
|
n°
1 - Graham Hill - Lotus 49B |
Doordat alle teams rechtstreeks van Canada kwamen, was de deelnemerslijst bijna identiek. Bij Lotus was Mario Andretti nu echter wel beschikbaar en nam hij dus de plaats in van John Miles in de Lotus 63. George Eaton nam bij BRM dan weer de plaats in van zijn landgenoot Bill Brack.
In totaal schreven er zich 18 coureurs in voor deze race. Ze waren verdeeld over de teams van Lotus, Matra, McLaren, Brabham en BRM. Van privι zijde waren de volgende teams aanwezig: Rob Walker, North American Racing Team (Ferrari), Frank Williams, Silvio Moser en Pete Lovely.
Toen de trainingen begonnen, op vrijdagnamiddag, regende het onophoudelijk. Daardoor reden de coureurs ongeveer 10 seconde per ronde langzamer dan normaal. Bovendien was er niet al te veel enthousiasme bij de coureurs te bespeuren om hier risico te gaan nemen. De meesten hielden het dan ook bij het testen van hun regenbanden. Vooral de teams die met Dunlop reden, waren actief. Dit had vooral te maken met het feit dat Dunlop een nieuwe regenband beschikbaar had, de CR88. Jackie Stewart en Jean Pierre Beltoise reden goede tijden met de nieuwe band maar het was toch Jack Brabham die de snelste was met een tijd van 113,84. Deze tijd reed hij op zijn vertrouwde Goodyear banden. Tweede werd Beltoise voor Ickx, Stewart en Courage. De snelste coureur die gebruik maakte van de Firestone banden was Graham Hill die slechts op een 8e plaats terug te vinden was met een tijd van 117,0.
Ook nu weer vielen de prestaties van de vierwiel aangedreven wagens tegen. De weersomstandigheden waren nochtans in hun voordeel. Aan de coureurs, Andretti en Stewart, kon het niet liggen. Jackie Stewart reed 116,94 in de Matra MS84 en Mario Andretti 119,60 in de Lotus 63. Johnny Servoz-Gavin reed in dezelfde wagen als Jackie Stewart 119,40.
Op zaterdag was het nog steeds koud, maar het was tenminste droog. Toch duurde het lang voor er iemand het bestaande ronderecord brak. Met 105,22 was Jo Siffert de eerste die een echte referentietijd neerzette. Kort daarna reed Jacky Ickx 104,32. Hij probeerde direct daarna om nog sneller te gaan, maar daarbij brak zijn achtervleugel af. Bijna gelijktijdig zat ook de training van Jack Brabham er op, toen zijn ontkoppelingspedaal blokkeerde. Ook Jochen Rindt had problemen, vooral dan met zijn Ford motor. Ondanks dat probleem reed hij toch goede rondetijden. Met nog 15 minuten van de vier uur durende training te gaan, reed hij 103,62, wat meteen goed was voor de pole positie en de extra 1.000$ die daaraan verbonden waren. Denny Hulme, die op vrijdag niet in actie was gekomen, reed nu 103,65 wat meteen goed was voor een plaats op de eerste rij, naast Jochen Rindt. Jackie Stewart kon niet aan de tijd van Rindt komen, al probeerde hij op het einde van de training er nog wel alles aan te doen. Hij kwam echter niet verder dan 103,77. Naast hem, op de tweede rij, stond Graham Hill die net 0,01 seconden sneller was dan Jo Siffert.
De warming-up ronden waren voor het team van McLaren een ramp. Bruce McLaren blies zijn motor op en mocht meteen de race vergeten. Denny Hulme van zijn kant kreeg een schakelprobleem. Toen Bruce McLaren terug in de pit werd geduwd, stond Denny Hulme op de grid hopende dat de mecaniciens het probleem zouden kunnen oplossen. Ondanks het feit dat de start werd uitgesteld, omdat er zich toeschouwers voor de omheining bevonden, konden de mecaniciens het probleem van Hulme niet oplossen. Deze nam dan maar de start met de moed der wanhoop. Jochen Rindt nam direct na de start de leiding in handen voor Jackie Stewart en Graham Hill. In het achterveld kwam Mario Andretti in contact met Jack Brabham. In plaats van de eerste plaats, zoals in 1968, was de Amerikaan deze keer als laatste weg. Op het einde van de eerste ronde was de volgorde van het leidende trio ongewijzigd. Kort daarachter volgden dan Jo Siffert, Jean Pierre Beltoise, Piers Courage, Jacky Ickx, John Surtees en Denny Hulme, die ondanks zijn problemen toch nog op de 9e plaats reed. Jochen Rindt en Jackie Stewart waren echter te sterk voor de rest van het veld en lieten ze dan ook al direct in de steek.
Graham Hill kon als derde amper 2 ronden stand houden. In de 3e ronde werd hij gepasseerd door Jo Siffert. In de volgende ronde deden Jean Pierre Beltoise en Piers Courage hem dat na. Ze schoven nog een plaats op toen Jo Siffert in de vierde ronde al moest opgeven omdat zijn brandstofsysteem stuk was. Enkele ogenblikken later kreeg de Zwitser het gezelschap van Mario Andretti. Hij vond dat de Lotus 63 onbestuurbaar was geworden na de crash in de eerste ronde. Ook Jean Pierre Beltoise kreeg al snel problemen. Hij kon de vierde versnelling niet meer gebruiken. In de 10e ronde maakte hij een korte pitstop, waardoor hij samen met Denny Hulme, die ook al een pitstop achter de rug had, helemaal achterin reed. Ondertussen was Graham Hill nog een plaats verloren aan Jacky Ickx. Hill werd nu op de huid gezeten door Jack Brabham, die net John Surtees en Pedro Rodriguez was gepasseerd. Twee ronden later reed Graham Hill achter Brabham en Surtees. Vooraan had Jackie Stewart de leiding overgenomen van Jochen Rindt. Op de derde plaats, op 20 seconden, volgde Piers Courage.
Ondanks het feit dat Jackie Stewart de volgende acht ronden aan de leiding reed, bleef Jochen Rindt hem bestoken. In de 21e ronde slaagde Rindt in zijn opzet. Meer nog, de Matra kon Rindt niet meer volgen. Bovendien kwam er uit de Ford motor een onheilspellende blauwe rookpluim. Binnen enkele ronden daalde de oliedruk en in de 36e ronde had Jackie Stewart geen andere keuze meer dan de pit op te zoeken en daar de strijd te staken. Ondertussen had Jochen Rindt een voorsprong van 40 seconden. Het duel om de tweede plaats ging tussen Piers Courage, Jacky Ickx en Jack Brabham, alle drie rijdende met een Brabham. Graham Hill werd ondertussen door zijn teamgenoot op een ronde gezet. John Surtees, de zesde in de race, was daardoor de laatste coureur die nog niet gedubbeld was, maar in de 38e ronde werd ook hij op een ronde gezet door Jochen Rindt. In het achterveld had Jackie Oliver ondertussen opgegeven net als Pete Lovely. Pedro Rodriguez was teruggevallen tot achter Silvio Moser, George Eaton en Jean Pierre Beltoise omdat de Mexicaan 4 nieuwe banden was gaan halen in de pit. Hij reed nu op een tiende plaats.

|
n°
8 - Jack Brabham - Brabham BT26A
|
Halfweg had Jochen Rindt 42 seconden voorsprong. Hij verminderde toen duidelijk zijn tempo om het materiaal te sparen. Hij zorgde er wel voor dat de afstand tussen hem en Courage niet kleiner werd. Het duel tussen de drie Brabhams ging ondertussen onverminderd verder. Piers Courage hield echter mooi stand op de 2e plaats terwijl Jack Brabham en Jacky Ickx alle twee problemen kregen met hun wagen. In de 78e ronde moest Jacky Ickx zelfs opgeven met een opgeblazen motor. 15 ronden later maakte Jack Brabham plots een onverwachte stop in de pit. De brandstofpomp was niet in staat om de laatste liters brandstof uit de tank te zuigen. Daardoor moest hij een extra tankbeurt maken. Ook Piers Courage kon nu op de tweede plaats zijn materiaal sparen. John Surtees, zijn naaste achtervolger, had immers meer dan een ronde achterstand. Ondertussen had ook Graham Hill opgegeven. Een paar ronden eerder was hij geslipt op een olievlek. Zijn motor was afgeslagen en wat hij ook probeerde, hij wou niet meer starten. Graham Hill kroop dan maar uit zijn wagen en duwde zijn Lotus weer in gang. Eenmaal terug in de wagen kon hij verder racen, al kon hij zijn veiligheidsgordels niet meer vastmaken. In de 91e ronde spinde hij echter opnieuw, deze keer door een lekke band. Hij sloeg over de kop en werd uit zijn wagen geslingerd. Hij brak op deze manier beide benen. Ondertussen hadden ook Denny Hulme, Jean Pierre Beltoise en George Eaton de race moeten verlaten. Jochen Rindt van zijn kant won vrij makkelijk deze race voor de knap presterende Piers Courage. Derde werd John Surtees voor Jack Brabham, Pedro Rodriguez en Silvio Moser.
In de stand voor het wereldkampioenschap had Jackie Stewart 63 punten voor Jacky Ickx met 31, Bruce McLaren met 26 en Jochen Rindt met 22 punten. Bij de constructeurs had Matra/Ford 63 punten voor Lotus/Ford met 47, Brabham/Ford met 45 en McLaren/Ford met 29 punten.
|