
|
n°
5 - Bruce McLaren - McLaren M7A |
Eens te meer was de hoogte van Mexico City de plaats waar de laatste Grand Prix van het seizoen plaatsvond. Uiteraard was Graham Hill, na zijn beenbreuken in Watkins Glen, afwezig. Voor de rest was de deelnemerslijst bijna identiek aan deze van de Grand Prix van USA. Enkel bij het team van Lotus was Mario Andretti, die niet beschikbaar was, vervangen door John Miles voor het besturen van de Lotus 63. In totaal passeerden er 17 coureurs aan de inschrijvingstafel. Deze waren verdeeld over de teams van Lotus, Matra, McLaren, Brabham, Ferrari (North American Racing Team) en BRM. Van privé zijde waren de volgende teams aanwezig: Rob Walker, Frank Williams, Silvio Moser en Pete Lovely. Het circuit lag er nagenoeg ongewijzigd bij, al had men de lage curbstones, waar de coureurs overreden zodat ze de bochten konden afsnijden, vervangen door veel hogere exemplaren. Deze waren dan nog eens voorzien van ribben, zodat er over rijden niet aan te raden was. Het gevolg was dat niemand verwachtte dat het ronderecord, gereden door Jo Siffert in 1968, zou verbroken worden. Eens de training echter goed en wel op gang, bleek al gauw het tegendeel. Op het einde van het eerste uur hadden al vijf coureurs sneller gereden. Jack Brabham was de allersnelste met een tijd van 1’42,90”. De andere vier waren: Jacky Ickx, Jackie Stewart, Denny Hulme en Jo Siffert. Normaal gezien hadden er op de grote hoogte van Mexico altijd veel coureurs problemen met hun motor. Dit jaar had Ford de problemen echter weten op te lossen. De enige coureur die tijdens dit eerste uur problemen had met zijn motor was Pedro Rodriguez in de Ferrari.
Op zaterdag was het voelbaar warmer dan op vrijdag. Daardoor waren de rondetijden die de coureurs reden over het algemeen gezien dan ook trager. Tijdens het laatste uur werd het wel terug wat frisser, maar toch slaagde niemand van de toppers er in om zijn tijd te verbeteren. De snelste onder deze omstandigheden was Jacky Ickx in 1’43,86”. Jochen Rindt was amper 0,08 seconde trager. John Surtees en Denny Hulme van hun kant hadden beiden te kampen met een motorprobleem, maar voor het einde van de training waren ze al terug onderweg met een nieuw exemplaar. Toen enkele minuten voor het einde van de training de motor van Silvio Moser het begaf, zag het er naar uit dat hij niet zou kunnen starten. Gelukkig slaagde hij er in om een nieuwe motor te lenen bij het team van McLaren.
Voor de tweede opeenvolgende race liet de wagen van Bruce McLaren hem in de steek tijdens de warming-up. Deze keer zat er vuil in het brandstofinjectiesysteem. Tegen de tijd dat de mecaniciens het probleem gevonden hadden, waren de andere 16 coureurs echter al lang vertrokken. Ook nu kon hij als toeschouwer de race volgen. Ondertussen was bij de start Jackie Stewart tussen de twee Brabhams naar de leiding van de race gereden. Op het einde van de eerste ronde zaten Jacky Ickx en Jack Brabham hem echter op de hielen. Vlak daarachter reden Jochen Rindt en Denny Hulme. Jean Pierre Beltoise reed op kop van de rest van het veld. John Miles lag al een heel eind achterop na één ronde. Hij had al direct problemen met de brandstofpomp waardoor zijn motor niet soepel liep. Een ronde later zou hij de pit inrijden. Hij gaf, na nog een ronde te proberen, al snel op. Het publiek had dat echter amper gemerkt, want er viel genoeg te beleven in deze race. Denny Hulme was ondertussen voorbij Jochen Rindt gegaan en Jacky Ickx probeerde hetzelfde te doen bij Jackie Stewart. De nieuwe wereldkampioen liet echter niet begaan maar moest zich in de zesde ronde toch gewonnen geven. Enkele ogenblikken later nam Denny Hulme ook Jack Brabham te grazen. Jochen Rindt en Jean Pierre Beltoise reden nog steeds op de vijfde en zesde plaats, maar achter hen was Jo Siffert, die in het begin van de race voorbij Pedro Rodriguez en John Surtees was gegaan, in contact gekomen met Piers Courage in een poging om hem te passeren in de haarspeld. Beide wagens spinden van de baan. Piers Courage kon als laatste zijn weg vervolgen maar voor Jo Siffert eindigde de race hier. Daardoor reed John Surtees nu op de zevende plaats voor Silvio Moser, Jackie Oliver en Pedro Rodriguez.

|
n°
3 - Jackie Stewart - Matra MS80
|
In de 7e ronde ging Denny Hulme naar de tweede plaats ten koste van Jackie Stewart. Hij opende direct de aanval op de leidende positie van Jacky Ickx en enkele ronden later slaagde hij in zijn opzet. De race leek nu in een vast patroon te liggen. Denny Hulme op kop, met net daarachter Jacky Ickx, die er alles aan deed om het contact niet te verliezen. Beide reden ze weg van Jack Brabham, die in de 9e ronde voorbij Jackie Stewart was gegaan. Jochen Rindt was de volgende die de aanval opende op Jackie Stewart. Maar wat Rindt ook probeerde, hij zou er niet in slagen om de wereldkampioen te passeren. In de 21e ronde vertraagde de Lotus plots doordat hij zijn voorwielophanging had verbogen door over de hoge curbstones te rijden. Jean Pierre Beltoise nam nu de vijfde plaats over, maar hij had wel 20 seconden achterstand op Jackie Stewart. Hij had bovendien bijna één minuut voorsprong op Silvio Moser en Jackie Olivier die beiden voorbij John Surtees waren gegaan. Ondertussen reed Denny Hulme langzaam maar zeker weg van Jacky Ickx.
Halfweg had Denny Hulme 6 seconden voorsprong op Jacky Ickx en 24 seconden op Jack Brabham. Net achter Brabham reed Jackie Stewart, die wel een probleem had met zijn motor, die na de bochten niet goed meer optrok. 28 seconden later volgde dan Jean Pierre Beltoise. Hij was de laatste coureur die nog niet gedubbeld was. Denny Hulme had duidelijk de controle over de race en hoe Jacky Ickx in de laatste fase van de race ook probeerde, hij kon niet verhinderen dat Denny Hulme hier zijn enige overwinning van het seizoen boekte. Op 2,5 seconden werd Jacky Ickx tweede. Jack Brabham werd derde, voor Jackie Stewart. Hij was trouwens de eerste coureur aan de eindstreep die niet op Goodyear banden reed. Jean Pierre Beltoise werd een eenzame vijfde. Zesde werd Jackie Oliver die daarmee zijn enig WK punt van het seizoen scoorde. Silvio Moser, die een lange tijd op de zesde positie reed, viel in de 60e ronde uit zonder benzine. Hij werd alsnog als 11e geklasseerd achter Pedro Rodriguez, Johnny Servoz-Gavin, Pete Lovely en Piers Courage.
De volledige eindstand van het seizoen 1969 kan je HIER terugvinden.
|