GRAND PRIX VAN DUITSLAND 1968

XXX Grosser Preis von Deutschland 

Grand Prix d'Europe 

GER

VERSLAG VAN DE RACE

n° 5 - Jochen Rindt - Brabham BT26

In totaal passeerden er 21 coureurs aan de inschrijvingstafel voor de Grand Prix van Duitsland 1968. Deze waren verdeeld over de teams van McLaren, Lotus, Brabham, Matra, Honda, Ferrari, BRM, Eagle, Lola en Cooper. Van privé-zijde waren de teams van Matra International, Rob Walker, Reg Parnell en Charles Vogele aanwezig. Een verrassende inschrijving was deze van het fabrieksteam van BMW die de race ging rijden met de ‘oude’ Lola’ en aan het stuur Hubert Hahne.

Al vanaf het moment dat het F1-circus op de Nürburgring aankwam, was het weer er enorm slecht. Niet alleen viel de regen met bakken uit de lucht, het was er bovendien erg mistig. Ondanks het feit dat de eerste training, zoals voorzien, begon op vrijdagmiddag, waren er niet veel coureurs die een ronde op het 22,835 km lange circuit reden. Uiteindelijk gingen de meesten, op het einde van de training, toch eens een kijkje nemen. Amper 6 coureurs slaagden er in om onder de 10 minuten grens te blijven. Deze waren in volgorde: Jacky Ickx, Chris Amon, Jochen Rindt, Graham Hill, Vic Elford en John Surtees. De Belg reed helemaal op het einde zijn beste ronde in 9’04,0”.

Dit waren natuurlijk geen toptijden op dit circuit, maar op zaterdag was het weer zo mogelijk nog slechter. De trainingen werden gewoonweg afgelast. Op zondag was er dan een extra trainingssessie gepland, maar ook nu zat het weer niet mee. Er was maar één extra coureur die onder de grens van de 10 minuten geraakte. Het was de Schot Jackie Stewart die 9’54,2” deed over één ronde. Ondanks al het slechte weer was er toch maar één ongeval gebeurd. Jackie Oliver spinde op zondagmorgen van de baan en beschadigde zowel zijn voorwiel- als zijn achterwielophanging van zijn Lotus 49B. De mecaniciens konden, gelukkig voor Oliver, zijn wagen nog net op tijd voor de race herstellen.

Na de middag was het al duidelijk dat het weer er ook voor de race niet beter op werd. De eerste maatregel die door de organisatoren werd genomen, uit veiligheidsoverwegingen, was om de gebruikelijke 4-3-4 grid te vervangen door de 3-2-3 grid. Er was zelfs sprake van om de race helemaal af te gelasten, maar uiteindelijk gingen, met een uur vertraging, de 20 coureurs toch van start. De twee Ferrari’s namen een wat aarzelende start en daarvan maakte Graham Hill, van op de tweede rij, gebruik om tussen de twee Ferrari’ s naar de kop te sprinten. Het leek net wel een powerboatrace, zo veel water lag er op de baan. Graham Hill reed erg voorzichtig in South Curve voor Chris Amon, Jochen Rindt, Jackie Stewart, John Surtees en Dan Gurney. De Matra van Stewart was als enige uitgerust met de ‘super wets’ van Dunlop. Binnen de eerste halve ronde was hij al opgerukt naar de tweede plaats en voor het einde van de eerste ronde had hij de leiding van Graham Hill overgenomen. Vic Elford was de enige coureur die tijdens de eerste ronde van de baan was gevlogen. Hijzelf was gelukkig ongedeerd, iets wat men niet kon zeggen van zijn Cooper. Na één volledige ronde had Jackie Stewart maar liefst 9 volle seconden voorsprong op Graham Hill, Chris Amon, Jochen Rindt, Dan Gurney, Jacky Ickx en de rest van het veld. John Surtees ging op het einde van die eerste ronde naar de pit, doordat zijn Honda problemen had met de ontsteking.

Op het einde van de tweede ronde had Jackie Stewart zijn voorsprong al uitgebreid tot 34 seconden op Graham Hill. Vlak daarachter reed Chris Amon. Er stond werkelijk geen maat op de Schot die na vier ronden al meer dan één minuut voorsprong telde. Voor de tweede plaats was er nog steeds dat gevecht tussen Hill en Amon. Zeven seconden verder volgden Jochen Rindt en Jacky Ickx. Gurney, was teruggevallen omdat hij in de 3e ronde gepasseerd was door Jacky Ickx. Later had hij nog een klein uitstapje gemaakt, waardoor hij was lek gereden en eerst de pit een keertje moest bezoeken. Daardoor had Jack Brabham de zesde plaats nu overgenomen.

Jackie Stewart reed de race van zijn leven. Net zoals in Zandvoort domineerde hij de race van begin tot einde. Halfweg had hij al anderhalve minuut voorsprong op Graham Hill en Chris Amon. Jochen Rindt volgde op een veilige vierde plaats want Jacky Ickx was in de zesde ronde gespind in de North Curve. Zijn achterstand op Rindt was daardoor opgelopen tot ongeveer 12 seconden. Dit gat werd nog groter toen Jacky Ickx ook nog twee pitstops moest maken om telkens zijn vizier te laten vervangen. Ondertussen had Jo Siffert opgegeven met ontstekingsproblemen. Ook Lucien Bianchi, die een lekkende brandstoftank had, en John Surtees gaven de strijd op.

n° 6 - Jackie Stewart - Matra MS10

In de 9e ronde bleven er nog 15 coureurs over in de race doordat Jean Pierre Beltoise in de ‘Hohe Acht’ van de baan ging. Drie ronden later spinde Amon in de ‘North Curve’ van de baan. Hij was een hele race op jacht geweest naar Graham Hill en had hem geen enkele keer kunnen passeren. Ook de tweede plaats leek nu zeker tot Graham Hill in dezelfde ronde ook spinde en zijn motor liet afslaan. Hij verloor meer dan één minuut, maar slaagde er uiteindelijk toch in om zijn motor weer aan de praat te krijgen. Dit alles zorgde er voor dat Jochen Rindt, bij het ingaan van de laatste ronde, vlak achter Graham Hill reed. Maar deze was meester van de situatie en zo kon hij de Oostenrijker opnieuw afschudden. Ondertussen won Jackie Stewart met meer dan 4 minuten deze race. Tweede werd Graham Hill voor Jochen Rindt, Jacky Ickx, Jack Brabham en Pedro Rodriguez.

In de stand voor het wereldkampioenschap was er nog niets beslist. Graham Hill had nu 30 punten voor Jackie Stewart met 26, Jacky Ickx met 23 en Denny Hulme met 15. Bij de constructeurs had Lotus/Ford nu al 44 punten. Tweede stond Matra/Ford met 29 voor Ferrari met 28 en McLaren/Ford met 22.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics