
|
n°
1 - Jean Pierre Beltoise - Matra MS10 |
De herpositionering en versmalling van de chicane samen met het reduceren van het normale aantal ronden van 100 naar 80 waren de grootste wijzigingen voor deze wedstrijd. Beide wijzigingen werden ingegeven door het fatale ongeval van Lorenzo Bandini vorig seizoen. Daardoor bleef het team van Ferrari trouwens dit jaar afwezig. Zelfs zonder Ferrari waren er echter nog steeds 18 inschrijvingen. 10 coureurs kregen een startplaats gegarandeerd. De andere 8 coureurs moesten dus knokken voor de overige 6 plaatsen. De volgende teams waren ingeschreven: Matra, Brabham, Cooper, Honda, Lotus, McLaren en Eagle. Van privé-zijde waren Reg Parell, Rob Walker, Jo Bonnier, Matra International en Charles Vogele ingeschreven. Bij de ingeschreven coureurs waren enkele nieuwe gezichten zoals Jackie Oliver (die Hill als teammaat had) en Johnny Servoz-Gavin (die Stewart verving, omdat die nog steeds te veel last had van zijn pols). Ook bij andere teams vielen er nog verschuivingen te noteren. Zo reed bij BRM nu Richard Attwood en bij Cooper verving Lucien Bianchi Brian Redman, die zich concentreerde op de 1000 km van Spa.
Op de donderdag was het mooi weer in Monte Carlo. Heel wat coureurs hadden echter problemen met hun transmissie, omdat deze blijkbaar niet bestand was tegen het vele en snelle optrekken na de trage bochten. De grootste slachtoffers waren Ludovico Scarfiotti, Jo Siffert en John Surtees. Ook bij Dan Gurney liep alles niet van een leien dakje. Hij was hier voor het eerst aanwezig met zijn eigen V12 Eagle motor. Maar tijdens de eerste training blies hij er al een exemplaar van op. Een andere motor die hier zijn debuut maakte, was de Matra V12. Een coureur die geen problemen kende tijdens deze eerste training was Graham Hill in zijn nieuwe Lotus 49B. Deze was vooraan uitgerust met vleugels en had een wigvormig achtereinde. Hij eindigde de training als eerste met een tijd van 1’28,9”. De enige coureur die in de buurt kwam was Jochen Rindt, die 1’29,7” reed.
Op vrijdag was de situatie nagenoeg ongewijzigd. Graham Hill bleef de snelste met een tijd van 1’28,2”. Ook Jochen Rindt verbeterde zijn tijd tot 1’29,2”. Deze laatste werd echter nog geklopt door Johnny Servoz-Gavin die een bewonderenswaardige 1’28,8” reed. Jo Siffert reed later op de training even snel. Dan volgde John Surtees met een tijd van 1’29,1”. Ook nu hadden er verschillende coureurs mechanische problemen. Bruce McLaren en Jackie Oliver braken hun aandrijfriem en bij Jo Siffert was het de aandrijfas die het begaf.
Tijdens de laatste training waren de tijden over het algemeen trager dan tijdens de vorige trainingen. Dit had vooral te maken met de miezerige omstandigheden waarin deze training moest verreden worden. Daardoor vielen er maar weinig veranderingen aan de startopstelling te noteren. Bruce McLaren verbeterde zich toch tot een zevende plaats met een tijd van 1’29,6”. Twee andere coureurs die hun tijd wisten te verbeteren, waren Lucien Bianchi en Jo Bonnier. Voor Lucien Bianchi was de tijd van 1’31,9” voldoende voor de kwalificatie terwijl Jo Bonnier samen met Silvio Moser de twee niet gekwalificeerden waren.
Op zondag was het opnieuw warm en zonnig in Monte Carlo toen Louis Chiron de start gaf. Johnny Servoz-Gavin nam de beste start en reed aan de leiding na de bocht van St.Devote, de heuvel naar het Casino op. De jonge Fransman reed nog steeds op kop toen hij uit de tunnel kwam. Hij raakte een afbakening van de chicane, maar kwam toch als eerste door na één volledige ronde. Twee seconden later volgden Graham Hill, Jo Siffert, John Surtees en Jochen Rindt. Twee wagens waren er al niet meer bij. Bruce McLaren spinde in de tunnel, raakte de vangrail waarbij hij de voorwielophanging beschadigde. Jackie Oliver kon hem niet meer ontwijken en knalde op de McLaren, waardoor ook hij de race moest verlaten. De volgende die de race moest verlaten, was de leider. In de 4e ronde begaf zijn aandrijfas het op de Matra. Daardoor nam Graham Hill de leiding over, net voor Jo Siffert, John Surtees en Jochen Rindt. Maar er gebeurde nog veel meer tijdens deze race. In de 8e ronde zakte Jack Brabham door zijn achterwielophanging waardoor ook hij de race moest verlaten. In de volgende ronde, bij Mirabeau, raakte Jochen Rindt de vangrail in een poging om John Surtees in te halen. Ook voor hem zat de race er op. Dan Gurney gaf dan weer in de pit op. In de 10e ronde had zijn Eagle motor het nog maar eens begeven. In de 12e ronde viel dan weer Jo Siffert uit. Bij hem begaf het differentieel het op zijn Lotus/Ford. Ook Jean Pierre Beltoise moest de race verlaten nadat hij tijdens het remmen bruusk over een curbstone was gevlogen en daarbij zijn voorwielophanging had verbogen. Ook Piers Courage moest even later de race verlaten doordat zijn chassis was beschadigd. Het was bijna ongelooflijk, al die opgaves. Toen in de 17e ronde ook John Surtees uitviel met een gebroken versnellingsbak, bleven er amper 5 coureurs over in de race. Pedro Rodriguez was net immers nog gecrasht op bijna identiek dezelfde plaats als Jochen Rindt. De volgorde in de race was toen: Graham Hill, Richard Attwood, Denny Hulme, Ludovico Scarfiotti en op één ronde Lucien Bianchi.

|
n°
9 - Graham Hill - Lotus 49B
|
Halfweg was de volgorde in de race nog steeds dezelfde. Alleen de knappe racestijl van zowel Graham Hill als Richard Attwood weerhielden de toeschouwers er van om in te dommelen. De onderlinge afstand tussen de twee leiders bedroeg nooit meer dan 4 seconden. In de 42e ronde werd Denny Hulme gedubbeld en twee ronden later stond hij voor meer dan 10 minuten in de pit voor een herstelling. Ondertussen had Lucien Bianchi Ludovico Scarfiotti weten te passeren. Deze laatste had zijn voorwiel beschadigd in de chicane en moest dat laten vervangen in de pit. Hiermee eindigde het drama in de race. Richard Attwood bleef Graham Hill opjagen tot de laatste ronde. Na de snelste raceronde, gereden tijdens de laatste ronde, eindigde hij op amper 2 seconden van Graham Hill. Met niet minder dan vier ronden achterstand werd Lucien Bianchi derde en Ludovico Scarfiotti vierde. Denny Hulme, die alles uit de kast had moeten halen om nog niet eens gedubbeld te worden, werd uiteindelijk vijfde. Met een ronde extra achterstand zou hij niet opgenomen geweest zijn in de eindstand.
Helaas bleek dit naderhand de laatste Grand Prix van Ludovico Scarfiotti te zijn geweest. Tijdens de trainingen voor een klimwedstrijd in Rossfeld verongelukte hij dodelijk.
In de stand voor het wereldkampioenschap had Graham Hill nu al 24 punten. Op de tweede plaats stond Denny Hulme met 10, gevolgd door Jim Clark met 9 en Richard Attwood met 6 punten. Bij de constructeurs bleef Lotus/Ford aan de leiding staan met het maximum van 27 punten. Ze werden gevolgd door McLaren/Ford en Cooper/BRM met ieder 8 punten. Op de vierde plaats stond BRM met 6 punten.
|