
|
n°
1 - Jackie Stewart - March 701 |
Voor de eerste wedstrijd van het seizoen is de interesse altijd groot, zelfs al zijn meestal de nieuwe wagens nog niet inzetbaar. Maar alleen al de nieuwe combinatie van rijders en teams was interessant om volgen. Maar dit jaar had de inschrijvingslijst van de Grand Prix van Zuid-Afrika ongeveer alles. De meeste teams waren aanwezig met hun nieuwe wagens. Er waren onder andere niet minder dan vijf nieuwe March 701 wagens ingeschreven. Twee fabriekswagens (geschilderd in het rood) voor Jo Siffert en Chris Amon, twee voor het team van Ken Tyrrell (geschilderd in het donker blauw) voor Jackie Stewart en Johnny Servoz-Gavin en de laatste was van het team van STP Corporation (geschilderd in het rood) met als coureur Mario Andretti. Voor de rest bestond de inschrijvingslijst in totaal uit niet minder dan 24 inschrijvingen. Buiten de drie teams van March waren de deelnemers verdeeld over de fabrieksteams van Matra, McLaren, Lotus, Brabham, Ferrari en BRM. Er waren ook een pak privé-teams ingeschreven voor deze race. Het waren de teams van Surtees (McLaren), Rob Walker (Lotus), Auto, Motor und Sport (Brabham), Frank Williams (De Tomaso), Team Gunston (Lotus en Brabham) en Scuderia Scibrante (Lotus).
Ondanks het feit dat er op woensdag, donderdag en vrijdagnamiddag een hele namiddag kon getraind worden en dat het circuit de afgelopen weken beschikbaar was geweest om te testen, was er toch vanaf de eerste minuut voldoende bedrijvigheid te merken op de baan. Iedereen, behalve Mario Andretti dan, wou het seizoen goed inzetten. Andretti had echter geen keuze, want hij was op dinsdag tijdens het testen achterstevoren de vangrails ingevlogen. Hij had daarbij zijn wagen zwaar beschadigd. Hij kon niets anders doen dan wachten tot zijn mecaniciens zijn wagen hersteld hadden. Ook Jackie Stewart begon tamelijk laat aan zijn training doordat hij problemen had met de brandstofpomp op zijn nieuwe motor. Er waren echter verschillende coureurs die gedurende de training problemen kregen. Onder hen Jackie Oliver die in zijn BRM P153 voor de tweede keer de aandrijfas brak. BRM besloot dan maar om al hun wagens direct terug te sturen naar de fabriek om er nieuwe, en sterkere, aandrijfassen op te monteren. Rolf Stommelen, die hier zijn Formule 1 debuut maakte, moest de training staken omdat bij hem de anti-rollbar van zijn Brabham afbrak. John Love blies zijn motor op en Piers Courage had problemen met de ontsteking. De meeste bewondering ging echter uit naar Graham Hill. Hij hinkte naar zijn Rob Walker Lotus 49C, reed een paar rondjes en kwam tot een tijd van 1’22,0”, wat meteen goed was voor de veertiende plaats. Dit was een knappe prestatie omdat Hill nog erg veel pijn had in zijn benen na zijn ongeval van oktober laatstleden in Watkins Glen. De snelsten in deze eerste training waren trouwens Denny Hulme en Jochen Rindt die allebei 1’20,1” lieten noteren.
Op donderdagnamiddag ging Jackie Stewart er onmiddellijk hard tegenaan. Hij reed vrijwel direct een tijd van 1’19,3”. Daarna ging hij in de pit kijken wat de concurrentie met deze tijd zou aanvangen. Iedereen, behalve nog steeds Mario Andretti, Jackie Oliver, Pedro Rodriguez en John Love dan, want die hun wagens waren nog steeds niet klaar. Chris Amon evenaarde de tijd van de wereldkampioen en Jack Brabham reed een tijd van 1’19,6”. Niemand anders slaagde er in om onder de 1’20” te rijden. Eens te meer kreeg Hill veel bewondering toen hij zijn tijd verbeterde tot 1’21,6”.
Voor de laatste training was de wagen van Andretti hersteld, waren de BRM’s terug aangekomen met hun sterkere aandrijfassen en had de wagen van John Love een nieuwe motor. Het was echter zeer warm en door de olievlekken die her en der op het circuit lagen, was de baan erg glibberig. De meerderheid van de coureurs kon dan ook zijn tijd niet verbeteren. De eerste rij veranderde niet maar Jochen Rindt en Jacky Ickx konden wel een plaats op de tweede rij veroveren.
De eerste 10 coureurs waren amper gescheiden door een tijdverschil van één seconde. Het leek er dan ook op dat er een spannende race te wachten stond op het circuit van Kyalami. De start ging echter niet zoals gepland, zeker voor Jochen Rindt. Terwijl Stewart en Brabham vochten voor de leiding in de eerste bocht, probeerde Jochen Rindt aan de buitenkant van Chris Amon de derde plaats in te nemen. Hij raakte echter de neus van Amon’s March en voor hij het besefte, reed hij over het linker voorwiel van Jack Brabham. De Lotus van Rindt spinde en veroorzaakte in de rest van het veld een grote chaos. Iedereen slaagde er gelukkig in de problemen te ontwijken. Op het einde van de eerste ronde had Jackie Stewart al twee seconden voorsprong op Ickx, Beltoise, Oliver, McLaren en Brabham. Amon kwam helemaal achteraan door samen met Jochen Rindt. Ook Denny Hulme had geen goede eerste ronde want hij kwam pas als tiende door.
De volgende ronden waren er dan ook enkele mooie duels te zien als de snellere wagens terug probeerden naar voren op te schuiven. Niemand deed het echter beter dan Jack Brabham, want in de zesde ronde was hij al opgeschoven naar de tweede plaats, al had hij wel al een achterstand van zes seconden op Jackie Stewart. Jack Brabham liet de Schot echter niet begaan en in de 20e ronde wisselde de twee van plaats. Samen hadden ze nu 10 seconden voorsprong op Denny Hulme, die in vijftien ronden tijd opgerukt was van de tiende naar de derde plaats. Net achter Hulme reed zijn landgenoot Bruce McLaren. Drie seconden achter dit duo reden Jacky Ickx, John Surtees, Jo Siffert en Jean Pierre Beltoise. Jochen Rindt reed ondertussen al terug op de negende plaats. Ver achterop reden al de twee BRM coureurs. Oliver en Rodriguez hadden beide al in de pit gestaan: Oliver omdat zijn wagen steeds uit versnelling sprong en Rodriguez omdat hij ontstekingsproblemen had. De enige opgever op dat moment was Chris Amon die in de 14e ronde met een oververhitte Ford motor naar de kant moest. In de 23e ronde kreeg hij het gezelschap van Rolf Stommelen die zijn motor had opgeblazen. Korte tijd later gaf ook Jackie Oliver op, na nog enkele pitstops gemaakt te hebben. Ook Mario Andretti moest in het begin van de race naar de kant met een oververhitte motor.

|
n°
10 - John Miles - Lotus 49C
|
Halfweg had Brabham een voorsprong van 8 seconden bij elkaar gereden, maar op de tweede plaats reed nu Denny Hulme die twee ronde eerder Jackie Stewart had teruggewezen naar de derde plaats. Bruce McLaren was zeker van plan zijn teamgenoot te volgen maar net toen blies hij zijn motor op. Daardoor reed John Surtees nu op de vierde plaats, op respectabele achterstand weliswaar van Jackie Stewart. Eens te meer bleken de banden erg belangrijk te zijn in deze race en de Dunlops van Jackie Stewart bleken geen concurrentie te zijn voor de Goodyears van Jack Brabham. Na 60 ronden had Jack Brabham 10 seconden voorsprong op Denny Hulme en 15 seconden op Jackie Stewart. Nog in dezelfde ronde volgden Surtees, Beltoise en Rindt. Al de rest was ondertussen al op één of meerdere ronden gezet. Ondertussen was Jo Siffert in de pit achteruitgeslagen doordat hij een stuk van zijn uitlaat had verloren. Dit voorval leidde er toe dat Jackie Ickx in de 60e ronde naar de pit moest omdat zijn motor olie verloor. Hij had over een stuk van de uitlaat van Siffert gereden. De mecaniciens konden het probleem niet oplossen en de race zat er hier voor de Belg op. Er waren echter nog andere coureurs die problemen kregen met hun motor. Johnny Servoz-Gavin, George Eaton en John Surtees moesten allen kort na elkaar opgeven. Met nog 20 ronden voor de boeg bleven er nog dertien wagens over in de race. Ook Piers Courage had ondertussen in zijn De Tomaso opgeven. Hij had zijn ophanging verbogen door te wild over een curbstone te rijden.
Iedereen reed nu erg verspreid over de omloop. Er leek maar weinig meer te gebeuren tot acht ronden voor het einde de motor van Jochen Rindt het begaf. Zo verloor de Oostenrijker een zeker vijfde plaats. Een ronde later moest Dave Charlton ook opgeven omdat hij na een bandenwissel, zijn motor niet meer gestart kreeg. Vooraan kon echter niets Jack Brabham stoppen. Hij won de race met meer dan acht seconden voorsprong op Denny Hulme en 17 seconden op Jackie Stewart. Beltoise werd vierde voor John Miles en Graham Hill, die een heroïsche prestatie neerzette als je bekijkt hoe het gesteld was met zijn benen.
De stand voor het wereldkampioenschap was uiteraard gelijk aan de uitslag van de eerste race. Jack Brabham had 9 punten, Denny Hulme 6, Jean Pierre Beltoise 4 en John Miles 3 punten. Bij de constructeurs had Brabham/Ford 9 punten voor McLaren/Ford met 6, March/Ford met 4 en Matra met 3 punten.
|