwin uit voor het team van Reg Parnell. John Surtees had  de rangen van Honda versterkt terwijl Richie Ginther, die vorige seizoen voor Honda reed, in eerste instantie voor het team van Eagle ging rijden. Richie Ginther stopte echter met racen op hoog niveau nadat hij er niet in geslaagd was zich te kwalificeren voor de Grand Prix van Monaco en de 500 mijl van Indianapolis. Jochen Rindt van zijn kant bleef op post bij Cooper. Hij kreeg er de Mexicaan Pedro Rodriguez als teammaat. Chris Amon ging ondertussen als derde coureur naar Ferrari. Maar na de verschrikkelijke crash van Lorenzo Bandini, tijdens de Grand Prix van Monaco en het zware ongeval van Mike Parkes tijdens de Grand Prix van België werd hij er al snel eerste coureur. Hij was dan ook dikwijls de enige ingeschreven Ferrari dit seizoen.

     

Motor: Maximum 3.000cc zonder compressor en 1.500cc met compressor

Minimum gewicht: 500 kg 

Puntenverdeling: de eerste zes kregen 9-6-4-3-2 en 1 punt. 

Het kampioenschap werd verdeeld in twee delen van 6 en 5 races. Voor het eerste deel telde de 5 beste resultaten, voor het tweede deel de vier beste.

Afstand: Tussen 300 en 400 km. 

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics