GRAND PRIX VAN CANADA 1968

VIIIth Canadian Grand Prix 

CAN

VERSLAG VAN DE RACE

n° 8 - John Surtees - Honda RA301

Na het succes van de Grand Prix van Canada in 1967, die verreden werd op het circuit van Mosport, stond de wedstrijd ook dit jaar weer op de kalender van het wereldkampioenschap Formule 1. Dit jaar werd de race echter na de Grand Prix van Italië gereden. Dit had vooral tot doel om het heen en weer reizen naar het Amerikaanse continent te beperken. Als locatie werd het kleine, bochtige circuit van Mont-Tremblent uitgekozen. Het was gelegen op zo een 75 km ten noorden van Montréal. Op vraag van de GPDA werden heel wat werken uitgevoerd aan het circuit om het Formule 1 waardig te maken. Enkele van die werken waren: het creëren van bijkomende uitloopzones, het vervangen van de vangrails en het verwijderen van de oneffenheden die zich naast de baan bevonden.

In totaal kwamen er 22 deelnemers opdagen voor deze race. Ze waren verdeeld over de teams van McLaren, Lotus, Brabham, Honda, Ferrari, Matra, BRM, Cooper en Eagle. Van privé zijde waren de volgende teams aanwezig: Rob Walker, Matra International, Jo Bonnier en Reg Parnell. 

Op vrijdag om 13.00 uur begonnen de trainingen. Het duurde echter een hele tijd voordat er iemand in de buurt van het bestaande ronderecord van 1’35,7” kwam. Het was uiteindelijk Chris Amon die deze tijd als eerste verbeterde. Hij kreeg daarna nog het gezelschap van John Surtees, Graham Hill, Jackie Stewart en Jack Brabham. Jacky Ickx van zijn kant mocht van geluk spreken toen zijn gaspedaal bleef open staan net toen hij een snelle rechtse naderde. Hij vloog van de baan en kwam tot stilstand tegen een hek met draad. De Ferrari was zwaar beschadigd en Ickx zelf hield er een gebroken baan aan over. Dit betekende meteen ook het einde van zijn wereldkampioenschapsdromen voor dit seizoen. Toen de training werd hervat, reed Chris Amon weer de snelste tijd met 1’34,7”. Graham Hill benaderde deze tijd tot op 0,1 seconden, maar crashte toen op dezelfde plaats als Jacky Ickx. Gelukkig had zijn wagen niet veel beschadigingen opgelopen en was hij zelf helemaal ongedeerd. Heel wat andere coureurs hadden dan weer af te rekenen met mechanische problemen. Onder hen het koppel van Cooper, Bianchi en Elford. Ook Jean Pierre Beltoise had problemen met zijn Matra. Zowel bij hem als bij Pescarolo (die hier debuteerde in de tweede V12 Matra) waren het vooral versnellingsbakproblemen die hen parten speelden. Pescarolo blies bovendien zijn nieuwe V12 al vrij snel op.

Na een rustige start van de tweede training op zaterdagnamiddag, reed Jo Siffert een tijd van 1’34,5”. Het leek er lang op dat deze tijd voldoende zou zijn voor de pole positie, tot Jochen Rindt een tijd van 1’33,8” reed. Chris Amon probeerde nog alles, evenaarde ook de tijd van Jochen Rindt, maar kon hem niet kloppen. Dan Gurney, die net een nieuwe McLaren M7A had aangeschaft in plaats van zijn Eagle, waar toch geen ontwikkeling meer aan gebeurde, kwam nog kort bij de eerste rij toen hij de tijd van Siffert evenaarde. Ook op zaterdag kenden weer heel wat coureurs problemen. De eerste was Al Paese. Zijn oude Climax motor begaf het in een grote wolk van rook. Zijn mecaniciens konden geen reserveonderdelen of reservemotor vinden en dus werd Al Pease, naast Jacky Ickx, de tweede coureur die niet deelnam aan de race. Bij Matra hadden ze allemaal problemen met de temperatuur van de olie terwijl Hill, Oliver, Brabham en Surtees allen problemen hadden met de achterwielophanging. Dit had vooral te maken met het hobbelige staat van het wegdek op Mont-Tremblant.

