GRAND PRIX VAN DUITSLAND 1970

XXXII Grosser Preis von Deutschland

GER

VERSLAG VAN DE RACE

Grand Prix van Dutsland 1970 - De start

De eigenaars van de Nürburgring waren er niet in geslaagd om de nodige veiligheidswerken, waaronder bijvoorbeeld een uitrusting voor de brandweermannen te voorzien.Ook aan de vraag van de GPDA om de toeschouwers beter te beschermen was niet tegemoet gekomen. Daardoor werd de Grand Prix van Duitsland verplaatst naar de Hockenheimring. De inschrijvingslijst telde niet minder dan 25 namen. Deze waren verdeeld over de teams van Tyrrell, Lotus, Brabham, McLaren, March, BRM, Surtees, Matra, Rob Walker, Ferrari, STP Corporation, Auto Motor und Sport, Colin Crabbe, Frank Williams, Silvio Moser en Hubert Hahne. 

Sinds het fatale ongeluk van Jim Clark in 1968 waren rond heel het circuit nu vangrails aangebracht. Bij McLaren was Dan Gurney teruggekeerd naar Amerika, waar hij een paar weken later zijn afscheid aan de autosport aankondigde. Zijn plaats werd ingenomen door Peter Gethin. De Duitse coureur Hubert Hahne, had voor zichzelf een March aangekocht terwijl Silvio Moser nog eens ging proberen om zich te kwalificeren met de Bellasi. Pete Lovely en George Eaton waren er in deze race niet bij toen op vrijdagmiddag de trainingen begonnen.

Dat de Ferrari 312B het steeds beter deed, was niemand ontgaan, maar het was toch een beetje verrassend te zien hoe snel de nieuweling Clay Regazzoni onderweg was. Hij was de eerste coureur die op dit circuit van 6,789 km lengte, onder de magische grens van de twee minuten bleef. Met 1’59,8” reed hij een ronde met een gemiddelde snelheid van 204,010 km/u. Jacky Ickx bleef met 2’00,6” net boven de twee minuten. Jochen Rindt werd derde in deze eerste training. Hij was 1,1 seconden trager dan de Belg. Heel veel coureurs stonden lang in de pit omdat ze de verhoudingen van de versnellingsbak lieten aanpassen. Daardoor werd er niet erg veel gereden en was het niet makkelijk om een slipstream mee te pakken, die noodzakelijk was om een snelle tijd neer te zetten. Op zaterdag was dat echter gans anders. Op sommige momenten reden twee, drie of zelfs meer wagens vlak achter elkaar rond. Het was zelfs even spannend als in een echte race. Het resultaat was dat de rondetijden erg dicht bij elkaar lagen. Toch slaagde er maar één coureur in om onder de twee minuten grens te rijden op zaterdagmorgen. Het was Jochen Rindt in 1’59,7”. Ook nu was Jacky Ickx tweede met een tijd van 2’00,9”. Jackie Stewart was in de loop van de training moeten overstappen in zijn reservewagen, omdat er op zijn eerste wagen motorproblemen waren. Ook Pedro Rodriguez blies zijn motor op, net nadat hij een tijd van 2’01,1” had gereden. Voor Jean Pierre Beltoise, die ook zijn motor opblies, betekende dat meteen ook het einde van zijn zaterdag. Ook Silvio Moser kon in de namiddag niet meerijden. Hij was in de voormiddag van de baan gegaan en had daarbij de ophanging van zijn Bellasi beschadigd. Zoals verwacht was de laatste training erg spannend. Uiteindelijk ging de pole positie naar Jacky Ickx, die een ronde reed in 1’59,5”. Jochen Rindt noch Clay Regazzoni konden hun tijd verbeteren. Jo Siffert van zijn kant reed 2 minuten rond en veroverde daardoor een plaats op de tweede rij naast Clay Regazzoni. Jackie Stewart, die terug in zijn ‘gewone’ wagen reed, kon echter zijn tijd ook nu niet verbeteren. Hij viel terug tot de vierde rij. Henri Pescarolo reed immers een tijd van 2’00,5” in zijn Matra. Er mochten in totaal 21 wagens de start nemen op de Hockenheimring. Na de kwalificaties vielen Brian Redman, Andrea De Adamich en Hubert Hahne af. Ze vervoegden Silvio Moser die in de Bellasi deze morgen al was afgevallen.

Op zondag zat het stadiongedeelte, dat plaats bood aan 100.000 toeschouwers bijna helemaal vol. De rijders werden voor hun presentatie aan het publiek in een aantal VW-Porsches rond het circuit gereden. Toen de start eenmaal werd gegeven, nam Jacky Ickx onmiddellijk het voortouw. Het was trouwens al voor de vierde opeenvolgende Grand Prix dat de Belg net na de start aan de leiding reed. Jochen Rindt reed echter vlak achter hem. Dan volgden Jo Siffert en Clay Reggazzoni. Deze vier scheidden zich a snel af van de rest van het veld. Eens Chris Amon echter voorbij Henri Pescarolo was geraakt, in de tweede ronde gebeurde dat, reed hij het gat naar het leidende kwartet dicht. Jackie Stewart, die ook voorbij Henri Pescarolo ging, reed nu op kop van de tweede groep.

De problemen met de wagens kwamen al erg snel in deze race. Voor Brabham begonnen deze al op de startgrid. Hij liet namelijk zijn motor afslaan. Toen hij dan toch kon vertrekken, moest hij in de vierde ronde de race al verlaten door een olielek op zijn motor. Jean Pierre Beltoise moest, ook al in de vierde ronde, de race verlaten omdat zijn ophanging het begeven had. Bij Peter Gethin was het dan weer de ontkoppeling die voor de opgave zorgde. Hij maakte eerst nog een pitstop, maar toen het probleem daarna nog even erg was, gaf hij er ook snel de brui aan. Dan, op twee ronden tijd, viel het ganse team van BRM uit. Jackie Oliver viel weer uit met een motorprobleem en Pedro Rodriguez staakte de strijd doordat hij problemen met de ontsteking kreeg. Ze reden, net voor hun opgave, beiden op de zevende plaats. Ook Jackie Stewart had al snel problemen op zijn March. De wagen sprong steeds weer in de neutrale stand bij de minste oneffenheid op de weg. Het begin van de race stond dus bol van de incidenten. Bovendien zorgde het slipstreamen er voor dat de toeschouwers een boeiend spektakel te zien kregen. Vooraan reden Jacky Ickx, Jochen Rindt, Clay Regazzoni, Chris Amon en Jo Siffert. Hun posities wisselden elke ronde. Jacky Ickx reed de meeste ronden aan de leiding. Langzaam maar zeker verloor Jo Siffert echter het contact met de leidende groep. Achter deze groep was John Surtees, in zijn eigen Surtees TS7, aan een opmars bezig. Nadat hij achtereenvolgens Emerson Fittipaldi, Rolf Stommelen en John Miles had weten te passeren, ging hij ook nog Henri Pescarolo voorbij om zo de zesde plaats in de race in te nemen. Hij had een achtertand van 16 seconden op Jo Siffert, maar hij knaagde wel aan die achterstand. Ook Denny Hulme was een mooie remonte aan het maken. Hij was ondertussen ook voorbij Emerson Fittipaldi en Rolf Stommelen geraakt.

n° 22 - Ronnie Peterson - March 701

Halfweg de race reden de vier leiders nog steeds erg dicht bij elkaar. Jochen Rindt, Jacky Ickx en Clay Regazzoni namen ieder wel eens de leiding over. Chris Amon beperkte zich tot het volgen van het drietal. Jo Siffert volgde op 27 seconden en werd ingehaald door John Surtees. 7 seconden verderop volgden Henri Pescarolo en Denny Hulme. Daarna kwamen nog Rolf Stommelen en Emerson Fittipaldi. De enige andere coureurs die nog in de race meereden waren: Graham Hill, François Cevert en Ronnie Peterson. Mario Andretti, Jackie Stewart en John Miles hadden ondertussen allen de race verlaten. De motoren kregen het hard te verduren op dit hogesnelheidscircuit. In de 31e ronde blies Clay Regazzoni de motor van zijn Ferrari 312B op. De Zwitser spinde van het circuit en verdween uit de race. Vier ronden later begaf ook de moto van Chris Amon het, waardoor ze vooraan nog met twee overbleven. Deze twee bleven de kopposities maar van elkaar overnemen. Met nog 2 ronden te gaan nam Jochen Rindt, definitief deze keer, de leiding over van Jacky Ickx. Hij won de race met 0,7 seconden voorsprong op de Ferrari. Achter hen dunde het veld in het laatste deel van de race nog verder uit. In de 38e ronde begaf de motor van Graham Hill het en helemaal op het einde moesten ook John Surtees en Jo Siffert nog naar de kant. Daardoor werd Denny Hulme uiteindelijk nog derde voor Emerson Fittipaldi, Rolf Stommelen en Henri Pescarolo, die op het laatste nog terugviel omdat hij problemen met zijn versnellingsbak kreeg.

Vier opeenvolgende overwinningen plus een vijfde zege tijdens de Grand Prix van Monaco hadden Jochen Rindt een ruime voorsprong in de stand voor het wereldkampioenschap bezorgd. Hij had nu 45 punten. Tweede stond Jack Brabham met 25 punten voor Denny Hulme met 20 en Jackie Stewart met 19 punten. Bij de constructeurs had Lotus/Ford nu 50 punten voor March/Ford met 33, Brabham/Ford met 29 en McLaren/Ford met 27 punten.

© F1-Geschiedenis
Oorspronkelijk idee, ontwerp en webmaster: Jos Van Aken (2004-2007)

Nedstat Basic - Free web site statistics