
|
n°
7 - Jacky Ickx - Ferrari 312 |
Door de overwinning van Jackie Stewart tijdens de Grand Prix van USA was alles nog mogelijk in het wereldkampioenschap. Net als in 1964 konden er nog drie coureurs met de hoogste onderscheiding gaan lopen. Graham Hill had de beste papieren met 39 punten. Maar ook Jackie Stewart (36 punten) en Denny Hulme (33 punten) waren nog niet kansloos. In totaal kwamen er 21 coureurs opdagen voor de laatste race van het seizoen. Ze waren verdeeld over de teams van: McLaren, Brabham, Honda, Ferrari, BRM, Matra, Lotus en Cooper. Van de privé-teams waren A.A.R., Matra International, Rob Walker, Jo Bonnier (die met een Honda RA301 aan de start kwamen) en Reg Parnell aanwezig in Mexico.
Van de drie kanshebbers reed Jackie Stewart in het begin de snelste tijd, tijdens deze eerste training. Hij was zelfs de eerste coureur die onder het bestaande ronderecord kwam. Uiteindelijk reed hij een tijd van 1’46,69” op het einde van deze vier uur durende sessie. De meeste coureurs waren, zeker in het begin van de training, volop bezig met het aanpassen van de verhoudingen van de versnellingsbak en de algemene set-up van hun wagens. Het was dan ook pas op het einde van de training dat er snelle rondetijden werden neergezet. Jo Siffert en Graham Hill gingen beiden sneller dan Jackie Stewart. Ze reden respectievelijk 1’45,52” en 1’46,01”. Denny Hulme had gans de sessie door problemen met de ontkoppeling en kwam niet verder dan een ontgoochelde negende plaats.
Tijdens de tweede sessie, op zaterdag, had Jackie Stewart dan weer problemen. Hij beschadigde zijn voorband die op zijn beurt de voorwielophanging beschadigde. Gelukkig had hij een reserve Matra ter beschikking. Hij reed er de vierde tijd mee in 1’46,14”. Maar ook nu reed Jo Siffert weer erg sterk. Op het einde van de training reed hij 1’45,22”, wat meteen goed was voor de pole positie. Chris Amon reed 1’45,62” en mocht meteen naast Jo Siffert starten. Denny Hulme, die deze keer geen probleem had, verbeterde zich tot 1’46,64” en mocht naast Graham Hill op de tweede rij vertrekken. Jacky Ickx, die hier heroptrad na zijn ongeval in Canada, reed met zijn been nog in een steun naar een vijftiende startplaats. Jo Bonnier, die tijdens de eerste training zijn enige BRM motor had opgeblazen, kwam tot een overeenkomst met Honda om hun reservewagen te huren voor deze race. Veel indruk maakte hij daar echter niet mee want hij moest als 18e vertrekken.
Het team van Jackie Stewart slaagde er in om zijn racewagen weer helemaal te herstellen. De Schot besloot om deze wagen te gebruiken ook al betekende dat, dat zijn tijd gereden op zaterdag zou geannuleerd worden. Ook bij Lotus was er nog een verandering. Daar was Moisés Solana, de Mexicaan die in de derde Lotus reed, niet tevreden over het gedrag van zijn wagen. Hij wou wisselen met de wagen van Oliver, zelfs al had deze zijn Lotus 49B beschadigd tijdens de laatste training. De organisatoren wisten niets van deze wissel af want anders hadden beiden achteraan moeten starten. Nu konden ze op hun ‘normale’ startplaatsen de race aanvangen.
Jo Siffert maakte van op de pole positie een erg matige start, net als Chris Amon trouwens. Graham Hill kon daardoor, vanaf de tweede rij, naar de leiding schieten. Na één ronde werd hij gevolgd door John Surtees, Jackie Stewart, Chris Amon, Denny Hulme, Pedro Rodriguez en Jochen Rindt. Als achtste volgde dan Jo Siffert voor de rest van het veld. In de loop van de volgende ronden wisselde bijna iedereen van plaats. Zelfs de leider veranderde toen Jackie Stewart Graham Hill uitremde in de vijfde ronde. De Schot had in de tweede ronde al net hetzelfde gedaan met John Surtees. Vermits Denny Hulme in de 2e ronde voorbij Chris Amon was gegaan en nu net John Surtees had gepasseerd, reden de drie kanshebbers op de wereldtitel op de plaatsen 1-2 en 3. Niet voor lang echter want Jo Siffert was na zijn slechte start aan een remonte bezig. In de 6e ronde passeerde hij Denny Hulme. Hij begon onmiddellijk het gat van zeven seconden met Jackie Stewart en Graham Hill te dichten. In de 12e ronde reden de drie leiders wiel in wiel over de streep, met Graham Hill op kop. Ondertussen waren de kampioenschapsdromen van Denny Hulme voorbij. De achterwielophanging brak op zijn McLaren af waardoor hij in de vangrails schoof. De Nieuw-Zeelander was ongedeerd, maar zijn race zat er op. In dezelfde ronde gaf ook Jean Pierre Beltoise op met een probleem aan de achterwielophanging. Jochen Rindt en Jacky Ickx stonden toen ook al in de pit. Beiden hadden problemen met de ontsteking. Het deelnemersveld werd verder gereduceerd toen enkele ronde later ook Moisés Solana, Chris Amon en John Surtees moesten opgeven.
Jo Siffert was echter niet tevreden met de derde plaats. Hij wou duidelijk meer. In de 17e ronde dook hij aan de binnenzijde Jackie Stewart voorbij en vijf ronden later nam hij de leiding van Graham Hill over. Al snel slaagde hij er in om Hill en Stewart los te rijden tot in de 25e ronde. Toen brak plots de gaskabel af en kon hij niets anders doen dan de pit opzoeken waar de mecaniciens het probleem probeerden te herstellen. Dat lukte, maar koste toch ongeveer vier minuten. Hij kwam terug op de baan als allerlaatste! Ondertussen waren Dan Gurney en Jack Brabham opgerukt naar de derde en vierde plaats. Hun achterstand op Graham Hill en Jackie Stewart bedroeg echter meer dan 30 seconden. Drie ronden later bleef alleen Jack Brabham over want op de McLaren van Dan Gurney was de achterwielophanging afgebroken. Net daarvoor hadden ook Lucien Bianchi en Piers Courage al opgegeven, zodat er voor halfweg al maar elf wagens meer in koers waren.

|
n°
10 - Graham Hill - Lotus 49B
|
Halfweg was het verschil tussen Graham Hill en Jackie Stewart nog steeds maar één seconde. Op 54 seconden volgde Jack Brabham die werd ingehaald door Bruce McLaren. Dan volgden Johnny Servoz-Gavin, Jackie Oliver en Pedro Rodriguez. Dan volgden nog Vic Elford, Henri Pescarolo en Jo Siffert, die hemel en aarde bewoog om toch nog terug in de punten te geraken. In de 38e ronde was het verschil tussen Hill en Stewart plots opgelopen tot 5 seconden. Een ronde later bedroeg het verschil al 16 seconden. Jackie Stewart had duidelijk een probleem. Vooral de ‘handling’ van de wagen liet de wensen over. Later, na de race, zou blijken dat zijn chassis gebroken was. Hij viel snel terug, werd in de 51e ronde gepasseerd door Bruce McLaren en Jack Brabham, in de 54e door Johnny Servoz-Gavin, in de 56e door Pedro Rodriguez en Jackie Oliver, in de 62e door Jo Bonnier en tenslotte in de 63e ronde door Jo Siffert. Deze laatste was nu duidelijk de snelste man op de baan.
Op het einde van de race had Graham Hill meer dan één minuut voorsprong op Bruce McLaren. Jackie Oliver werd nog derde voor Pedro Rodriguez. Jack Brabham en Johnny Servoz-Gavin waren beiden in de laatste ronden op het circuit nog stilgevallen. De Australiër had geen oliedruk meer en de Fransman blies zijn motor op. Vijfde werd Jo Bonnier in zijn Honda en zesde tenslotte toch nog Jo Siffert, die de race had kunnen winnen!
Het seizoen dat zo droevig begon voor Lotus eindigde met de viering voor de titel bij zowel de coureurs als de constructeurs. De volledige eindstand van het seizoen kan je
HIER bekijken.
|