GRAND PRIX VAN GROOT-BRITTANNIË 1968

RAC British Grand Prix 

GBR

VERSLAG VAN DE RACE

Grand Prix van Groot-Brittannië 1968

De start

Voor de zevende ronde in het kampioenschap schreven er zich 20 coureurs in. Deze waren verdeeld over de teams van McLaren, Brabham, Ferrari, Honda, Lotus, BRM, Matra, Cooper en Eagle. Van de kant van de privé-teams waren zoals gewoonlijk weer de teams van Matra International, Charles Vogele, Rob Walker, Reg Parnell en Jo Bonnier aanwezig.

Het kampioenschap was halfweg en in de stand voor het wereldkampioenschap stond Jacky Ickx, samen met Jackie Stewart, op een gedeelde tweede plaats. Ondanks dat Graham Hill in de laatste drie races geen punt meer had gescoord, stond hij toch nog steeds aan de leiding met 24 punten. Tijdens de eerste training, op donderdag, was Graham Hill er van overtuigd dat hij aan die zwarte serie een einde zou maken op het circuit van Brands Hatch. Lange tijd was hij de enige coureur die onder de 1’30” grens dook. Uiteindelijk klokte hij af op 1’29,5”. Chris Amon werd tweede met een tijd van 1’29,8”. Jackie Oliver reed een prachtige 1’29,9”. Hij deed dat trouwens in een oudere Lotus 49, die het team had teruggekocht van Rob Walker. Deze had inmiddels de beschikking over een nieuwere Lotus 49B. Aan het stuur van die wagen zat Jo Siffert. De enige nieuwkomer in Groot-Brittannië was trouwens Robin Widdows. Hij reed in de tweede Cooper. Zijn training eindigde al snel toen zijn BRM motor het begaf. Ook Jack Brabham stond meer in de pit dan hem lief was. Zijn teamgenoot Jochen Rindt was niet tevreden over de werking van de remmen en reed ook geen deftige tijd op deze eerste trainingsdag.

Na nog een uur trainen op donderdagnamiddag, vielen er nauwelijks verschuivingen te noteren. Dan Gurney rukte wel op naar de vierde plaats met een tijd van 1’30,0”. Kort na hem volgden de 2 McLarens met een tijd van 1’30,4”. Robin Widdows en Jack Brabham kwamen deze namiddag zelfs helemaal niet in actie net als Richard Attwood trouwens. Deze had daar wel een andere reden voor. Toen een mecanicien zijn wagen binnen het circuit wou brengen en dat al rijdende wou toen, ramde hij de toegangspoort. Gelukkig kon de schade aan de wagen tegen de volgende dag nog hersteld worden zodat Richard Attwood tijdens de afsluitende twee uur durende training alsnog aanwezig was. Ook de Cooper van Widdows, met nieuwe BRM motor, en Jack Brabham waren er deze training bij. De pole positie werd overigens beloond met een extra prijs van 100 flessen champagne. Niet dat er veel twijfel over bestond over wie deze prijs ging winnen! Chris Amon bleef de grootste belager van Graham Hill, maar eens de Lotus coureur een ronde reed in 1’28,9” was het voor iedereen duidelijk. Chris Amon reed 1’29,5”. Maar toen Jackie Oliver 1’29,4” reed, was men bij het team van Lotus in de wolken. Alleen Jo Siffert en Jochen Rindt reden nog een ronde onder de 1’30”. Slechts twee coureurs konden op de laatste training hun tijd niet verbeteren, namelijk Dan Gurney en Denny Hulme. Ze hadden dan ook alle twee af te rekenen met mechanische problemen.

Voor de derde opeenvolgende race begon het net voor de start te regenen. Gelukkig zette de regen zich deze keer niet door. De motor van Vic Elford weigerde te starten en Dan Gurney liet zijn motor afslaan bij de start. Jackie Oliver had de beste start genomen en reed de eerste drie ronden op kop ondanks dat er zich achter zijn wagen een enorme rookpluim zich ontwikkelde. Achter Oliver reden Graham Hill, Jo Siffert, Chris Amon, Jackie Stewart en John Surtees. In de 4e ronde nam Graham Hill de leiding over. In de volgende 23e ronden viel alleen de positiewissel (in de 13e ronde) van John Surtees en Jackie Stewart te noteren. En dan, geheel onverwacht, reed Graham Hill in de 27e ronde de pit in. Zijn achterwiel stond wat naar binnen gedraaid. De achterwielophanging had het net als de aandrijfas begeven. De hoop van Lotus lag nu op de schouders van hun ‘nieuwe’ coureur, Jackie Oliver. In zijn wiel reden Jo Siffert en Chris Amon. Op 15 seconden reed John Surtees op de vierde plaats gevolgd door Jacky Ickx, Denny Hulme en Jackie Stewart. Jacky Ickx en Denny Hulme hadden kunnen profiteren van de verkeerde bandenkeuze van Bruce McLaren, Jochen Rindt en Pedro Rodriguez.

n° 11 - Richard Attwood - BRM P126

Halfweg had Jackie Oliver al 10 seconden voorsprong op Chris Amon, die deze ronde net voorbij Jo Siffert was gereden. John Surtees was ondertussen gepasseerd door Jacky Ickx. In de 44e ronde ging ook Denny Hulme voorbij de Honda. Plots stokte het tempo bij Oliver vooraan echter. Er bleek een probleem met de transmissie te zijn waardoor hij van op de leidende positie de race moest verlaten. Jo Siffert, die net terug voorbij Chris Amon was gegaan, nam de leiding over. Vanaf dat moment was er een hevig duel, met als inzet de GP zege, tussen de twee aan de gang. De kansen op een overwinning voor Chris Amon werden een heel stuk kleiner toen hij last kreeg van een versleten linker achterwiel. Uiteindelijk won Jo Siffert met bijna 5 seconden voorsprong op Chris Amon. Jacky Ickx werd derde voor Denny Hulme, John Surtees en Jackie Stewart. Het was de eerste zege voor het team van Rob Walker sinds 1961. 

In de stand voor het wereldkampioenschap had Graham Hill nog steeds 24 punten. Zijn voorsprong was echter geslonken tot 4 punten op Jacky Ickx. Derde stond Jackie Stewart met 17 punten voor Denny Hulme met 15 punten. Bij de constructeurs had Lotus/Ford nu al 38 punten. Tweede stond Ferrari met 25 voor McLaren/Ford met 22 en Matra/Ford met 20 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics