
|
Grand
Prix van Italië 1968 - De startgrid |
De inschrijvingslijst van de Grand Prix van Italië was één van de beste, kwalitatief en kwantitatief, die men dit seizoen bij een wedstrijd te zien kreeg. Onder de coureurs bevonden zich immers ook twee Amerikaanse toppers. Mario Andretti reed in een derde Lotus en Bobby Unser nam de plaats in van Richard Attwood, die door zijn werkgever BRM, was ontslagen. Ook bij Ferrari werd er, voor hun thuiswedstrijd, een derde wagen ingezet. Deze werd ‘bemand’ door Derek Bell, die meteen ook zijn Formule 1 debuut maakte. Ook bij Honda viel er een debutant te vieren. In de 2e wagen kreeg, naast John Surtees, David Hobbs de kans zich te bewijzen. Voor de rest was de samenstelling van de inschrijvingslijst bijna gelijk aan deze van vorige race. Zoals heel het seizoen waren de teams van Ferrari, BRM, Cooper, Brabham, McLaren, Matra, Honda, Lotus en Eagle ingeschreven. Van de privé-teams waren Jo Bonnier, Matra International, Charles Vogele, Rob Walker, Reg Parnell en Bernard White aanwezig. De meeste teams hadden aan hun wagens vooral wijzigingen aan de aërodynamische hulpmiddelen, lees vleugels , aangebracht. Deze branche draaide nu op volle toeren. Vanaf de eerste training, op vrijdag om 15.00 uur, was het dan ook erg druk op de baan.
De eerste twee coureurs die op de baan verschenen, waren de debuterende Amerikanen. Ze reden trouwens op zaterdag alle twee nog mee in de ‘American Hoosier 100’. Ze moesten dus zo snel mogelijk een tijd neerzetten en dan naar Amerika terugvliegen om op zondag terug te keren voor de race. Mario Andretti was de snelste met een tijd van 1’27,20” terwijl Bobby Unser 1’30,56” reed. Het bleek echter allemaal zinloos te zijn geweest, want beide werden gediskwalificeerd. Er bestond namelijk een reglement bij de C.S.I. dat het aan deelnemers aan een Grand Prix verbood om 24 uur voor die wedstrijd deel te nemen aan welke andere wedstrijd dan ook. De 22 andere coureurs kenden deze zorgen niet. Het enige waar ze rekening moesten mee houden, was het feit dat enkele de 20 snelsten zouden gekwalificeerd zijn voor de race.
Bij het vorderen van de namiddag werd het duidelijk dat de drie Ferrari’s erg snel waren op hun thuiscircuit. De concurrentie kwam vooral van John Surtees, die in zijn Honda een 1’26,1” reed. Daarachter volgden Graham Hill met 1’26,57”. Hij was één van de zes coureurs die erg dicht bij elkaar eindigden. De anderen vijf waren, in volgorde, Denny Hulme, Jacky Ickx, Chris Amon, Jo Siffert en Derek Bell.
Ook op zaterdag was John Surtees de snelste. Doordat de coureurs heel veel gebruik maakten van elkaars slipstream, waren de eerste negen coureurs amper gescheiden door één seconde. Achteraan konden Frank Gardner en Silvio Moser zich niet kwalificeren. Vic Elford, die ondanks een crash in zijn Cooper, het net haalde, blies daarna in zijn reserve Cooper zijn BRM motor nog op. Ook bij de teams van Brabham, BRM en Lotus konden de mecaniciens aan de slag , want allen hadden eveneens een motor te vervangen.
In de nacht van zaterdag op zondag had het nog geregend, maar gelukkig was het op zondag opnieuw zonnig en warm. De start was bovendien perfect. John Surtees nam direct de leiding in handen, maar voor het einde van de eerste ronde werd hij al gepasseerd door Bruce McLaren, die dan ook als eerste aan de streep verscheen. Dan volgden Graham Hill, John Surtees, Chris Amon, Jackie Stewart, Jo Siffert, Denny Hulme, Jacky Ickx en de rest van het veld. In de 3e ronde schoof Jackie Stewart naar de tweede plaats. Graham Hill viel ook nog terug tot achter John Surtees. Het was inmiddels al duidelijk dat er een slipstreamgevecht aan de gang was en dat er daardoor erg veel positiewissels zouden te zien zijn. Het duurde niet lang voor de eerste opgever een feit was. Vic Elford crashte op precies dezelfde plaats als tijdens de training. Twee ronden later stopte Derek Bell in de pit met problemen aan het brandstofsysteem van zijn Ferrari. Ondertussen was Chris Amon opgerukt naar een tweede plaats, maar in de 9e ronde spinde hij in de vangrails bij ‘Lesmo’. Zijn Ferrari werd daarbij serieus beschadigd maar zelf bleef hij ongedeerd. Ook John Surtees bleef ongedeerd nadat hij in eerste instantie de spinnende Amon probeerde te ontwijken. Hij belandde daardoor echter zelf in problemen en knalde ook in de vangrails. Hij was helemaal niet blij dat hij de race moest verlaten! Ondertussen bouwde McLaren een kleine voorsprong van 2 seconden uit op Jackie Stewart. Dan volgden Jo Siffert, Graham Hill en Denny Hulme wiel in wiel. De volgende ronde was helaas de laatste voor Graham Hill in deze race. Plots verloor hij op zijn Lotus namelijk een achterwiel!
Het bleef toen een tijdje rustig aan de kop, waar Jackie Stewart, Jo Siffert en Denny Hulme terug net achter Bruce McLaren waren komen postvatten. In een tweede groepje volgden Johnny Servoz-Gavin, Jacky Ickx en Jochen Rindt. In geen van de twee groepjes was er iemand sterk genoeg om er van weg te rijden. Het meeste kilometers op kop reed Denny Hulme, in zijn vleugelloze McLaren.
Halfweg de race vielen er dan weer enkele wijzigingen te noteren. De Repco motor van Jochen Rindt begaf het en Bruce McLaren moest dringend naar de pit, want er zat nog nauwelijks olie in zijn motor. Een ronde later moest hij trouwens opgeven door dit probleem. Ondertussen reden Denny Hulme, Jackie Stewart en Jo Siffert nog steeds wiel in wiel over de baan. Op meer dan een halve minuut volgde Jacky Ickx, die er dan toch in geslaagd was om weg te rijden bij Johnny Servoz-Gavin. Op de zesde plaats volgde dan Jackie Oliver. In de 3e ronde begaf echter zijn transmissie het waardoor er nog amper 10 wagens over het circuit rondreden. De hoge snelheden eisten hun tol en in de 43e ronde was het de beurt aan Jackie Stewart om de opgevers te gaan vergezellen. Met een grote rookpluim begaf zijn Ford motor het. Op het einde van dezelfde ronde had David Hobbs identiek dezelfde problemen met zijn Honda krachtbron, nadat hij de zesde plaats had overgenomen na de opgave van Stewart.

|
n°
26 - Pedro Rodriguez - BRM P138
|
Vooraan bleven ze maar met twee meer over: Denny Hulme en Jo Siffert. Langzaam maar zeker reed Denny Hulme nu echter weg van Jo Siffert. In de 50e ronde bedroeg het verschil al zes seconden. Nu moest Jo Siffert echter al oppassen voor de eventuele terugkeer van Jacky Ickx. Deze reed meer dan een seconden per ronde sneller en in de 59e ronde was het verschil tussen beide coureurs geslonken tot 20 seconden. Maar toen ging Jo Siffert plots de pit in. De ophanging van zijn Lotus bleek stuk en er zat niets anders op dan op te geven. Het publiek vond het fantastisch dat de Belg in de Ferrari nu op de tweede plaats reed. Helaas moest Jacky Ickx twee ronden later een extra stop maken om te tanken. Hij verloor er bijna een volledige minuut. Daardoor kon Johnny Servoz-Gavin nu de tweede plaats overnemen. Jacky Ickx kwam terug op de baan met een ronde achterstand op Denny Hulme. Deze deed het echter al wat kalmer aan zodat Ickx zichzelf al vrij snel kon ontdubbelen. Korte tijd later ging hij ook opnieuw naar de tweede plaats. De Fransman bleef echter Ickx wel volgen in zijn slipstream. In de laatste ronde, in Lesmo, ging Johnny Servoz-Gavin opnieuw voorbij Jacky Ickx. Deze liet zich echter niet zomaar doen en bij het uitkomen van de South Curve’ reed hij weer op de tweede plaats. Toch werd hij met een banddikte geklopt. Zijn brandstofpomp was in de laatste meters beginnen sputteren! Met dit geweldig gevecht, dat tot op de eindstreep duurde, zou men bijna vergeten dan Denny Hulme de race won. Vierde werd Piers Courage voor Jean Pierre Beltoise en Jo Bonnier. Dat waren trouwens de enige zes coureurs die de finish bereikten.
In de stand voor het wereldkampioenschap stond Graham Hill nog steeds op kop met 30 punten. Jacky Ickx had er 27 voor Jackie Stewart met 26 en Denny Hulme met 24. Bij de constructeurs had Lotus/Ford 44 punten voor Matra/Ford met 35, Ferrari 32 en McLaren/Ford met 31 punten.
|