GRAND PRIX VAN CANADA 1969

IXth Canadian Grand Prix

CAN

VERSLAG VAN DE RACE

n° 17 - Jackie Stewart - Matra MS80

Ondanks het feit dat het wereldkampioenschap vorige race in Europa was beslist, wisten de organisatoren toch het grootste deelnemersveld van dit seizoen bij elkaar te krijgen. In totaal kwamen er 20 coureurs opdagen. Ze waren verdeeld over de teams van Lotus, McLaren, Brabham, BRM en Matra. Deze werden aangevuld met veel privé-inschrijvingen zoals daar zijn: Rob Walker, Silvio Moser, Frank Williams, Pete Lovely, Paul Seitz en John Maryon. Lotus, Matra en BRM hadden voor deze gelegenheid allen drie wagens ingeschreven. De Amerikaan Pete Lovely had net een Lotus 49B gekocht. De twee Canadezen, Al Paese en John Cordts, kwamen ook met hun eigen wagens opdagen. Deze werden beiden aangedreven door een oude 2.7 liter Climax motor.

Nadat de Grand Prix in 1968 doorging op het circuit van St.Jovite, kwam de race voor dit jaar echter terug naar het circuit van Mosport Park. Het was hier dat in 1967 de allereerste Grand Prix van Canada had plaatsgevonden. Het circuit had een echte gedaanteverwisseling ondergaan. Overal stonden er nu afsluitingen en ook werden er draadhekken geplaatst die de wagens zouden moeten afremmen indien ze van de baan schoven. De asfaltlaag daarentegen was nog steeds erg hobbelig.

Op donderdagmorgen begonnen de coureurs er aan, ook al werden hun tijden niet officieel genoteerd. De mensen van de officiële timing waren immers nog niet toegekomen. Vooral in de namiddag was het duidelijk dat er snelle ronden werden gereden. Vele reden ronden die kort bij het bestaande ronderecord van 1’19,5” kwamen. Jackie Stewart reed echter geen al te beste tijden want op zijn Matra sprong de versnelling steeds weer in neutraal. Jochen Rindt was erg sterk. In de voormiddag had hij een test met het model 63 gedaan, maar maakte er al vlug een fikse schuiver mee. Het was eigenlijk de Lotus 63 van Andretti op de Nürburgring gebruikt had. Hij was terug opgebouwd en uiteraard enkele kleine wijzigingen ondergaan. Ook Bruce McLaren moest zijn training onderbreken toen hij in de loop van de dag zijn motor opblies. Gelukkig leverden de mecaniciens snel werk zodat hij toch nog een snelle ronde kon rijden.

De eerste getimede sessie zorgde niet echt voor verrassingen, behalve dan dat de rondetijd van Jean Pierre Beltoise de allersnelste was op dat moment. Hij reed erg snelle ronden met als beste 1’17,9”. Hij beschadigde net daarna wel zijn wagen zodat hij in deze voormiddagsessie niet meer in actie kwam. Ook Jo Siffert ging te hard. Hij had echter minder geluk. Hij kwam in de vangrails terecht, beschadigde gans de zijkant van de wagen. Gelukkig konden beide coureurs zelf uit hun wagen springen. Iedereen probeerde nog steeds op de toptijd van Beltoise te verbeteren. Jochen Rindt en Jackie Stewart evenaarden zijn tijd terwijl Denny Hulme en Jack Brabham (die in de wagen van Jacky Ickx reed) beiden 0,1” te kort kwamen. Op de zesde plaats stond Jacky Ickx met een tijd van 1’18,3”. Maar in de namiddag gooide hij het over een andere boeg. Ze vlogen met 5 coureurs onder de tijd van Jean Pierre Beltoise. Uiteindelijk was de pole voor Jacky Ickx met een tijd van 1’17,4”

Op zaterdagmorgen was er nog een korte niet-getimede sessie. Daarna konden de teams zich klaarmaken voor de race. Uiteindelijk vertrokken er 20 wagens in de race. In de eerste ronde spinde Silvio Moser al in de vangrails na een contact met Al Pease. Jochen Rindt had vooraan de kop in handen genomen. Ondanks dat Jackie Stewart maar op de vierde plaats reed, ging hij in de 2e ronde voorbij Jean Pierre Beltoise, in de 5e ronde voorbij Jacky Ickx en in de 6e ronde nam hij de leiding van Rindt over. Twee ronden later ging ook Ickx voorbij Rindt. Direct begonnen de Matra en de Brabham te vechten met de eerste plaats als inzet. Jochen Rindt kon het duo niet volgen, maar had al 7 seconden voorsprong op een volgende duel voor de vierde plaats, dat ging tussen Jean Pierre Beltoise, Denny Hulme, Graham Hill, Jo Siffert en Jack Brabham. De rest, aangevoerd door Piers Courage, konden dit tempo niet volgen.

In de 12e ronde hadden Jackie Stewart en Jacky Ickx Al Pease al twee keer gedubbeld. De Canadees was niet alleen veel te langzaam, hij ging ook niet uit de weg voor de snellere wagens. Stewart kon hem maar ter nauwer nood ontwijken! Korte tijd later gebeurde het. Beltoise werd aangetikt door Al Pease waardoor zijn voorwiel niet meer helemaal recht stond. Hij viel daardoor terug naar de 7e plaats. Denny Hulme had intussen opgegeven met een afgebroken distributieriem. De strijd voor de vierde plaats ging nu tussen Graham Hill, Jack Brabham en Jo Siffert. Maar de meeste aandacht ging toch nog steeds naar het leidende duo, Stewart en Ickx. Steeds meer wagens moesten ondertussen de strijd staken. Voorbeelden waren Cordts, Courage en Surtees. Daardoor was het veld al gereduceerd tot 14 deelnemers.

n° 6 - Pedro Rodriguez - Ferrari 312/69

Ronde na ronde zocht Ickx naar een plaats waar hij de leidende Matra kon passeren. Maar wat hij ook probeerde, het lukte aanvankelijk niet. Tot de 33e ronde. Beiden stonde op het punt om Brack al voor de vierde keer te dubbelen. Ickx probeerde Stewart links te passeren, maar in de volgende bocht raakten beiden elkaar. De wagens spinden van de baan, maar hadden blijkbaar geen schade opgelopen. Jacky Ickx vertrok al snel terug maar Jackie Stewart kreeg zijn motor niet meer aan de praat. Er zat voor de nieuwe wereldkampioen niets anders op dan te voet naar de pit te gaan. Jacky Ickx had nu 12 seconden voorsprong op Jochen Rindt, maar deze voorsprong werd ronde na ronde groter! Alle ogen waren nu gericht op Brabham. Sinds die in de 22e ronde voorbij Hill was gegaan, kwam hij steeds maar korte bij de tweede plaats van Rindt.

Hill moest samen met Siffert de strijd trouwens nog staken. Alleen Rindt, Brabham en Beltoise reden nog in dezelfde ronde van de leider. Voor de rest van de race viel het alleen nog op dat Jack Brabham bleef aandringen bij Jochen Rindt. In de 60e ronde zou hij hem eindelijk passeren. Vanaf dat moment deden de twee Brabhams het rustig aan zodat ze een makkelijke 1-2 scoorden. Derde werd Jochen Rindt voor Jean Pierre Beltoise, Bruce McLaren en Johnny Servoz-Gavin.

In de stand voor het wereldkampioenschap stond Jackie Stewart uiteraard op kop met 60 punten, voor Jacky Ickx met 31, Bruce McLaren met 26 en Graham Hill met 19 punten. Bij de constructeurs stond Matra/Ford met 63 punten aan kop voor Brabham/Ford met 39, Lotus/Ford met 38 en McLaren/Ford met 28 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics