
|
n°
7 - John Surtees - Honda RA301 |
Na een onderbreking van 14 jaar kwam de Grand Prix van Spanje terug op de kalender van het Formule 1 wereldkampioenschap te staan. De wedstrijd had plaats op het bochtige circuit van Jarama, gelegen ten noorden van Madrid. Naar de normen van de Formule 1 was het deelnemersveld erg beperkt. Maar dat had zo zijn redenen. Het Gold Leaf Team Lotus was nog aan het bekomen van het tragische verlies van Jim Clark en bij BRM was net Mike Spence verongelukt tijdens een trainingsongeval in een Lotus op het circuit van Indianapolis. Ook Jackie Stewart was niet van de partij. Hij had zijn pols gebroken tijdens een Formule 2 wedstrijd. Omdat de V12 motor van Matra nog niet klaar was, mocht Jean Pierre Beltoise met de wagen van Jackie Stewart rijden. De volgende teams waren toch aanwezig in Spanje: McLaren, Brabham, BRM, Matra, Honda, Lotus, Cooper en Ferrari. Van privé-zijden noteerden we de inschrijving van de teams van Reg Parnell en Rob Walker.
Een paar dagen voor het begin van de trainingen had de GPDA (Grand Prix Drivers Association) ermee gedreigd om de race te boycotten als er niet iets gedaan zou worden aan de vele onveilige punten op het circuit. De vangrails waren te hoog, en lagen te veel kiezeltjes op de baan en de rubberen kegels die de baan afbakenden betekenden ook al gevaar. De organisatoren deden er alles aan wat in hun macht lag om aan de eisen tegemoet te komen. Het bleek voldoende want op vrijdagmorgen begon iedereen, op uitzondering van het team van Brabham, maar die hun transportwagen was nog niet gearriveerd, aan de trainingen. Denny Hulme en Bruce McLaren zagen het helemaal zitten voor deze race. Hun nieuwe M7A had vorige maand indruk gemaakt tijdens de Internationale Trophy in Silverstone. Ze eindigden daar op de eerste twee plaatsen. Het was echter Pedro Rodriguez die iedereen verraste tijdens het eerste anderhalf uur. Hij reed in zijn P133 een ronde in 1’28,1”. Graham Hill eindigde op 0,3” en dan volgden de twee McLarens rijders. Zelfs na de volgende training van een uur bleef de tijd van de Mexicaan bovenaan staan. Denny Hulme en Chris Amon eindigde beiden op 1’28,3” gevolgd door Bruce McLaren in 1’28,6” en John Surtees, in de nieuwe Honda RA301, in 1’28,8”.
Op zaterdagnamiddag verscheen ook de nieuwe Brabham BT26 op de baan. Maar voor Jack Brabham ook maar één snelle ronde had kunnen rijden, blies hij de V8 Repco motor op. Vermits het team geen reservemotor ter beschikking had, moest hij de race als toeschouwer volgen. Ook Bruce McLaren had hierdoor de nodige kopzorgen opgelopen. Hij spinde op de olie, achtergelaten door de Brabham BT26 en vloog in de vangrails. De voorkant van zijn wagen werd hierbij zwaar beschadigd. Gelukkig had hij voor dit ongeval al 1’28,3” gereden. Daardoor mocht hij, samen met Jean Pierre Beltoise, op de tweede rij starten. Op de eerste rij stonden Chris Amon, Pedro Rodriguez en Denny Hulme. De Ferrari coureur reed in de laatste minuten een tijd van 1’27,9”, wat meteen goed was voor de pole positie.
In de loop van de nacht werd de wagen van Bruce McLaren hersteld en werd de motor van Jochen Rindt, die oververhit was geraakt, vervangen door een ‘oudere’ Repco motor. Zo stonden er op zondag toch nog 13 coureurs aan de start. Aan de wagen van Jochen Rindt werd tot op het laatste moment, aan de zijkant van de baan, gewerkt. Als gevolg daarvan was hij als allerlaatste weg. Ondertussen reed Pedro Rodriguez aan de leiding. De BRM kon 11 ronden lang Jean Pierre Beltoise en Chris Amon afhouden. Dan, bij het begin van de 12e ronde, ging Jean Pierre Beltoise aan het einde van het rechte stuk, bij het aanremmen voor ‘Novolari’ binnendoor naar de leiding. Niet dat Pedro Rodriguez dat erg vond, want uit de Ford-Cosworth motor van de Fransman kwam al een hele tijd een onheilspellende rookpluim. De Mexicaan was minder tevreden dat een ronde later Chris Amon net hetzelfde deed. Ondertussen had Graham Hill Denny Hulme gepasseerd en nam zo de vierde plaats over. Hij had eerder in de race ook al Bruce McLaren en John Surtees gepasseerd. Jochen Rindt had dan weer de race in de 11e ronde verlaten omdat hij geen oliedruk meer had. Jacky Ickx hield het amper drie ronden langer uit. Op zijn Ferrari was het ontstekingsmechanisme defect gegaan. Jean Pierre Beltoise moest de leiding overlaten aan Chris Amon toen zijn team hem naar de pit riep voor een controle van zijn rokende Ford-Cosworth motor. Er werd een lek rond de oliefilter gevonden. Deze werd wat vaster aangedraaid en al vrij snel vertrok Jean Pierre Beltoise terug voor het vervolg van zijn race. Maar twee ronden later stond hij terug in de pit.Deze keer werd en een afdichtingsring vervangen, maar daardoor verloor hij wel meer dan 10 minuten in de pit. Ondertussen probeerde Pedro Rodriguez de leiding van Chris Amon terug af te snoepen. Net toen Jean Pierre Beltoise terug op de baan verscheen, blokkeerde de Mexicaan zijn wielen in één van de vele bochten. Hij spinde in de veiligheidshekkens waardoor zijn twee voorwielen van de wagen werden gerukt. Zelf hield hij er gelukkig niets aan over. Graham Hill reed nu op de tweede positie met een achterstand van amper 7 seconden van Chris Amon. Zelf had hij vier seconden voorsprong op Denny Hulme. Op de vierde plaats reed John Surtees, gevolgd door Bruce McLaren. Dan, op bijna één ronde, volgden de twee Coopers van Ludovico Scarfiotti en Brian Redman. Deze laatste hadden net Jo Siffert gepasseerd, toen die de pit moest opzoeken met een brandstoflek. Achteraan reden, met verschillende ronden achterstand, Piers Courage en Jean Pierre Beltoise. Net als Jean Pierre Beltoise had ook Piers Courage immers een lange pitstop achter de rug.

|
n°
10 - Graham Hill - Lotus 49
|
Halfweg had Chris Amon 15” voorsprong. Hij reed ongeveer 1 seconden per ronde sneller dan Graham Hill. Dit bleef zo tot de 58e ronde, toen de brandstofpomp op de Ferrari stuk ging. De ongelukkige Nieuw-Zeelander zag Graham Hill de leiding overnemen. Toen ook Piers Courage op de baan nog tot stilstand kwam, bleven er maar acht wagens meer in de wedstrijd over. Desondanks zorgde Denny Hulme er voor dat de toeschouwers op het puntje van hun stoel de race bleven volgen. Hij reed het kleine gaatje dat hem scheidde van Graham Hill dicht en ging over tot de aanval op de leidende positie van Hill. 12 ronden lang zocht Denny Hulme naar een gaatje om Graham Hill te passeren. Tevergeefs! Toen hij de 2e versnelling verloor op zijn McLaren, moest hij uiteindelijk Graham Hill naar de overwinning laten rijden. Deze won met bijna 16 seconden voorsprong op Denny Hulme. Ondertussen hadden zowel John Surtees (versnellingsbak stuk) als Bruce McLaren (een olielek) de race nog moeten verlaten. Daardoor werden de twee Coopers, die de ganse race in elkaars buurt hadden gereden, derde en vierde. Brian Redman eindigde wel voor Ludovico Scarfiotti. Ook Jo Siffert had nog opgegeven, zodat Jean Pierre Beltoise alsnog vijfde werd, omdat er niet meer wagens de finish bereikten.
In de stand voor het wereldkampioenschap had Graham Hill nu 15 punten. Tweede stond Jim Clark met 9 punten voor Denny Hulme met 8 punten. Bij de constructeurs had Lotus/Ford nog steeds het maximum van 18 punten. Tweede stond McLaren/Ford met 6 punten voor Cooper/BRM en Brabham/Repco met 4 punten.
|