Tijdens een korte, niet getimde trainingssessie op zondagvoormiddag, ontdekte men op de drie Lotussen een probleem met de aandrijving. Gelukkig kon het team de nodige herstellingen uitvoeren voor de start van de race. Deze werd, 20 minuten te laat, gegeven door de Canadese Eerste Minister. De wagen van Jo Bonnier wou niet starten en bleef achter op de grid. Hij werd zo snel mogelijk naar de pit geduwd waar de mecaniciens meer dan een uur werkten aan de wagen. Ondertussen reed Chris Amon als leider over de streep na één ronde. Hij werd gevolgd door Jo Siffert, Dan Gurney, Graham Hill, Denny Hulme, Bruce McLaren en de rest van het veld. De volgende ronden reden Chris Amon, Jo Siffert en Jochen Rindt langzaam maar zeker weg van de rest van het veld. Jo Siffert probeerde herhaaldelijk de leiding over te nemen van Amon, wat echter niet lukte. 

Na 20 ronden reden Chris Amon en Jo Siffert nog steeds wiel in wiel over het circuit. Toch hadden ze beiden hun problemen. Op de Ferrari van Chris Amon werden de problemen met de ontkoppeling alsmaar groter en uit de Ford motor van Jo Siffert kwam een blauwe rookpluim. Maar toch hadden ze ondertussen een voorsprong van negen seconden uitgebouwd op Jochen Rindt. Graham Hill volgde op 18 seconden. Hill was in de 14e ronden voorbij Dan Gurney gegaan. Dan volgden Hulme en McLaren, op de zesde en de zevende plaats, terwijl Jack Brabham terug op de achtste plaats reed. Hij was eerst teruggevallen achter John Surtees en Jackie Stewart. Maar John Surtees had opgegeven in de 11e ronde en Jackie Stewart stond nu in de pit voor herstellingswerken aan de voorwielophanging. Hij verloor daardoor trouwens bijna 20 minuten!

Jo Siffert bleef, ondanks alle problemen, de Ferrari onder druk zetten. In de 22e ronde reed hij de snelste raceronde in 1’35,1”. Maar ondanks deze prestatie bleef Chris Amon aan de leiding van de race. In de 29e ronde dwong de rookpluim uit zijn Ford motor Siffert echter naar de pit. Daar constateerde men een olielek, wat meteen ook het einde van zijn race betekende. Enkele ogenblikken later gaf ook Dan Gurney op. Zijn radiator was doorboord met een steen. Ook Jackie Oliver moest de race verlaten. Zijn aandrijfas was afgebroken. Er bleven op dat moment nog 12 coureurs over in de race. In de 40e ronde waren er dat nog 11 toen ook Jochen Rindt zijn motor opblies. Ondertussen had Chris Amon een voorsprong van bijna één minuut op Graham Hill. Dan volgden de twee McLarens en Pedro Rodriguez. Deze vijf waren op dat moment nog de enigen die in dezelfde raceronde reden.

n° 11 - Dan Gurney - McLaren M7A

In de 44e ronde viel Graham Hill plots terug tot achter de twee McLarens. Ook Pedro Rodriguez kwam korter op de Lotus en in de 56e ronde passeerde hij hem ook. Een ronde later liet Hill zijn Lotus nakijken in de pit. Men kon zo direct het probleem voor de trillingen niet vinden en dus werd hij weer op pad gestuurd. Hij reed nu op een zesde plaats, want tijdens zijn pitstop was ook de Fransman Johnny Servoz-Gavin hem gepasseerd. In de 72e ronde spinde deze echter waardoor Hill opnieuw een plaatsje opschoof. Toen een ronde later plots de aandrijving van de leidende Ferrari afbrak, reed Hill plots al terug op de vierde plaats. Denny Hulme kreeg de overwinning in de schoot geworpen. Hij had op het einde zelfs meer dan een ronde voorsprong op de tweede McLarens van Bruce McLaren. Derde werd Pedro Rodriguez voor Graham Hill, Vic Elford en Jackie Stewart. Dat waren trouwens de enige zes coureurs die geklasseerd werden.

In de stand voor het wereldkampioenschap hadden Graham Hill en Denny Hulme nu beiden 33 punten. Dan volgde Jacky Ickx en Jackie Stewart met 27 punten. Bij de constructeurs had Lotus/Ford nu al 47 punten. McLaren/Ford was wel al genaderd tot op 7 punten. Dan volgden Matra/Ford met 36 en Ferrari met 32 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics