GRAND PRIX VAN ZUID-AFRIKA 1968

XIVth South African Grand Prix 

VERSLAG VAN DE RACE

Grand Prix van Zuid-Afrika 196 - De start

Er werden vele verbeteringswerken uitgevoerd aan het circuit van Kyalami sinds de vorige race in het begin van 1967. De baan werd breder gemaakt, er werd een nieuwe asfaltlaag gelegd en de toeschouwers konden in betere omstandigheden de race volgen. Kyalami was nu een voorbeeld van een circuit! De race zou één van de grootste aantal inschrijvingen krijgen van het ganse seizoen. Alle teams die in 1967 regelmatig meereden, waren hier aanwezig. McLaren, Brabham, Lotus, Eagle, Honda, Ferrari, BRM, Cooper en het nieuwe team van Matra schreven allemaal 1 of meerdere wagens in.Tel daar nog eens vijf lokale rijders bij en je kwam aan dat grote aantal inschrijvingen. Het enige team dat met een volledig nieuwe wagen aan het seizoen begon, behalve Matra dan, was BRM. Het type P126 werd bestuurd door hun nieuwe kopman Pedro Rodriguez. Net als de Mexicaan reed ook Denny Hulme hier de eerste keer voor zijn nieuwe werkgever. Bij McLaren was de nieuwe M7A echter nog niet klaar waardoor Denny Hulme deze race nog moest afwerken met de oude M5A. Vermits het team maar één M5A had, moest Bruce McLaren van aan de zijkant toezien.

Het was vrij rustig tijdens de eerste training op donderdagnamiddag. Dit had vooral te maken met het feit dat verschillende coureurs nog niet aanwezig waren op het circuit. Hun vliegtuig had blijkbaar vertraging opgelopen. Jim Clark, die wel aanwezig was, liet dat direct merken door in zijn Lotus 49 de snelste tijd van de dag te rijden in 1’23,9”. De enige coureur die bij hem in de buurt kon komen, was Jackie Stewart, die in de compleet nieuwe Matra, 1’24,7” reed. Ondanks dat het weer op donderdag nog vrij fris was, hadden veel van de teams toch problemen met de brandstofverstuiving en oververhitting van hun motor. Op vrijdag, toen het een pak warmer was in Zuid-Afrika, namen deze problemen alleen maar toe. Het team van Lotus had echter geen problemen en Jim Clark verbeterde zijn tijd tot 1’22,4”. Nadat hij op donderdag nog afwezig was, reed Graham Hill op vrijdag de tweede tijd met 1’24,0”. Jackie Stewart deed het opnieuw erg goed en reed met 1’24,2” de derde tijd.

Voor de laatste training, op zaterdag, hadden de meeste teams extra radiatoren gemonteerd, zodat hun motor beter zou afkoelen. Op het circuit veranderde er echter niet veel aan de posities. Jim Clark reed nog maar eens de snelste tijd met 1’21,6”. Graham Hill was een seconde langzamer en dan volgde Jackie Stewart met 1’22,7”. Jochen Rindt en Jack Brabham mochten van op de tweede rij vertrekken. Denny Hulme van zijn kant kwam niet verder dan de vierde rij met naast hem de BRM van Pedro Rodriguez. Deze laatste had gedurende de trainingen heel wat problemen ondervonden met zijn V12 BRM motor.

De race vond plaats op zondag 1 januari. Jackie Stewart nam een perfecte start en nam meteen de leiding in handen. Op het einde van de eerste ronde reed hij net voor Jim Clark en Jochen Rindt over het rechte stuk. Graham Hill had een slechte start genomen en kwam als zevende over de streep. Jim Clark nam in de 2e ronde de leiding van Jackie Stewart al over en ook Graham Hill was niet van plan om lang op die zevende plaats te blijven. In de tweede ronde ging hij voorbij Chris Amon en John Surtees om net achter Jack Brabham als vijfde te passeren aan de streep. De Australiër liet echter niet begaan en ging zelf over tot de aanval op zijn teamgenoot Jochen Rindt. In de 7e ronde ging hij voorbij Rindt en opende direct de aanval op Jackie Stewart. Maar plots was er iets mis met zijn Repco motor. In de 10e ronde werd hij gepasseerd door Jochen Rindt en Graham Hill. Twee ronden later ging hij naar de pit, waar onder andere Pedro Rodriguez stond. Deze had problemen met de brandstofverstuiving. Ze moesten beiden de strijd staken, maar ze waren lang niet de enigen die deze race al hadden verlaten. Ludovico Scarfiotti reed amper twee ronden toen er een waterleiding doorbrak. Scarfiotti verbrandde zich lelijk aan het hete water en moest zelfs afgevoerd worden naar het hospitaal. Ook Dave Charlton, Brian Redman en Mike Spence hadden al opgegeven en ze kregen in de 14e ronde het gezelschap van Andrea de Adamich. Zijn debuut eindigde na een spin in de vangrails. Zijn teammaat bij Ferrari, Jacky Ickx, reed op dat moment op een zevende plaats net voor Denny Hulme en Dan Gurney.

n° 1 - Denny Hulme - McLaren M5A

Jim Clark was duidelijk in optimale conditie en reed elke ronde wat verder weg van Jackie Stewart. Na 20 ronden bedroeg het verschil al 15 seconden. Graham Hill reed met een achterstand van 4 seconden op de Schot, op een derde plaats. Hij kwam wel korter en in de 27e ronde nam hij de tweede plaats over. Gedurende 25 minuten reed Jackie Stewart vlak achter Graham Hill, loerend op elk klein foutje om daar gebruik van te kunnen maken. Alle andere deelnemers lagen al ver verspreid over de omloop. In de 44e ronde brak er echter plots iets af op de Ford-Cosworth motor van Jackie Stewart. Zijn mooie debuutrace voor Matra zat er op, al had het team al wel laten zien dat er met hun rekening diende gehouden te worden. Ondertussen had Jim Clark al 23 seconden voorsprong op Graham Hill. Jochen Rindt werd, na de opgave van Stewart, derde, met een achterstand van 17 seconden op Hill. 30 seconden later volgde Chris Amon. Hij was de laatste coureur die nog niet gedubbeld was. John Surtees was ondertussen achteruitgeslagen doordat zijn vizier moest vervangen worden. Later moest hij nog een pitstop maken doordat hij problemen had met het brandstofinjectiesysteem. Er was nu voor de toeschouwers geen enkel duel meer te zien op de baan. Het kwam er voor de rijders op aan om hun wagen heelhuids aan de finish te krijgen. Maar zelfs dat was voor sommige nog een groot probleem. Jo Bonnier was namelijk de volgende opgever in de lange rij. Nadat hij vroeger in de race al eens een wiel had verloren, stond hij in de 46e ronde in de pit met een oververhitte motor. In de 52e ronde brak er een olieleiding op de Ferrari van Jacky Ickx. Daardoor schoof Denny Hulme op naar een vijfde plaats en Dan Gurney naar een zesde. Lang kon de Amerikaan daar echter niet van genieten want in de 58e ronde moest ook hij met een olielek naar de kant.

Tijdens de laatste 20 ronden viel er niet veel meer te beleven. Enkel Chris Amon maakte 2 ronden voor het einde nog een onverwachte extra pitstop om te tanken. Hij kon echter zijn vierde plaats behouden achter Jim Clark, Graham Hill en Jochen Rindt. Denny Hulme eindigde vijfde en Jean Pierre Beltoise veroverde zijn eerste WK punt door als zesde te eindigen. Jim Clark won dus op erg overtuigende manier deze eerste Grand Prix. Hij had nu al 25 GP zeges op zijn naam staan. Het bleek zijn laatste zege geweest te zijn want enkele maanden later verongelukte hij op de Hockenheimring.

In de stand voor het wereldkampioenschap nam Jim Clark uiteraard de leiding met 9 punten. Tweede stond Graham Hill met 6 voor Jochen Rindt met 4 en Chris Amon met 3 punten. Bij de constructeurs had Lotus/Ford 9 punten, Brabham/Repco 4, Ferrari 3 en McLaren/BRM 2 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics