
|
n°
8 - Emerson Fittipaldi - Lotus 49C |
In 1964, toen de enige Grand Prix van Oostenrijk voor Formule 1 wagens tot hiertoe werd verreden, vond de race plaats op het hobbelige circuit van Zeltweg. Dit circuit, totaal onaangepast aan de Formule 1 wagens, was gelegen op een oud vliegveld. Sindsdien ging de Grand Prix van Oostenrijk elk jaar door voor Sport Cars. Ondertussen had de ‘Austrian Automobile Club’ een nieuw en permanent circuit gebouwd in de hoop op een terugkeer van de Formule 1. In 1969 werd het nieuwe circuit geopend en kreeg het de naam ‘Österreichring’. Het lag te midden van een prachtig landschap en op de baan waren er enkele steile beklimmingen en afdalingen die de wagens moesten overwinnen. Het had een totale lengte van bijna 6 kilometer en had zowel snelle als trage bochten. In 1970 zou de eerste Grand Prix voor Formule 1 wagens dan georganiseerd worden.
De vele inspanningen werden beloond met een groot aantal deelnemers. In totaal kwamen er 24 deelnemers opdagen. Deze waren verdeeld over de teams van Tyrrell, March, STP corporation, Lotus, Brabham, Auto Motor und Sport, Ferrari, Surtees, BRM, Matra, McLaren, Frank Williams en Silvio Moser. Bij het team van Frank Williams nam Tim Schenken de plaats in van Brian Redman, die erg vermoeid was van al zijn verplichtingen voor de Sport Cars. In de derde BRM zat George Eaton. Bij Ferrari kreeg Ignazio Giunti een zitje naast Jacky Ickx en Clay Regazzoni. Rob Walker had nog steeds geen Lotus 72 ter beschikking en de Lotus 49C was helemaal niet meer competitief. Daardoor gaven ze voor deze race forfait. Bij Ronnie Peterson was het probleem dat ze geen motor meer ter beschikking hadden. De 24 coureurs kregen wel allemaal startrecht.
De coureurs kregen niet minder dan elf uur trainingstijd ter beschikking om zich te kwalificeren. Zo kregen ze ruimschoots de tijd om in eerste instantie het circuit te leren kennen, zonder dat ze zich daarbij al moesten bekommeren om snelle rondetijden. De training was echter nog niet lang bezig, voor de Ferrari’s hun goede vorm al demonstreerde. Op het einde van de eerste, vier uur durende, training, stond Clay Regazzoni op kop met een tijd van 1’40,4”. Op de tweede plaats stond Ignazio Giunti met een tijd van 1’40,9”. Jacky Ickx was op deze eerste dag nog niet aanwezig in Oostenrijk en had uiteraard nog geen tijd achter zijn naam staan. Jochen Rindt stond op de derde plaats met een tijd van 1’41,6”. Bij Lotus kregen ze echter met een serieus probleem af te rekenen. Ken Tyrrell was de Lotus gaan nameten en vond dat de Lotus 72C twee centimeter te breed was. Hij stapte naar Colin Chapman. Deze verkleinde dan maar de luchtinlaat van de radiator. Door dit werk, dat verschillende uren in beslag nam, kon Jochen Rindt op vrijdag maar erg laat aan zijn training beginnen.
Ondanks dat oponthoud was Jochen Rindt de enige coureur die in de tweede training de Ferrari’s kon bedreigen. Ondertussen was Clay Regazzoni de enige coureur die sneller reed dan 1’40”. Maar Jochen Rindt zijn rondetijden lagen in de buurt. Clay Regazzoni kwam uiteindelijk tot 1’39,70” en Jacky Ickx tot 1’39,86”. Toch slaagde de Oostenrijker er in om nog sneller te gaan en 1’39,23” op de tabellen te zetten. Ook de derde Ferrari coureur, Ignazio Giunti, deed het erg goed. Hij werd enkele nog geklopt door Jackie Stewart, die 1’40,15” reed. In de namiddag gingen John Miles en George Eaton beiden van de baan. De Canadees beschadigde daarbij zijn BRM zodat hij niet meer in actie kon komen tijdens de laatste training. Niet dat het veel uitmaakte, want na minder dan een uur begon het voor de rest van de training te regenen. Er waren, in het begin van de training, enkele mindere goden die hun tijd toch nog hadden kunnen verbeteren. Onder hen Jack Brabham, die tot hiertoe alleen nog maar problemen had gehad met zijn motor. De meeste coureurs reden wel hun rondjes in de regen, voor het geval het tijdens de race ook zou regenen.
Ongeveer 100.000 toeschouwers waren op zondag afgezakt naar de Österreichring. Allen hoopten ze op een overwinning van hun favoriet, Jochen Rindt. Gelukkig was het weer opnieuw goed zodat de race onder ideale omstandigheden van start kon gaan. Vanaf de start namen de Ferrari’s het heft in handen. Na één ronde werden ze gevolgd door Jochen Rindt, Ignazio Giunti, Chris Amon en Jean Pierre Beltoise. Op enige afstand volgde Jack Brabham op de zevende plaats, net voor Denny Hulme en Jackie Stewart. Deze laatste reed echter de pit in omdat er benzine in zijn cockpit druppelde. Voor het team van Ken Tyrrell was de start van de race trouwens erg dramatisch, want ook François Cevert had problemen. Hij stond namelijk halfweg deze eerste ronde al stil met een opgeblazen motor. Hij had een serieus oliespoor op de baan achtergelaten. Jackie Stewart kon wel terug vertrekken, maar even later stopte hij definitief toen er nog meer benzine in zijn cockpit kwam.
In de 2e ronde liet Clay Regazzoni zijn teamgenoot Jacky Ickx passeren. Jean Pierre Beltoise ging voorbij Chris Amon, maar hij had nog steeds een achterstand op Jochen Rindt, die op de derde plaats reed. Toen de olievlaggen werden gezwaaid, vertraagde de Oostenrijker. Voor hij het besefte, was hij teruggevallen naar de zesde plaats. Jean Pierre Beltoise had nu de derde plaats overgenomen. In zijn spoor volgden Ignazio Giunti en Chris Amon. Dat gebeurde allemaal in de 10e ronde. Ondertussen hadden Ickx en Clay Regazzoni al meer dan 8 seconden voorsprong op de thuisrijder. Jean Pierre Beltoise hield de Ferrari’s goed bij met zijn Matra. Jochen Rindt slaagde er echter niet in om de kloof met de Fransman te dichten. In de 21e ronde, toen zijn achterstand nog steeds een zestal seconden bedroeg, blies hij, net voor de pit, zijn motor op. Vele fans waren zo ontgoocheld dat ze meteen naar huis gingen. Buiten de March van Cevert en Stewart hadden er nog al enkele coureurs opgegeven. John Miles had geen remmen meer terwijl Mario Andretti in de 14e ronde de schrik van zijn leven meemaakte. Zijn gaspedaal bleef open staan waardoor hij op volle snelheid in de veiligheidsomheining vloog. Zijn wagen was zwaar beschadigd, maar zelf kwam hij er zonder één schrammetje af.

|
n°
27 - Clay Regazzoni - Ferrari 312B
|
Door de opgave van Jochen Rindt schoof Ignazio Giunti op naar de 4e plaats, 9 seconden achter de leiders en 2 seconden voor Jack Brabham. Deze was in de 7e ronde voorbij Chris Amon gegaan. Ondertussen stond Chris Amon al onder druk van Denny Hulme. Maar van achteruit kwam ook John Surtees opzetten. In de 24e ronde ging deze laatste voorbij Denny Hulme en even later ook voorbij Chris Amon. Iets wat Denny Hulme hem wat later nadeed. Ondertussen stond Henri Pescarolo in de pit. Hij had, door een opgeworpen steen, zijn ophanging verbogen. In de 27e ronde ging ook Rolf Stommelen voorbij Chris Amon. Deze bleef wel op de achtste plaats rijden doordat John Surtees net had opgegeven met een opgeblazen motor. Even voordien had Tim Schenken met diezelfde reden de race verlaten. In de 31e ronde tenslotte, kreeg ook Denny Hulme problemen met zijn motor. Daardoor schoof Rolf Stommelen op naar de zesde positie. Chris Amon reed nu terug zevende, maar ook hier werd hij nog ingehaald, deze keer door Pedro Rodriguez en Jackie Oliver, allebei in een BRM.Vooraan bleven de twee Ferrari’s de race domineren. In de 40e ronde hadden ze 12 seconden voorsprong op de Matra van Jean Pierre Beltoise. Ignazio Giunti kreeg toen een lekke band terwijl Jack Brabham zelfs drie ronden verloor doordat er een steen zijn radiator had doorboord. Hij viel terug tot helemaal achterin het veld. Samen met Henri Pescarolo, terwijl Ignazio Giunti teruggevallen was achter Chris Amon, Pedro Rodriguez, Jackie Oliver en Peter Gethin.
Het team van Ferrari maakte er een ware demonstratie van. De strijd leek gestreden, maar in de 57e rode, begaf de benzinepomp van Jean Pierre Beltoise het. De pomp was niet meer in staat om de laatste liters uit de brandstoftank op te zuigen. Dardoor moest hij een pitstop maken voor een extra tankbeurt. Dit oponthoud kostte hem drie plaatsen. Hij kwam net voor Ignazio Giunti terug op de baan. Deze laatste had, na zijn lekke band, al terug de maat genomen van Peter Gethin en Chris Amon. Jacky Ickx won op overtuigende wijze de Grand Prix van Oostenrijk. Naast hem op het podium stond Clay Regazzoni en Rolf Stommelen. Op de vierde plaats eindigde Pedro Rodriguez voor Jackie Oliver en Jean Pierre Beltoise.
In de stand voor het wereldkampioenschap had Jochen Rindt nog steeds 45 punten. Op de tweede plaats stond Jack Brabham met 25 voor Denny Hulme met 20 en Jacky Ickx samen met Jackie Stewart met 19 punten. Bij de constructeurs had Lotus/Ford 50 punten voor March/Ford en Brabham/Ford met 33 punten en McLaren/Ford met 27 punten.
|