
|
Grand
Prix van USA 1968 - De start |
De twee Amerikaanse coureurs, Mario Andretti en Bobby Unser, zouden eindelijk hun Formule1 debuut dan toch maken, nadat ze tijdens de Grand Prix van Italië gediskwalificeerd werden. Net zoals toen reed Mario Andretti in een derde Lotus 49B en reed Bobby Unser in de tweede BRM. Voor de rest was de inschrijvingslijst bijna identiek aan deze van de Grand Prix van Canada. Bij Ferrari werd de onfortuinlijke Jacky Ickx vervangen door Derek Bell.
In totaal waren er 21 coureurs ingeschreven verdeeld over de teams van McLaren, Brabham, Honda, Ferrari, BRM, Lotus, Matra en Cooper. Ook de gebruikelijke privé teams van Matra International, Rob Walker, Jo Bonnier, Reg Parnell. Het team van Dan Gurney (A.A.R) reed ook nu in een aangekochte McLaren M7A.
Het was koud en rustig bij het begin van de eerste training. De coureurs hadden onder deze omstandigheden niet veel goesting om te gaan trainen. Net toen het wat droog werd en de coureurs dan toch op de baan verschenen, crashte Bobby Unser zwaar in de vangrails met zijn BRM. Gelukkig was hij zelf ongedeerd. Jackie Stewart die de keuze had uit 2 Matra’s reed een recordtijd van 1’04,27”. Chris Amon bedreigde hem wel in zijn Ferrari maar moest toch genoegen nemen met 1’04,87”. Jochen Rindt, Denny Hulme, Graham Hill, John Surtees, Dan Gurney en Mario Andretti gingen ook nog allemaal onder het bestaande ronderecord van 1’06,00”.
Op zaterdagnamiddag verraste Mario Andretti vriend en vijand door met een tijd van 1’04,20” de pole positie te veroveren. Jackie Stewart, die mechanische problemen had op zijn Matra, kon niets anders doen dan toezien vanaf de zijkant. Zijn tijd van gisteren was echter nog goed om naast Mario Andretti te mogen starten. Graham Hill slaagde er niet in om de tijd van Jackie Stewart te verbeteren. Hij moest vertrekken van op de tweede rij naast de Ferrari van Chris Amon, die zijn tijd nog kon verbeteren tot 1’04,37”. Tijdens deze sessie vloog Jackie Oliver, nadat er een achterwiel was afgebroken, zwaar in de vangrails. De wagen van Oliver was zo zwaar beschadigd dat hij niet hersteld kon worden voor de race. Hij moest zich dan ook terugtrekken als deelnemer. Ook Piers Courage vloog in zijn BRM nog van de baan. Ook Henri Pescarolo moest zich nog terugtrekken als deelnemer. Hij had de laatst beschikbare Matra krachtbron opgeblazen.
Wellicht aangemoedigd door de pole positie van Mario Andretti verzamelden er zich 90.000 toeschouwers rond de baan om de race te aanschouwen. De Amerikaan behield na de start de leiding voor Jackie Stewart en Graham Hill. Deze laatste viel al snel terug tot achter Chris Amon nadat hij merkte dat zijn stuurkolom los zat. Na één ronde hadden Mario Andretti en Jackie Stewart al 2 seconden voorsprong op Chris Amon, Graham Hill, Jochen Rindt, Denny Hulme, Dan Gurney, John Surtees en Bruce McLaren. Daarachter reed Jo Siffert op kop van de rest van het veld. Met uitzondering van Jochen Rindt, die in de 2e ronde gepasseerd werd door Denny Hulme, in de 3e ronde door Dan Gurney en in de 6e ronde door John Surtees, waren er geen positiewissels vooraan. In de 11e ronde spinde Chris Amon vlak voor de pit en verloor daarbij een zestal plaatsen. Ondertussen had Mario Andretti problemen met zijn neus. Deze raakte de grond omdat er een steun was afgebroken. In de 14e ronde liet hij dat zo goed en zo kwaad het kon herstellen in de pit. Hij viel daardoor wel terug tot de 13e positie. Maar toen Derek Bell zijn motor een ronde later opblies, werd dat al snel de 12e plaats. Ondertussen had Jackie Stewart 10 seconden voorsprong op Graham Hill die in zijn achteruitkijkspiegel Denny Hulme kon zien rijden. Twee ronden later spinde Hulme op wat olie. Hij beschadigde een remleiding. Door een pitstop, waar men de beschadigde leiding verwijderde, viel hij terug tot helemaal achterin het veld. Hij had nog maar op drie wielen een rem voorhanden!
Na 20 ronden had Jackie Stewart al 15 seconden voorsprong op Graham Hill. 10 seconden later volgden Dan Gurney, John Surtees en Jochen Rindt. Wat verder volgde Jo Siffert op de zesde plaats. Chris Amon reed op de zevende plaats tot hij in de 22e ronde zijn radiator moest laten vervangen. Ook Piers Courage stond in de pit met een ontstekingsprobleem en even later stopte ook Lucien Bianchi met een slippende koppeling. Alle drie konden korte tijd later hun weg vervolgen. De volgende coureur met problemen was wederom Mario Andretti. De koppeling begon te slippen. Dit was de reden dat hij in de 33e ronde de race moest verlaten. Drie ronden later zat ook het debuut van Bobby Unser er op toen zijn BRM krachtbron het begaf. Voor halfweg viel er nog één opgave te noteren. Jean Pierre Beltoise stopte in de 45e ronde op het circuit met een defect aan de transmissie.

|
n°
12 - Mario Andretti - Lotus 49B
|
In de 60e ronde was de voorsprong van Jackie Stewart opgelopen tot 34 seconden. Hij maakte zich wel wat zorgen over de rook die er uit zijn motor kwam. Desondanks reed hij verder weg van Graham Hill die zelf 10 seconden voorsprong had op Dan Gurney en John Surtees. Jochen Rindt en Jo Siffert volgden nog eens 12 seconden verder en waren de laatste coureurs die nog in dezelfde ronde reden. In de loop van de volgende 20 minuten gaf Jochen Rindt op en vervoegde daarbij Chris Amon, Pedro Rodriguez, Vic Elford en Jack Brabham, die allen kort na elkaar hadden opgegeven. Daardoor bleven er nog 6 wagens in de race over. In volgorde waren dat: Jackie Stewart, Graham Hill, Dan Gurney, John Surtees en op één ronde Jo Siffert. Op twee ronden volgde dan nog Bruce McLaren. Denny Hulme, Piers Courage en Lucien Bianchi en Jo Bonnier reden ook nog rond, maar ze hadden zo veel achterstand opgelopen dat ze niet meer in het klassement konden worden opgenomen.
In het laatste deel van de race veranderde er niet veel meer. Jackie Stewart kon het rustig aan doen en toen Dan Gurney lek reed kon John Surtees de derde plaats nog overnemen. Jackie Stewart won dus vrij makkelijk de race voor Graham Hill, die in de laatste ronde nog met een sputterende Ford motor af te rekenen kreeg (bleek dat de benzine op was!). Derde werd John Surtees voor Dan Gurney, Jo Siffert en Bruce McLaren.
In de stand voor het wereldkampioenschap had Graham Hill nu 39 punten voor Jackie Stewart met 36, Denny Hulme met 33 en Jacky Ickx met 27 punten. Bij de constructeurs had Lotus/Ford 53 punten voor Matra/Ford met 45, McLaren/Ford 43 en Ferrari met 32 punten.
|